Pauze tussen Pau en Pamplona

Hoogtemeters en afstand waren de triggers. We huurden voor 6 dagen een auto en hadden wilde plannen: Spanje, Sierra de Guara, Spaans Baskenland, San Sebastian,Frans Baskenland. Geuren en indrukken opsnuiven en denken : zou het hier fietsbaar zijn?

Sierra de Guara was indrukwekkend met veel roofvogels en vlinders, azuurblauwe rivieren in diepe canyons. Fietsen daar moet heerlijk zijn maar liever eind mei of juni dan in deze snikhete zomer. Schaduw is zeldzaam en de zon brandend.

Alquézar

Veel verder zijn we niet geraakt. In Pamplona sliepen we voor het eerst in een hostel. C was al heel de dag hangerig en klaagde over buikpijn. We bezochten de stad, aten een ijsje (wij, C wou niet en dat was best vreemd), verbaasden ons over het stierenlopen bij San Firmin maar veel energie kreeg ze er niet van. Die nacht begon ze over te geven. Niet één keer maar elk half uur. Ze kroop naar het toilet (Godzijdank sliepen we in een hostel) en kreunde de hele nacht van de buikpijn.

Pamplona, C heeft het moeilijk

De volgende dag bleek mijn vrees waar : appendicitis. Enkele uren later werd ze al geopereerd en spendeerden we de rest van onze week in het ziekenhuis.

De plannen om nog een etappe te fietsen door Frans Baskenland werden opgeborgen.

We doen een praktische krachttoer om fietsen op te gaan halen in Pau, te ontzien en toch nog wat rustige vakantie te hebben in de Landes en Bordeaux.

Kamperen naast een pingpongtafel heeft zo zijn voordelen

Zelf fietsen gaat niet meer, maar kleine stukjes op het stoeltje wel

Advertenties

Van rasta naar lycra

Deel 3

Saint bertrand de comminges -Capvern 35 km/ Capvern- Orincles 70 km / Orincles -Lourdes -Beaucens 29 km / Beaucens – Pau 72 km

Terwijl we rond Foix en Carcasonne menig hippiedorp tegenkwamen, we vaak ingehaald werden door fel beschilderde bestelbusjes, op dorpspleinen naast de petanquende oudjes ook rastamannen, honden en batikgewaden opmerkten, verandert dit naarmate we Lourdes dichter naderen.

Het wit en blauw van de zusters en de grijze haren van de gemiddelde Lourdesbezoekers daar gelaten, zijn het vooral fluokleuren die in het oog springen. Hier wordt gekoerst. We vallen met tassen, dikkere banden, kinderen en trage klimmen volledig uit de toon. De fietsen zijn hier licht, de kuiten gespierd, de zonnebrilen aerodynamisvh en de snelheid op punt. Met de Tour de France die hier zopas passeerde, Gavarnie, Le col du Tourmalet en Le col d’Aubisque kan je ze geen ongelijk geven.

Kaarsen,water en beeldekes …Commercie in Lourdes

Grot van Bernadette – Lourdes

Wij stoppen echter 20 km voorbij Lourdes. Op de gezellige familie camping zijn we niet langer de enige fietsers. Wel de enige trekfietsers. Terwijl we ondertussen min of meer gewoon zijn aan de minimale kampeeruitrusting, ons eten klaarmaken in twee kleine potjes en al zittend op handdoeken en gras ons wijntje opdrinken (waarvoor we eerst moeten gaan socialisen om een kurkentekker te kunnen gebruiken). Al gauw worden we door heel wat campinggebruikers verwend: de kinderen mogen een voetbal gebruiken, wij tafeltjes en kamperrstoelen. Terwijl menig ander kampeerder zich ’s ochtends vroeg in lycra hult en met de koersfiets vertrekt langs de kleine drukke wegen, laten wij onze benen 3 dagen rusten, wandelen en niets doen. Met de bus (die 2 keer per dag rijdt) gaan we tot Gavarnie waar we een wandeling maken tot onder de waterval. Met de verkeerde schoenen en een rugzakje van niemendal, maar met evenveel plezier glijden we over de kiezels en genieten van de eeuwige sneeuw.

We besluiten dat we ook meer bergen en afstand willen doen en huren een auto in Pau voor enkele dagen. Na een laatste lange fietstocht van 72 km (camille is mijn heldin) laten we de fietsen achter op een camping in Pau. Enkele dagen vooral hoogtemeters doen. Het was bijna onwezenlijk en deed ook een beetje pijn om een stuk op de stappen/trappen terug te keren en 2u later stonden we waar we 4 dagen over hadden gefietst. Maar ach, Spanje en de bergen lonken – dachten we – De reis zou iets anders verlopen.

Katharen route

Deel 2

Quillan – Camon (camping La Besse) 32 km / Camon – Varhilles (municipal) 35 km//Varhilles – Mas d’azil 43 km/ Mas d’azil – Prat 45 km / Prat – Saint-Bertrand-de-Comminges 56 km

Na het gemak van Canal de Garonne, kwam de uitdaging (én de uitzichten) bij het tweede deel van onze fietsreis. De voorlopers van de Pyreneeën, langs katharenburchten en door kleine dorpjes, langs heuvels, grindpaden en beekvalleien en dat alles onder één verschroeiende zon tijdens de langste hittegolf van Europa. We waren wel al wat gewoon, de hitte van Japan en de verschroeiende warmte uit Cambodia lagen nog vers in ons geheugen. Maar dit keer moeten de spillebeen zelf de heuvels verslaan.

Waar wij ons zorgen over maakten…

Lenig trapt ze de hellingen op, vol overgave zoeft ze naar beneden. Precieze controle over haar stuur, genoeg lach en moed om telkens opnieuw te beginnen. Haar jongere broer neemt soms over, dan laat ze zich verwennen door rust achteraan op de fiets.

De geur van vijgen, de gele velden vol zonnebloemen en de majesteuze pyreneeën op de achtergrond. We zoeken onze eigen weg (opnieuw dankje Osmand), komen soms op gravelpaden uit en onrijdbare hellingen van 25% maar rijden toch vnl autoluw.

Tot we in de buurt van Mas d’Azil bijna voortdurend worden ingehaald door campers. Ze staan in elke bocht en opening, zijn aan het koken en hebben hun TV al geïnstalleerd. We vrezen een beetje dat de campings volzet zijn en dat ze als alternatief dan maar langs de openbare weg kamperen. Maar er blijkt nog ruimschoots plaats en pas als de campingeigenares er ons op wijst dat we morgen de baan niet op mogen tussen 10u en 15u wegens passage van Tour de France, begrijpen we de drukte. We nemen dus een rustdag en bekijken het spektakel van benen die tien keer zo vlot trappen en twintig keer zo snel vorderen.

De koerskaravaan

Hij zit met een gele pet onder de parasol, wellicht al een uur of 3. Zij steekt van wal, ze begreep dat we haar taal spraken en dat schept een band denkt ze. Ze wonen in Frankrijk en voelen zich zo te zien op en top Frans – ok al verraadt hun tongval duidelijk de Nederlandse oorsprong. We wonen in de Lotte zegt ze, 138 km hiervandaan beaamt hij, hij kijkt me fier aan.

Ze waren onderweg naar de bergen maar zijn er niet geraakt. Alles staat vol. De blik in zijn ogen verraadt teleurstelling. Oei, zeg ik verbaasd. Is er dan nergens plaats meer? Nergens beaamt ze. Hij knikt instemmend. Ik denk aan onze fiets- en kampeerplannen. Moeten we ze wijzigen en andere routes zoeken? Is het flexibel onvoorbereid reizen zoals wij doen geen goed idee in hoogseizoen?

We doen dit al vele jaren, gaat ze verder, maar hier stonden we nog nooit. Het is van moeten, zucht ze, we hebben het nu zo opgelost: met een brede zwaai toont ze me de twee klapstoelen en de parasol. Echt nergens plaats, elke inham was al ingenomen, daar geraken we niet meer tussen, gaat ze verder. We hebben dan ook een grote camper zegt ze. Opnieuw zie ik de fiere blik van de man. Hij zit nog steeds in zijn stoel, onder een gele Tour de France pet. Nu pas begrijp ik haar statement. Nergens plaats betekent geen plek meer aan de weg, aan de klims waar de renners traag voorbijkomen,… ze waren helemaal afgezakt tot aan de voorlopers van de Pyreneeën, om hier uren te wachten onder de brandende zon, 10 tal meters gescheiden van hun geliefde camper die nu op de camping stond terwijl ze zelf slechts 4 meter innamen met hun parasol en stoelen.

Een beetje versuft staan mijn kinderen en ik naar de weg te kijken. Vandaag passeert de etappe van Tour de France vlak langs de camping in Mss d’azil. Dan komt de karavaan eraan. Razendsnelle auto’s smijten prullaria naar de hoopjes mensen naast de weg. Hier sta ik met mijn kroost. Een beetje verdwaasd door de zon, verbaasd door lawaai en snelheid. Magneten, petten, snoep, foto’s, droge worst,… Volwassenen snijden kinderen de pas af en graaien naar de prullen, ze fier wegstoppend in hun bollekestas van de Carrefour.

We beslissen iets te gaan eten. Pas twee uur later komen de renners. In die twee uur worden de campers weer opgeladen en klaargezet. Amper 2 minuten duurt de passage. Er wordt geroepen en gejuicht, de allerlaatste fietser die minuten later toch nog passeert wordt extra aangemoedigd.

En dan is het voorbij.

Bijna gelijktijdig verdwijnen de parasols en klaptafels. Een halfuur later zijn alle campers weg.

Mijn zoon zet zijn gewonnen pet fier op zijn hoofd en gaat wat rondjes fietsen op de camping.

Canal de Garonne, Entre deux mers

Deel 1 van onze Tour de France

Dag 1 (8 juli): Tourcoing- Bordeaux (trein) – Sadirac (camping bel-air) 25 km – Dag 2 (9 juli): Sadirac – La Reole 48 km – Dag 3 (10 juli) La Reole – Saint Laurent (62 km) – Dag 4 (11 juli) ** rustdag- Dag 5 ( 12 juli) Saint Laurent -Moissac (75 km)- Dag 6, 7 (13,14 juli) Rust en treindag over Toulouse tot Carcasonne – Dag 8 (15 juli) Quillan (35 km)

We hebben 1 week om van Bordeaux naar Quillan te fietsen, 380 km maar relatief plat. 380 km om in te lopen en in te schatten of het lukt, de kinderen die zelf fietsen. Hij denkt dat het mogelijk is, ik voorzie treinen als backup. Het is begin juli en Europa kreunt onder een hittegolf. We denken terug aan Cambodia en Japan, waar de hitte zo drukkend was. We zijn minimaal bepakt maar hebben wel tent, slaap- en kookgerief mee dit keer.

Wegfietsen van Bordeaux is makkelijk en mooi. We volgen piste Cyclable Roger Lapébie, een oude spoorlijn tot we aan het kanaal komen dat ons de komende dagen zal vergezellen. Langs Canal de Garonne is het heerlijk fietsen. Autovrije fietspaden, geen hoogtemeters, verkoelende platanen, leuke dorpjes, genoeg accomodatie,… we vorderen vlot. De kinderen fietsen afwisselend maar vooral C trapt de kilometers. Af en toe een pauze, ijsje of sirop geeft genoeg variatie.

Op dag 5 gaat het even mis. In een bocht naar de camping liggen kiezels, hij kijkt even achterom of ik nog volg (natuurlijk doe ik dat, ik deed jaren niets anders) en het volgende moment ligt hij op de grond. Gelukkig niets ernstig, maar wel een zeer pijnlijk hand dat dik en gezwolen staat. De volgende dag laten we het toch even nakijken. Niets gebroken maar zware kneuzing, de zwelling moet wegtrekken en dat gebeurt best door rust.

We beslissen dus een dagje te rusten en kilometers te skippen door een trein te nemen naar Toulouse en tenslotte Carcasonne.

Weinig speelgoed, maar veel fantasie – hier het vuurwantsen hotel

Tour de France, tour de force

Weinig lag vast, behalve dat we rond 16 juli in de buurt van Carcassonne werden verwacht, voor een weekje met de familie.

Geen auto, geen vliegtuig, een onbepaald aantal fietsen, een tent, kinderen van 7 en 9 (nog steeds zonder groeispurt), een maand ouderschapsverlof (ik) en een maand onbetaald (hij), waren de ingrediënten.

De kaart van Frankrijk werd opengevouwen en flixbussen en Ouigo-trajecten verkend. Al snel bleek de Pino geen optie. Onmogelijk mee te nemen op bus, trein of onbetaalbaar. C kon ondertussen wel zelf fietsen, maar wat met M? Op zijn 16 of 20 inch fietsje, zou hij veel moeten trappen en zouden we gebonden zijn aan verkeersluwe wegen. 1 fiets voor 2 kinderen leek misschien ideaal. We tikten een tweedehands frog op de kop (Bij Rijwielen Cadans in Leuven die hun Frogs terugkopen voor de helft van de prijs, wat een service). C fietst het groostste deel, M trapt hele stukken met het zadel op zijn laagst en liefst op plekken waar hij niet te veel moet stoppen want aan de grond kan hij net niet. Een kussentje op mijn bagagerek en een stoeltje op de stang, schenkt het ander kind rust.

Uiteindelijk kiezen we Ouigo h/t Bordeaux. Omdat we niet moeten overstappen, omdat het spotgoedkoop is, omdat de fietsen mits toeslag van 5 euro mee kunnen in een zak. Vertrekken om 6 u ’s ochtends in Tourcoing namen we erbij en was -dankzij schoonfamilie in Ieper- ook mogelijk. Omdat we om 4u oppstonden, sliepen de kinderen de helft van de reis, wat een service.

Het is wat gedoe,de fietsen demonteren en in zakken steken, met 3 grote zakken en 8 fietstassen op een trein geraken, zonder kind, man of fiets te verliezen,maar he! 5 u later stonden we in Bordeaux Saint-Jean voor 111 euro all-in…

Vertrek in Gent st Pieters

Tourcoing

Rustige rit dankzij het vroege uur

Waar sliepen, aten, wasten wij?

Bijna even lang terug dan ooit weg geweest en het leven herpakt zich sneller dan ooit. In dit seizoen vertrekken de betere planners naar Azië. Het seizoen wanneer de hitte dragelijk is. De voorbije maanden kregen we dan ook enkele vragen, van gezinnen of van fietsers die voor kort of langer vertrokken naar het oosten. Waar sliepen, aten en wasten jullie je? Tijd dus om onderstaande blog es af te maken.

……….

Daar sta je dan. Met 2 kinderen en 2 fietsen vele kilometers van huis. Nog steeds geen flauw benul hoe je de komende maanden zal doorbrengen en waar. Enkel een zwak vermoeden, een verslag hier, een foto daar. Meestal heroïsch hier, met aangepaste filter daar. Bijna nooit in de juiste combinatie fietsen, kinderen, landen.  En dan komt de realiteit, waar helden klein zijn en filters je eerder voor geuren behoeden.

Soit, voor allen die ooit een (fiets)reis met kinderen in Azië plannen: de ongecompliceerde “waar slaap, eet en was je je”-lijst?

Slapen

 
In Cambodia, Laos en Vietnam sliepen we meestal in kleine hotelletjes die stonden aangegeven op maps.me en Osmand. Enkel in grotere of toeristischere plaatsen, boekten we online (via Agoda of Booking.com). We vroegen steevast een tweepersoonskamer met twee enkele bedden voor ons gezin van 4. Elke éénpersoonsbed is groot genoeg om met twee in te slapen. Zeker als nummer 2 een kind is.
We hadden twee kleine matjes mee en 1 lakenzak, in Hanoi kochten we 3 paar extra zijden lakenzakken. Regelmatig boekten we een tweepersoonskamer met dubbel bed. Dan vielen de kinderen in slaap in het bed en werden ze ’s nachts op de matjes gelegd. We hadden twee muskieten netten maar heel vaak was het onmogelijk om dit op te hangen. Een ventilator was bijna altijd aanwezig. En in de meeste gevallen ook airco.
(meer  over Laos en Cambodia lees je hier)

In Vietnam sliepen we regelmatig in een Nha Nghi (local guesthouse). Slechts 1 keer had dit duidelijk andere doeleinden, getuige de spiegel aan het bed en de foto’s aan de muur van wazige jaren zeventig meisjes met niet veel kleren aan. Maar ook dan voelden we ons veilig en welkom. De bedden in Vietnam zijn trouwens bikkelhard. Een enkele keer stonden we erop om lakens te verversen wegens echt niet fris, dat wordt dan zonder veel boe of ba gedaan. De prijzen waren meestal rond de 10 euro per nacht (soms erboven, soms eronder). De meeste kamers waren basic maar ok. Kakkerlakken en gecco’s heb je overal. Helaas ook zeer vaak de geur van sterk insecticide.
(meer over Vietnam lees je hier)

In China boekten we meer online, via Agoda of Booking. Ook werd steeds paspoort en visa gevraagd en geregistreerd in het centraal systeem.  Voor verlenging van je visa heb je een officiële hotel registratie nodig. Sommige hotels weigeren buitenlanders omdat ze daar geen toestemming voor hebben. Zelf hebben we geen weigering  meegemaakt maar wel hotels die ons niet konden registreren. Dan zorgde een oog-dichtknijpende eigenares of een ter hulp schietende buur die haar paspoort leende, dat we zorgeloos konden slapen. In volledig afgelegen gebieden was overnachting zoeken minder evident. Een tent zou dan wel handig geweest zijn, die hadden we niet maar iedereen wil helpen en een translate app is zeker een must.
(meer China lees je hier)

Japan was het moeilijkste land om overnachting te vinden. De prijzen waren meteen een stuk duurder, de zomer gaf veel volboekingen en Japanners zijn iets minder gewend aan met 4 op een 2 persoonskamer slapen.  Onze tent die meegekomen was met onze bezoekers gaf ons iets meer vrijheid. We sliepen enkele keren “wild” in stadsparkjes en enkel keren op een soort camping die niet echt ideaal was.
(alles over Japan lees je hier)

Eten

Enkel en alleen voor het genot van heerlijk en vers eten, is Azië een droombestemming. Rijst en noedels werden drie maal daags met plezier binnen gespeeld. Soep als ontbijt werd voor de kinderen bijna even normaal als suiker op de pannenkoeken, bijna…  Ik kon zelfs op de meest afgelegen plaatsen vrij eenvoudig uitleggen dat ik geen vlees at (lang leve Google Translate app en mijn standaardzinntjes). In Vietnam en China werden we gewoon mee de keuken ingenomen om aan te duiden wat er dan wel in de pan mocht.
Terwijl we in Laos nog veel rijst en ei aten, werd dat in Vietnam vervangen door Pho met veel groen blad en kruiden en aan de kust door seafood. In China bestelden we meestal  veel verschillende gerechten van de kaart. Bijna altijd te veel, vaak anders dan we dachten. Veel menukaarten bestaan uit foto’s wat de keuze iets makkelijker kan maken. Niet alles wat je krijgt lijkt dan weer op die foto. Maar ondertussen leerden we de vele varianten van tofu en tofuhuid kennen.  Hotpot was ook populair, de lokale variant van fondue maar dan met een bouillon en groenten. De kinderen misten wel es brood maar op toeristische plaatsen waren er vaak Pancakes te krijg. Het vers fruit en de smoothies maakten veel goed. Water in flessen was overal te koop. In grote plastic bakken vol met ijs in Cambodia, in ijskasten in Vietnam.  Meestal zijn er ook grote bidons waar je eventueel kan hervullen.   In Vietnam en China krijg je vaak  gratis groene thee. De Chinezen lopen ook overal met hun glazen thee thermossen rond en kan je overal warm water krijgen. De verse glazen en borden zijn vaak opnieuw verpakt, zodat het steeds lijkt of je de eerste gebruiker bent.
in Japan aten we heel vaak bentoboxen uit de lokale buurtsupermarkt. Voorgerolde sushi, rijstdriehoekjes, edamame, … Naast sushi aten we Udon, Sobi, Ramen noodles, allen even lekker maar we zijn vooral fan van de fastfood Udon variant. De restaurants etaleren hun kaarten aan de hand van opgezet voedsel, gelakt en geplastificeerd in het raam ten toon gesteld.  Ook was in Japan terug volop zuivel te krijg (yoghurt) en ja, ook een soort brood, ook al was het dan wit en sponsachtig. De kinderen waren er best blij mee. Helaas  was fruit veel zeldzamer en duurder. In Japan komt alle drank zowat uit automaten die je op elke straat hoek ziet staan. Warme koffie of een koude fles water, de automaat levert.  In elke supermarkt krijg je gratis warm water of koop je een beker met ijs.

Wassen en Plassen

Wie weinig kleren meeheeft moet veel wassen. Doorheen onze trip zagen we ook veel verschillende toiletten.
We hadden handwaszeep mee voor de snelle was in de badkamer maar lieten heel vaak onze was doen. In Cambodia, Laos, Vietnam kan je dat meestal per kg laten doen. In hotelletjes had je er vaak westerse toiletten maar wel met sproeier. Meestal was er wel een beetje wc papier aanwezig. In eetkraampjes en stalletjes mocht je meestal gebruik maken van het huis toilet.  Dan was er vaak water in een ton te vinden en een schepje.
In China moesten we wat meer zoeken naar het wasmachine en werden we meestal geholpen door het hostel waar we zaten. Of moesten met behulp van een translate app de publieke wasmachines proberen te bedienen. Vaak kaapten we een dakterras om onze was te laten drogen. We hadden dus een lijn en wasknijpers mee.  De Chinese toiletten waren de meest gevreesde maar volledig onterecht. Overal heb je goed onderhouden en propere publieke toiletten.Ja, soms is er minder privacy en een goot ipv een pot maar ook dat viel eigenlijk goed mee.
De Japanse wasmachines waren leesbaarder dan hun toiletten dus ook daar konden we meestal onze zweetkleren weer proper krijgen. De toiletten waren een ervaring op zich. Snel wen je aan de bedieningspanelen, de extra flushgeluiden en de brilverwarming. Ook in Japan vind je in elk park een proper openbaar toilet. Bovendien hebben ze een kinderzitje in het toilet staan, zodat je als jonge moeder of vader je handen vrij hebt. Even simpel als geniaal.