Waar sliepen, aten, wasten wij?

Bijna even lang terug dan ooit weg geweest en het leven herpakt zich sneller dan ooit. In dit seizoen vertrekken de betere planners naar Azië. Het seizoen wanneer de hitte dragelijk is. De voorbije maanden kregen we dan ook enkele vragen, van gezinnen of van fietsers die voor kort of langer vertrokken naar het oosten. Waar sliepen, aten en wasten jullie je? Tijd dus om onderstaande blog es af te maken.

……….

Daar sta je dan. Met 2 kinderen en 2 fietsen vele kilometers van huis. Nog steeds geen flauw benul hoe je de komende maanden zal doorbrengen en waar. Enkel een zwak vermoeden, een verslag hier, een foto daar. Meestal heroïsch hier, met aangepaste filter daar. Bijna nooit in de juiste combinatie fietsen, kinderen, landen.  En dan komt de realiteit, waar helden klein zijn en filters je eerder voor geuren behoeden.

Soit, voor allen die ooit een (fiets)reis met kinderen in Azië plannen: de ongecompliceerde “waar slaap, eet en was je je”-lijst?

Slapen

 
In Cambodia, Laos en Vietnam sliepen we meestal in kleine hotelletjes die stonden aangegeven op maps.me en Osmand. Enkel in grotere of toeristischere plaatsen, boekten we online (via Agoda of Booking.com). We vroegen steevast een tweepersoonskamer met twee enkele bedden voor ons gezin van 4. Elke éénpersoonsbed is groot genoeg om met twee in te slapen. Zeker als nummer 2 een kind is.
We hadden twee kleine matjes mee en 1 lakenzak, in Hanoi kochten we 3 paar extra zijden lakenzakken. Regelmatig boekten we een tweepersoonskamer met dubbel bed. Dan vielen de kinderen in slaap in het bed en werden ze ’s nachts op de matjes gelegd. We hadden twee muskieten netten maar heel vaak was het onmogelijk om dit op te hangen. Een ventilator was bijna altijd aanwezig. En in de meeste gevallen ook airco.
(meer  over Laos en Cambodia lees je hier)

In Vietnam sliepen we regelmatig in een Nha Nghi (local guesthouse). Slechts 1 keer had dit duidelijk andere doeleinden, getuige de spiegel aan het bed en de foto’s aan de muur van wazige jaren zeventig meisjes met niet veel kleren aan. Maar ook dan voelden we ons veilig en welkom. De bedden in Vietnam zijn trouwens bikkelhard. Een enkele keer stonden we erop om lakens te verversen wegens echt niet fris, dat wordt dan zonder veel boe of ba gedaan. De prijzen waren meestal rond de 10 euro per nacht (soms erboven, soms eronder). De meeste kamers waren basic maar ok. Kakkerlakken en gecco’s heb je overal. Helaas ook zeer vaak de geur van sterk insecticide.
(meer over Vietnam lees je hier)

In China boekten we meer online, via Agoda of Booking. Ook werd steeds paspoort en visa gevraagd en geregistreerd in het centraal systeem.  Voor verlenging van je visa heb je een officiële hotel registratie nodig. Sommige hotels weigeren buitenlanders omdat ze daar geen toestemming voor hebben. Zelf hebben we geen weigering  meegemaakt maar wel hotels die ons niet konden registreren. Dan zorgde een oog-dichtknijpende eigenares of een ter hulp schietende buur die haar paspoort leende, dat we zorgeloos konden slapen. In volledig afgelegen gebieden was overnachting zoeken minder evident. Een tent zou dan wel handig geweest zijn, die hadden we niet maar iedereen wil helpen en een translate app is zeker een must.
(meer China lees je hier)

Japan was het moeilijkste land om overnachting te vinden. De prijzen waren meteen een stuk duurder, de zomer gaf veel volboekingen en Japanners zijn iets minder gewend aan met 4 op een 2 persoonskamer slapen.  Onze tent die meegekomen was met onze bezoekers gaf ons iets meer vrijheid. We sliepen enkele keren “wild” in stadsparkjes en enkel keren op een soort camping die niet echt ideaal was.
(alles over Japan lees je hier)

Eten

Enkel en alleen voor het genot van heerlijk en vers eten, is Azië een droombestemming. Rijst en noedels werden drie maal daags met plezier binnen gespeeld. Soep als ontbijt werd voor de kinderen bijna even normaal als suiker op de pannenkoeken, bijna…  Ik kon zelfs op de meest afgelegen plaatsen vrij eenvoudig uitleggen dat ik geen vlees at (lang leve Google Translate app en mijn standaardzinntjes). In Vietnam en China werden we gewoon mee de keuken ingenomen om aan te duiden wat er dan wel in de pan mocht.
Terwijl we in Laos nog veel rijst en ei aten, werd dat in Vietnam vervangen door Pho met veel groen blad en kruiden en aan de kust door seafood. In China bestelden we meestal  veel verschillende gerechten van de kaart. Bijna altijd te veel, vaak anders dan we dachten. Veel menukaarten bestaan uit foto’s wat de keuze iets makkelijker kan maken. Niet alles wat je krijgt lijkt dan weer op die foto. Maar ondertussen leerden we de vele varianten van tofu en tofuhuid kennen.  Hotpot was ook populair, de lokale variant van fondue maar dan met een bouillon en groenten. De kinderen misten wel es brood maar op toeristische plaatsen waren er vaak Pancakes te krijg. Het vers fruit en de smoothies maakten veel goed. Water in flessen was overal te koop. In grote plastic bakken vol met ijs in Cambodia, in ijskasten in Vietnam.  Meestal zijn er ook grote bidons waar je eventueel kan hervullen.   In Vietnam en China krijg je vaak  gratis groene thee. De Chinezen lopen ook overal met hun glazen thee thermossen rond en kan je overal warm water krijgen. De verse glazen en borden zijn vaak opnieuw verpakt, zodat het steeds lijkt of je de eerste gebruiker bent.
in Japan aten we heel vaak bentoboxen uit de lokale buurtsupermarkt. Voorgerolde sushi, rijstdriehoekjes, edamame, … Naast sushi aten we Udon, Sobi, Ramen noodles, allen even lekker maar we zijn vooral fan van de fastfood Udon variant. De restaurants etaleren hun kaarten aan de hand van opgezet voedsel, gelakt en geplastificeerd in het raam ten toon gesteld.  Ook was in Japan terug volop zuivel te krijg (yoghurt) en ja, ook een soort brood, ook al was het dan wit en sponsachtig. De kinderen waren er best blij mee. Helaas  was fruit veel zeldzamer en duurder. In Japan komt alle drank zowat uit automaten die je op elke straat hoek ziet staan. Warme koffie of een koude fles water, de automaat levert.  In elke supermarkt krijg je gratis warm water of koop je een beker met ijs.

Wassen en Plassen

Wie weinig kleren meeheeft moet veel wassen. Doorheen onze trip zagen we ook veel verschillende toiletten.
We hadden handwaszeep mee voor de snelle was in de badkamer maar lieten heel vaak onze was doen. In Cambodia, Laos, Vietnam kan je dat meestal per kg laten doen. In hotelletjes had je er vaak westerse toiletten maar wel met sproeier. Meestal was er wel een beetje wc papier aanwezig. In eetkraampjes en stalletjes mocht je meestal gebruik maken van het huis toilet.  Dan was er vaak water in een ton te vinden en een schepje.
In China moesten we wat meer zoeken naar het wasmachine en werden we meestal geholpen door het hostel waar we zaten. Of moesten met behulp van een translate app de publieke wasmachines proberen te bedienen. Vaak kaapten we een dakterras om onze was te laten drogen. We hadden dus een lijn en wasknijpers mee.  De Chinese toiletten waren de meest gevreesde maar volledig onterecht. Overal heb je goed onderhouden en propere publieke toiletten.Ja, soms is er minder privacy en een goot ipv een pot maar ook dat viel eigenlijk goed mee.
De Japanse wasmachines waren leesbaarder dan hun toiletten dus ook daar konden we meestal onze zweetkleren weer proper krijgen. De toiletten waren een ervaring op zich. Snel wen je aan de bedieningspanelen, de extra flushgeluiden en de brilverwarming. Ook in Japan vind je in elk park een proper openbaar toilet. Bovendien hebben ze een kinderzitje in het toilet staan, zodat je als jonge moeder of vader je handen vrij hebt. Even simpel als geniaal.

Advertenties

Cambodia- Laos border

25 april 2017 Stung treng- Laos 78 km

De laatste dag Cambodia want we fietsen vandaag naar Laos. De weg wordt helaas snel slechter en we rijden vele km`s in rood gravel, putten en stenen vermijdend. 

We komnen voor het eerst andere fietsers tegen. Eerst een jongen op een plooifiets met rugzak die geen woord Engels spreekt, dan een Frans koppel dat van Hanoi naar Bangkok fietst (en wat een mooi project hebben zij, check hun website).

Hij is een beetje een streng vind ik. Vlak voor de grens stoppen we voor het eerst om bananen te kopen (en wordt Maurice ontvoerd door een dorpsbewoner die hem thee geeft en zijn haar begint te kammen, Maurice weigert de thee maar laat zich het voor de rest welgevallen).

 Het is wachten tot aan de grens waar we rond 13u arriveren voor een echte pauze. 68 km zonder eten en rusten, dat werkt op mijn humeur. 

De grensovergang gaat in eerste instantie goed. We vullen weer een hele resem papieren in, betalen 35$ per persoon (140$ dus) en worden gevraagd even te wachten. Ondertussen is de jongen op zijn plooifiets ook gearriveerd en nog een gast die een moto kocht in Pnom Penh en ermee naar Noord Laos rijdt. Beiden blijken Chinees en de laatste spreekt wel Engels. We praten wat, eten crackers, drinken water en wachten. Als we vragen wanneer we onze visa krijgen, vragen ze ineens 2$ per persoon om onze paspoorten terug te krijgen. Pure corruptie. De Chinese jongens weigeren, wij ook, dus de paspoorten verdwijnen weer in de schuif en de controleurs spelen doodleuk verder chickenrun op hun telefoon in hun airco lokaal. Na meer dan een uur wachten, ga ik overstag, ga opnieuw polsen. krijg er 4$ dollar af maar heb onze paspoorten en visa nog niet terug. Ik heb honger, dorst (ons water is op), ben boos en moe, heb het warm en ben geen held in toneeltjes spelen, onderhandelen of kwaad worden, dus ik besluit te betalen (want dit hele gedoe werkt ook op mijn humeur en het vorige was nog niet helemaal rechtgezet, 1+1 weet je wel). Het gaat niet om de 4$ maar om dit corrupte systeem, waar ik nu dus aan mee doe. De Chinese jongens blijven zitten (we zien hen later nog teug, ze hebben gewacht tot 16u, de beambten gingen naar huis en kregen dus hun visa zonder te betalen, na 3u wachten…)

En dan ligt Laos voor ons. De weg is weer goed. Op een of andere manier overvalt me een loomheid en gemoedelijkheid die dit land uitstraalt. Ik heb geen puf meer om nog 20 km te fietsen naar de overzet (we wllen naar de 4000 islands) en besluiten te stoppen in het guesthouse 7 km na de grens.We bezoeken nog even de Khone Phapheng watervallen  (de grootste van Azie) en vallen om 20u uitgeput in slaap.

Alles is mogelijk

23 april Preah Vihear  – Chhaeb 59 km.

Fietsen op het heetste moment van de dag is voor beginnelingen, dus na dag 1 wisten we gelukkig beter. De voorbije dagen stonden we op om 6u, aten we noedels of of rijst en begonnen vroeg aan onze dagtaak. Bijgevolg waren we tegen de middag meestal bij ons guesthouse. Zo ook vandaag.  

Fietsen ging weer wat moeizamer, er was lichte tegenwind  (wind: joepie, tegen: pfew) en ik had het gevoel 58 km bergop te fietsen. De kinderen waren moe en trapten weinigvmee. Ik had -vond ik zelf – wel een geniaal idee. Ik was vertrokken in T-shirt met korte mouwen en had mijn lange mouwen shirt (tegen verbranden) kletsnat in een zakje achterop. Wat keek ik nu al uit naar het moment om dit koud kledingstuk aan te trekken. Schaduwplaatsen zijn echter schaars langs de baan en als je er één vindt om even te stoppen en te drinken,  dien je die meestal te delen met wat brommers of en kar met landarbeiders. Niet echt een plek om je T-shirt uit te trekken dus. Wel om je vol te smeren met zonnecrème.

De route was ook heel wat verlatener. Terwijl de dagen voorheen elke halve km wel kraampjes opdoken, waren er nu vele km’s zonder bewoning. Het was  een beetje saaier: desolaat, groen en mooi maar eindeloos. Beiden waren we moe en warm,  toen we na bijna 60 km Chhaeb,  een klein gehucht met guesthouse tegenkwamen. De volgende dag zou nog desolater worden en moeten we 89 km zien te fietsen tot Stun Treng. We besloten dus nog niet in te checken en ter plekke op zoek te gaan naar mogelijkerwijs een lift. Een man die Frans sprak kwam ter hulp en een uurtje later stopte er een auto die ons wou brengen voor 15 dollar . Dat lukt nooit dacht ik, want wij waren niet de enige passagiers, ook onze fietsen moeten mee, nog een vaderen twee kinderen, een grote reserveband,  4 tal grote zakken en nog een man. 

Maar in Cambodia kan alles, dus ook twee fietsen en heel wat extra bagage in een lexus,  daarnaast wij  en 3 volwassenen  (2 op de Chauffeursstoel!)/en 2 kinderen vooraan, gezellig met zijn 9 dus. Een carpool actie om U tegen te zeggen.

Om 17u waren we in Stung Treng, we hadden 1,5 u gereden (89Km) door verlaten brousse  zonder mogelijkheid tot kopen van water of eten en waren blij dat we dit hadden kunnen skippen. Stun treng ligt aan de Mekong en hier is weer leven, we spotten enkele andere blanken en een pizzeria. De kinderen gaan uit de bol na 5 ochtenden, middag en avond noedels en rijst.   Eet nooit pizza in Cambodia.  Het had meer weg van zure room op wak brood dus zijn we daarna nog soep en rijst gaan eten en een frisse pint gaan drinken en slapen in een hotel met airco!!!!

Wit

22 april Kulaen – Prea Vihear 35km (al om 9.45 in ons guesthouse, de hitte vermeden)

  • Mama, waarom willen al die kindjes me aanraken
  • Omdat je zo een wit velletje hebt
  • Willen zij ook een wit velletje?
  • Ja, ze willen wat witter zijn en wij willen meestal wat bruiner zijn.
  • Hoe word je wit? 
  • Echt wit worden lukt niet maar door niet in de zon te komen, word je niet bruiner. Daarom dragen ze hoeden en lange mouwen en…
  • Word je van de zon bruin
  • Ja
  • Maar ik wil niet bruin worden. Ik wil niet bruin worden
  • Dat is ook niet voor altijd, dat gaat er weer af, na wat tijd en onder de douche
  • Ik wil onder de douche!!!
  • … 
  • Mama, Waarom roepen al die kindjes Hello Hello? 
  • Omdat ze jou goeiendag willen zeggen
  • Allemaal? Maar zoveel, waarom doen ze dat allemaal?
  • Omdat ze hier niet elke dag witte fietsers zien.
  • …    maar ik wil niet bruin worden., ik wil onder de douche!!

Route 64

​21 april Svay  Leu – Kulen 65 km

We vervolgen route 64, een nieuwe asfaltbaan die vlot en glad rijdt. Vroeg opstaan heeft zijn voordelen. Tot 9u30 was het doenbaar op de weg.  Ik voelde me ook herboren. Terwijl ik gisteren dacht “dit hou ik niet vol” (en het was onze eerste dag) gingen de km’s vlot. De baan is goed, weinig hoogtemeters, het verkeer relatief rustig. Er meldt zich een  nieuwe speler opde weg: een motocultuur of mini tractor met een hele lange houten kar.  Daar liggen dan meestal enkele mensen op samen met hout of bananen of …

We betalen hier met een mengeling van Riel en Dollars.  Het was van de lire geleden dat ik  nog ’s zoveel briefjes in mijn handen had voor banale aankopen. 4000 riel is ongeveer 1 dollar. Vaak krijg je riel terug als je met dollars betaald, dus we worden nog goed in hoofdrekenen. De prijzen van water en eten variëren afhankelijk van kraampje maar de meesten zijn doodeerlijk. Natuurlijk betalen we meer dan de cambodianen maar dat is ook logisch. Ze  tonen je hoeveel Riel je moet betalen door hun  geld te tonen (vaak een grote bak waarin gegraaid wordt) of op een rekenmachine het bedrag te typen. Vandaag kwam iemand 100den meters achter ons gereden met zijn bromer omdat hij te veel had aangerekend bij de aankoop van een fles water ( wat we ook al vonden maar zo lieten) Misschien keek hij als we weg fietsten naar zijn boedha beeld en besefte hij dat boedha zei dat meer hebben niet gelukkig maakt. 

Camille, ons gevoelig meisje, heeft het moeilijk bij het besef dat ze hier arm zijn en dat zij hier rijk is. Ze voelt zich schuldig en dus vaak zeer ongemakkelijk.

Zware start met zand en zweet

​20 april Siem reap –  Svay Leu (route 64) 63 km

Het vroeg vertrekken was niet helemaal gelukt. Bijgevolg zaten we op het heetst van de dag in de heetste maand onbeschut op de fiets. De zo’n staat loodrecht op de baan, dus schaduw is  er nauwelijks. We dachten een stukje te kunnen afsnijden door kleine baantjes te nemen. In het regenseizoen wellicht onmogelijk, nu te doen. Maar dat is het dan ook. De rode grindweg ging over in zandwegen. Zeer regelmatig liepen we vast in mul  zand, moesten we de fietsen duwen (met bagage kinderen op) en dat alles onder een hete zon die ons in een mum van tijd in liters zweet zette. De waterbuffels lagen loom toe te kijken, het was een beetje de hel, toch voor 10 km.

Overal lopen kinderen naar ons toe “Hello Hello” (of volwassenen vanuit hun hangmat), wat we beantwoorden met sosedei. Soms lopen ze mee en wilen ze je duwen. Of fietsen ze op veel te grote fietsen een stukje achter. Bij een kraampje waar we stopten om water te kopen, stonden in een mum van tijd 10tal kinderen dicht rond ons én onze fietsen. 20 grote ogen keken naar elke beweging die we maakten. Vlakbij. Camille en Maurice moeten hier wat aan wennen en plakten als twee jonge honden tegen me aan.  

Eenmaal terug op de weg (route 64) konden wat wat meer snelheid halen en dus hadden we wat meer wind maar heet bleef het, ik voelde me misselijk en wist niet of het kwam door de hitte, tekort aan vocht, eten van gisteren (dat me slecht was bevallen) of aan de malerone die we net begonnen nemen. We naderen immers malaria gebied en nemen een maand lang medicatie.  We namen 1 muskietennet mee van België  en kochten er nog een bij op de avondmarkt in Siem Reap. Na een cola en wat eten ging het weer stukken beter. 

Na 60 km vonden we een guesthouse.  Osmand (open street map app die we gebruiken) had het ons verteld. Hoewel het guesthouse eruit zag alsof het al 2 jaar geen gasten meer gezien had. Vooral camille moet wennen aan de basic omstandigheden. Geen douche maar een grote blauwe ton met een klein potje Om over je te gieten. Dat gebruik je dan ook meteen voor het toilet dat in hetzelfde kleine kamertje staat. 

Off the beaten track

19 april

Morgen begint het echt. De voorbije drie dagen hebben we ons gestaag laten onderdompelen in de schoonheid van de tempels van Angkor. Angkor was duizend jaar geleden een levende regio met een miljoen inwoners toen er in London nog maar 50.000 mensen woonden. De heilige stad (in het khmer) is werelderfgoed, de tempel Angkor wat het nationaal symbool. Bovendien was het een ideale gelegenheid om onze fiets skills te testen in de hitte. We konden nog wat opgaan in het toeristische, anonieme bestaan door niet als enige lange  (hij – ik ben hier eindelijk de modale middelmaat) blanke op de wegen rond te fietsen.

Overdag neigt het hier naar een veertig graden. Terwijl hij meestal al verstek geeft voor een dagje zee in Belgie omdat er nergens schaduw is en de temperaturen rond de 20 graden schommelen. Het was dan ook mijn stijf houdend been dat ons naar de tempels van Angkor leidde.   Hij wou eerder de noordelijke route en de bergen. Starten met grote klimmen,  daar zag ik wat tegenop en dan is cultuur het ideale vehikel om met rede platte paden (letterlijk en ja, ook beetje figuurlijk) te betreden. Ik won dus weer. Zolang er geen fysieke competities tussenzitten,  is dat mijn klein geluk.

Moordend heet dus, maar op de fiets valt het mee. Of valt het beter mee. De wegen tussen siem Reap en Angkor zijn een voortdurend kabbelend verkeersgeweld waar vooral stilstaan gevaarlijk is. Er wordt gelaveerd,  geslalomd, voorbijhestoken en getoeterd dat het een lieve lust is.
De bussen toeteren als ze een auto inhalen, de auto’s toeteren als ze een tuktuk inhalen, de tuktuks als ze een brommer inhalen de brommers als ze een fietser inhalen. Voetgangers zijn er niet dus wij zijn laatste in de rij en krijgen exponentieel veel toetersalvo ’s te verwerken.  Toeteren betekent (den ik) ik kom eraan dus hou je gereisd want er wordt absoluut geen vaart geminderd

De tempels zijn adembenemend om te zien. De afstanden zijn groot maar de fiets is hier ideaal. De aardige glimlach van de khmers is heerlijk. De kinderen hun witte huid willen ze voortdurend aanraken. Vooral Maurice moet het ontgelden: kneepjes in de wang, een klets op zijn achterste en hello little boy. Hij laat het zich welgevallen. Is het omdat hij kleiner en jonger is, of raken meisjes minder aan, ik weet het niet. Camille vindt het alleszins niet zo erg als ze met rust gelaten wordt.


De Pino Hase wordt op gelach en bewonderende blikken onthaald. Daar ze hier in Cambodia onder zowat alles wielen zetten en ze bovendien zowat alles vervoeren op iets waar wielen onderstaan,  vallen we niet zo op. Er wordt wel eens geroepen ‘tuktuk bike!’ Of ‘ best bike ever seen’ af en toe keert een brommer (met 4 passagiers) om om even nzast ons te rijden en vanonder hun monddorkje hun ontwapende lach boven te toveren. De fiets is hier door veelvuldig verhuur redelijk aanwezig. Toch is een fietsenmaker vinden die de schijfrem wat wil bijregelen minder evident (ik draaide aan een foute schroef en verloor zo wat olie, mij remmen waren dus een beetje ontregeld). Maar hij is mijn held als het op doorzettingsvermogen aankomt -en ook al had hij net een dag kennisgemaakt met dat waar 80% van de toeristen kennis meemaakt de eerste weken en wat zich meestal in een klein kamertje afspeelt- , hij kreeg het toch maar weer gefikst.  Volgens hem heb ik de verkeerde fiets mee maar volgens mij heb ik de ideale vent mee.