Waar sliepen, aten, wasten wij?

Bijna even lang terug dan ooit weg geweest en het leven herpakt zich sneller dan ooit. In dit seizoen vertrekken de betere planners naar Azië. Het seizoen wanneer de hitte dragelijk is. De voorbije maanden kregen we dan ook enkele vragen, van gezinnen of van fietsers die voor kort of langer vertrokken naar het oosten. Waar sliepen, aten en wasten jullie je? Tijd dus om onderstaande blog es af te maken.

……….

Daar sta je dan. Met 2 kinderen en 2 fietsen vele kilometers van huis. Nog steeds geen flauw benul hoe je de komende maanden zal doorbrengen en waar. Enkel een zwak vermoeden, een verslag hier, een foto daar. Meestal heroïsch hier, met aangepaste filter daar. Bijna nooit in de juiste combinatie fietsen, kinderen, landen.  En dan komt de realiteit, waar helden klein zijn en filters je eerder voor geuren behoeden.

Soit, voor allen die ooit een (fiets)reis met kinderen in Azië plannen: de ongecompliceerde “waar slaap, eet en was je je”-lijst?

Slapen

 
In Cambodia, Laos en Vietnam sliepen we meestal in kleine hotelletjes die stonden aangegeven op maps.me en Osmand. Enkel in grotere of toeristischere plaatsen, boekten we online (via Agoda of Booking.com). We vroegen steevast een tweepersoonskamer met twee enkele bedden voor ons gezin van 4. Elke éénpersoonsbed is groot genoeg om met twee in te slapen. Zeker als nummer 2 een kind is.
We hadden twee kleine matjes mee en 1 lakenzak, in Hanoi kochten we 3 paar extra zijden lakenzakken. Regelmatig boekten we een tweepersoonskamer met dubbel bed. Dan vielen de kinderen in slaap in het bed en werden ze ’s nachts op de matjes gelegd. We hadden twee muskieten netten maar heel vaak was het onmogelijk om dit op te hangen. Een ventilator was bijna altijd aanwezig. En in de meeste gevallen ook airco.
(meer  over Laos en Cambodia lees je hier)

In Vietnam sliepen we regelmatig in een Nha Nghi (local guesthouse). Slechts 1 keer had dit duidelijk andere doeleinden, getuige de spiegel aan het bed en de foto’s aan de muur van wazige jaren zeventig meisjes met niet veel kleren aan. Maar ook dan voelden we ons veilig en welkom. De bedden in Vietnam zijn trouwens bikkelhard. Een enkele keer stonden we erop om lakens te verversen wegens echt niet fris, dat wordt dan zonder veel boe of ba gedaan. De prijzen waren meestal rond de 10 euro per nacht (soms erboven, soms eronder). De meeste kamers waren basic maar ok. Kakkerlakken en gecco’s heb je overal. Helaas ook zeer vaak de geur van sterk insecticide.
(meer over Vietnam lees je hier)

In China boekten we meer online, via Agoda of Booking. Ook werd steeds paspoort en visa gevraagd en geregistreerd in het centraal systeem.  Voor verlenging van je visa heb je een officiële hotel registratie nodig. Sommige hotels weigeren buitenlanders omdat ze daar geen toestemming voor hebben. Zelf hebben we geen weigering  meegemaakt maar wel hotels die ons niet konden registreren. Dan zorgde een oog-dichtknijpende eigenares of een ter hulp schietende buur die haar paspoort leende, dat we zorgeloos konden slapen. In volledig afgelegen gebieden was overnachting zoeken minder evident. Een tent zou dan wel handig geweest zijn, die hadden we niet maar iedereen wil helpen en een translate app is zeker een must.
(meer China lees je hier)

Japan was het moeilijkste land om overnachting te vinden. De prijzen waren meteen een stuk duurder, de zomer gaf veel volboekingen en Japanners zijn iets minder gewend aan met 4 op een 2 persoonskamer slapen.  Onze tent die meegekomen was met onze bezoekers gaf ons iets meer vrijheid. We sliepen enkele keren “wild” in stadsparkjes en enkel keren op een soort camping die niet echt ideaal was.
(alles over Japan lees je hier)

Eten

Enkel en alleen voor het genot van heerlijk en vers eten, is Azië een droombestemming. Rijst en noedels werden drie maal daags met plezier binnen gespeeld. Soep als ontbijt werd voor de kinderen bijna even normaal als suiker op de pannenkoeken, bijna…  Ik kon zelfs op de meest afgelegen plaatsen vrij eenvoudig uitleggen dat ik geen vlees at (lang leve Google Translate app en mijn standaardzinntjes). In Vietnam en China werden we gewoon mee de keuken ingenomen om aan te duiden wat er dan wel in de pan mocht.
Terwijl we in Laos nog veel rijst en ei aten, werd dat in Vietnam vervangen door Pho met veel groen blad en kruiden en aan de kust door seafood. In China bestelden we meestal  veel verschillende gerechten van de kaart. Bijna altijd te veel, vaak anders dan we dachten. Veel menukaarten bestaan uit foto’s wat de keuze iets makkelijker kan maken. Niet alles wat je krijgt lijkt dan weer op die foto. Maar ondertussen leerden we de vele varianten van tofu en tofuhuid kennen.  Hotpot was ook populair, de lokale variant van fondue maar dan met een bouillon en groenten. De kinderen misten wel es brood maar op toeristische plaatsen waren er vaak Pancakes te krijg. Het vers fruit en de smoothies maakten veel goed. Water in flessen was overal te koop. In grote plastic bakken vol met ijs in Cambodia, in ijskasten in Vietnam.  Meestal zijn er ook grote bidons waar je eventueel kan hervullen.   In Vietnam en China krijg je vaak  gratis groene thee. De Chinezen lopen ook overal met hun glazen thee thermossen rond en kan je overal warm water krijgen. De verse glazen en borden zijn vaak opnieuw verpakt, zodat het steeds lijkt of je de eerste gebruiker bent.
in Japan aten we heel vaak bentoboxen uit de lokale buurtsupermarkt. Voorgerolde sushi, rijstdriehoekjes, edamame, … Naast sushi aten we Udon, Sobi, Ramen noodles, allen even lekker maar we zijn vooral fan van de fastfood Udon variant. De restaurants etaleren hun kaarten aan de hand van opgezet voedsel, gelakt en geplastificeerd in het raam ten toon gesteld.  Ook was in Japan terug volop zuivel te krijg (yoghurt) en ja, ook een soort brood, ook al was het dan wit en sponsachtig. De kinderen waren er best blij mee. Helaas  was fruit veel zeldzamer en duurder. In Japan komt alle drank zowat uit automaten die je op elke straat hoek ziet staan. Warme koffie of een koude fles water, de automaat levert.  In elke supermarkt krijg je gratis warm water of koop je een beker met ijs.

Wassen en Plassen

Wie weinig kleren meeheeft moet veel wassen. Doorheen onze trip zagen we ook veel verschillende toiletten.
We hadden handwaszeep mee voor de snelle was in de badkamer maar lieten heel vaak onze was doen. In Cambodia, Laos, Vietnam kan je dat meestal per kg laten doen. In hotelletjes had je er vaak westerse toiletten maar wel met sproeier. Meestal was er wel een beetje wc papier aanwezig. In eetkraampjes en stalletjes mocht je meestal gebruik maken van het huis toilet.  Dan was er vaak water in een ton te vinden en een schepje.
In China moesten we wat meer zoeken naar het wasmachine en werden we meestal geholpen door het hostel waar we zaten. Of moesten met behulp van een translate app de publieke wasmachines proberen te bedienen. Vaak kaapten we een dakterras om onze was te laten drogen. We hadden dus een lijn en wasknijpers mee.  De Chinese toiletten waren de meest gevreesde maar volledig onterecht. Overal heb je goed onderhouden en propere publieke toiletten.Ja, soms is er minder privacy en een goot ipv een pot maar ook dat viel eigenlijk goed mee.
De Japanse wasmachines waren leesbaarder dan hun toiletten dus ook daar konden we meestal onze zweetkleren weer proper krijgen. De toiletten waren een ervaring op zich. Snel wen je aan de bedieningspanelen, de extra flushgeluiden en de brilverwarming. Ook in Japan vind je in elk park een proper openbaar toilet. Bovendien hebben ze een kinderzitje in het toilet staan, zodat je als jonge moeder of vader je handen vrij hebt. Even simpel als geniaal.

Advertenties

De boot op naar Japan, Shanghai – Osaka ferry

18 -20 juli Oost-Chinese zee (ca 1500 km)

Als je tijd hebt, moet je die met twee handen grijpen en beetnemen.

Omdat slow travelling ons devies is en we vliegen willen vermijden namen we ferry van Shanghai tot Osaka. 45 u varen. 45 u tijd om afscheid te nemen van China en kennis te maken met Japan, want de boot, dat was twee werelden in één.

Heerlijk vond ik het, vanaf het opstappen aan de Bund, met zicht op Pudong district tot de aankomst in Osaka, met buigende en temperatuur metende Japanners.

We waren een beetje zenuwachtig omdat we geen bevestiging kregen of onze fietsen mee mochten. Maar met wat extra betalen, was dat geen probleem. Opgelucht checkten we dan ook in. Zo opgelucht dat we vergaten onze fietstassen eraf te halen en dus te laat beseften dat die onbereikbaar in een ruim zaten terwijl de andere passagiers hun handbagage meenamen. Vriendelijke bemanning hielp ons later uit de nood en hem in het ruim.

C en ik kregen een plekje in de vrouwen slaapzaal, in Japanse stijl met tatami’s en zes andere vrouwen Hij een M sliepen in een bed omdat de jongens slaapzaal als berg ruimte ingedeeld was. Er waren slechts 41 passagiers en wellicht evenveel bemanning. En zo begon onze tocht die een en al rust was. Wat lezen, en het Onsen bad nemen ( de Japanse sauna variant), wat slapen, iets eten, op het dek naar de zee turen… 45 uur zijn nog nooit zo kort geweest.

Praktisch

Er zijn twee lijnen, die elk 1 keer per week heen en een keer terug varen. Wij namen de Shanghai ferry op dinsdag en kwamen toe op donderdag. We betaalden 1750 RMB per persoon (voor slaapzaal), kinderen halve prijs en fietsen nog es 40 euro. Ontbijt is inclusief. Je kan zowel in RMB als japanse yen betalen, er is een klein restaurant en heel wat automaten. Er is een Onsen, een leeszaaltje en je kan een Chinese wifikaart kopen (VPN nodig) die echter niet zo goed werkt.

https://www.shanghai-ferry.co.jp/english/unkou.htm

http://www.shinganjin.com/time_table_e.php

De deelfietsen van China

In elke stad waren ze aanwezig maar nooit zo talrijk als in Shanghai. 

Voor het eerts moeten we onze fietsen mee in onze hotelkamer nemen. Tekenend voor het plaatsgebrek in deze miljoenenstad, Hier wordt veel gefietst en van alle fietsen die we zien is de overgrote meerderheid een deelfiets. Je hebt ze in alle vormen , gewichten en kleuren. (Ik zie maar een maat, eerder de mijne dan de zijne)  Betalen die je met Allipay, zoals zowat alles in China,, het slot gaat open na een scan van de QR code. Ze staan dus ook niet op vaste staanplaatsen maar overal, werkelijk overal zijn delen van het fietspad fietsparkeerplekken geworden, die netjes worden gebruikt, eat this Gent. 

Ja, ik las wel over de miljoenen afval deelfietsen, die luie Chinezen toch. Ik las trouwens ook iets over de day after Werchter, die luie Vlaming toch… Alleszins kan België nog wat leren van het veelvuldig gebruik van deze deelfietsen.

Die zonder lucht in de banden

Die op elektriek (hoewel ons niet duidelijk wie die oplaadt)

Die met kabels voor de slimme telefoons (en slimme mensen)

Die goudgroen (mijn favoriet)

De minion variant (zeer populiar want zelden stilstaand te spotten)

Die met zonnepanelen (maar ook niet duidelijk waar die energie dan naartoe gaat)

Maar zoals wel meer in China is alles groter en groots. We zijn allang blij dat de stinkende brommers van Hanoi hier vervangen zijn door deelfietsen. Maar dit artikel is het lezen waard als je meer wil weten dan de kleurtjes die ik.met jullie deel. 

Shanghai en de gouden kooi

Terwijl we ons in Shanghai (de grootste stad ter wereld met een oppervlakte van 6341 km2 en 24 miljoen inwoners)  vergapen aan de indrukwekkende hoogbouw, de brede lanen met platanen, de snelle economische radmolen en de Westerese winkelketens, sterft in het zelfde land een man in gevangenschap omdat hij andere dromen had.
 Voor ik een voet in China zette, was mijn beeld reeds gekleurd, hetzij andere kleuren dan nu. Een land in ontwikkeling, een ontwikkelingsland, grote vervuiler, een voorvechter voor schone energie, een gehoorzamend en democratisch gebonden volk, een gecensureerde en censurerende grootmacht… Ergens hoopte ik een beetje zicht te kunnen krijgen op dit mysterieuse land. Zodat ik eenmaal terug in België op feestjes en etentjes spitsvondige analyses ten berde kon brengen. Helaas ik had geen idee en ik heb nog steeds geen idee. Mijn analyses zullen beperkt blijven tot een vergelijkend onderzoek van de Chinese bieren, Want hoe verplaats je je als westerling, als toerist, als analfabete nitwit in zo een complex land. Een land dat in een razendtempo veranderd is, waar grootouders en kleinkinderen volledig andere levens leiden. Is er een mogelijkheid om een beetje voeling te ontwikkelen? Zal ik na deze 6 weken iets meer begrijpen wat het is om in een absolute 1 partijstaat te leven? Is er een mogelijkheid om kritisch te kunnen zijn? We kwamen te weinig dicht bij de mensen om veel meer te begrijpen dan de oppervlakkige eerste indrukken. 
 Ja, we sukkelen dagelijks met internet, moeten onze nieuwsbronnen bereiken via omzwervingen en VPN, ik kan enkel bloggen door in te loggen in Duitsland of Indië.  En Wechat (de Chinese sociale media) gebruik ik enkel om te connecteren met mijn nieuwe vrienden. Facebook en instagram zijn de directe lijnen naar mijn eigen omsloten werkelijkheid. Naar mijn bubbel van wereldkritische connecties en voorvechters voor schone en sociale werelden. Ik ben niets wijzer geworden en heb geen antwoord klaar maar zal wel blij zijn weer vrij te kunnen surfen. 

Maar in Shanghai, d
e meest Westerse stad, het meest oneigenlijk stukje China dat we zien, voelt de vrijheid voor het eerst een beetje vreemd. Even vreemd als ontdekken dat de Suisse koffiekoek die ik kocht geen rozijnen maar rode bonen bevat. Verrassend en slechts beetje zoet dus. 

Vorig jaar deden we met mijn werk (Netwerk Bewust Verbruiken)  mee met een twin programma om de banden tussen NGO’s in China en Europa aan te halen (meer info via Asienhaus of Can Europe). Een vrijwilligster bij ons ging een maand in China bijleren over allerlei deelinitiatieven en Jeanne kwam een maand in België onderzoek doen naar duurzaamheid en consumptie. En Jeanne (ja, elke Engels sprekende Chinees neemt een Engelse adoptief naam) is een echte Shanghainese en stond erop ons rond te leiden en te gidsen.
Jeanne is een fantastische gids, ze spreekt vloeiend Engels dus hebben we voor het eerst in China “echte” gesprekken. Ze is bezig met een doctoraat rond Carbon cities, is vrijwiliger in een ngo en mama van een zoontje van 3. Maar meer nog dan de grootsheid en schoonheid van Shanghai, zijn de kleine gesprekken bevreemdend. Nieuwsberichten in Europese kranten liegen er meestal niet om, maar toch is het verbazend hoe anders Chinese waarden, burgerschap en visie zijn. We worden meegtroond naar het museum rond de communistische partij  (voormalige huis waar op 23 juli 1921 de eerste vergaderingen plaatsvonden die uiteindelijk tot de oprichting van de CCP leiden) . Een narcistische, zelfverheerlijkende tentoonstelling met Mao en zijn maten in de hoofdrol. Het sluit eerder aan bij een Disney tekenfilm dan bij wat wij verstaan onder geschiedenis. Zelfs hij blijft gemaakt lachen, terwijl we C verschillende keren aanmanen om wat zachter te praten als ze Stalin blijft aanwijzen en zeggen, die was toch slecht? 

 Jeanne vertelt ons over hoe duur het leven is in Shanghai, maar ook hoe bevoorrecht ze zijn dat ze Shanghai op hun IDkaart hebben staan. Haar man komt van het platteland, vertrouwt ze ons toe maar verdiende voldoende punten dankzij zijn master en onderzoek om te upgraden naar een city ID. Kansen groeien en die geef je niet zomaar vrij.
Zonder enig oordeel deelt ze ons mee dat Chinese ouders hun  kinderen nooit zouden toestaan om water over zich te gieten (wat C deed, het was 40 graden). Voor het eerst -sinds onze al bijna 4 maanden durende reis-, proberen we om de kinderen wat meer in het gareel te laten lopen (neen, niet op tafel zitten, neen, die noedels niet met je handen eten, gebruik je stokjes, praat niet zo luid en dat vechten met elkaar, hou dat beleefd en…). Zonder succes. We hebben nog 10 dagen eind augustus om de spoedcursus aanpassen aan regelmaat te introduceren.  Je hebt inderdaad het gevoel dat de Westerse visie om kinderen toch ook kind te laten zijn, tr lztêspelen en ontdekken,  totaal vreemd is. Jeanne vertelt dat haar zoon Engelse les krijgt, wiskunde oefeningen doet en in de zomervakantie naar een preschool instituut gaat waar hij huiswerk krijgt. Haar zoon is 3. 
We bezoeken samen met Jeanne een bioboerderij en volkstuincomplex, een nevenproject van de NGO. Een unicum in China wellicht. We oogsten tomaten met de kinderen en lotusbladeren.  En zo voelen hij en ik ons even thuis met herinneringen van een ver verleden toen we beiden op bioboerderijen werkten. 

De laatste dagen China fi

etsen we vele kilometers door de miljoenenstad.En Shanghai blinkt. Fietsen is hier een plezier. De hitte is moordend maar er is vaak schaduw dankzij de oude platanen – een erfennis van de Fransen. Er wordt veel gefietst, meestal op deelfietsen in alle kleuren en vormen maar in 1 maat (klein).  Verkeerslichten die aftellen en afwisselend alle rijstroken groen geven, maken de brede straten overzichtelijk. 

Heel China is hier samengebald, smalle straatjes waar de kippen geslacht worden, grote blinkende gebouwen met Starbucks in, oude vrouwtjes die kaart spelen in een park en mannen die hun vogels in kooi uitlaten, brede lanen met chique auto’s, zakenmannen op deelfietsen, electrische prehistorische bakfietsen die vuilnis ophalen, meeneem noedels en dumplings, dansende oudjes, tai chi oefenende mannen, gele Deliveroos kangeroos op scooters, altijd gehaaste, altijd werkende dertigers, theedrinkende vijftigers, eenkindpolitiek-resultaat schoolmeisjes in uniform, grootmoeders met een boreling zonder pamper op hun arm, verbaasde blikken, peacetekende selfie-vragers,  duimopstekende mannen, spuwende vrouwen, zeer behendige stokjes etende kinderen,… China, je veroverde een speciaal plekje in onze harten, we gaan je missen… 

Van Shaoyang tot Shanghai

Shaoyang bleek een zeer saaie stad waar niets te beleven viel en daardoor uitermate boeiend. 

We blijven twee dagen, we besloten immers om hier al de trein naar Shanghai te nemen. Er was regen voorspeld en we hadden niet zoveel tijd meer om de 350 extra km tot in Changsha te trappen. Beetje dubbel gevoel, we hadden zin in de fiets maar de dagen korten en we willen altijd zo veel. Dus opnieuw werden de fietsen opgestuurd met de trein en volgen wij twee dagen later.

Shaoyang

Vissersbootjes

Terwijl elke andere miljoenenstad waar ook ter wereld garant staat voor een heterogene mix van mensen, culturen, belevenissen en consumentisme, is deze stad niets van dat alles.  Geen hippe koffiebars, geen winkelketens, geen herkenbare cafés, alles lijkt zeer homogeen. Natuurlijk klopt dat niet of klopt dat enkel door onze Europese bril. We zien restaurants uitgebaat door  Hui moslims, kleine armzalige eetstandjes en chiquere meubelwinkels,  Maar dat hier zeer zelden blanken komen, valt toch wel op. Overal veroorzaakten we een kleine volkstoeloop. 

Mensen staan stil en gapen ons aan. Als we zelf ergens halt hielden, stond er niet veel later een groep Chinezen rond ons. Erop gebrand de kinderen hun haren aan te raken (die het tegenwoordig gewoon op een lopen zetten terwijl wij dan wat verontschuldigend lachen en met een blik van ‘tja een kind he’ hen proberen terug te roepen).

 De Chinezen laten het niet aan hun hart komen, ze roepen nog wat luider, lappen onze persoonlijke ruimte volledig aan hun laars en blijven rond ons zoemen als bijen rond een korf.  Het is moeilijk om los te komen uit ons Westers perspectief, onmogelijk  zelf. De taal vormt de grootste barriere. Er wordt hier helemaal  geen Engels gesproken (en zij die enkele woorden kunnen spreken zijn vaak veel te verlegen). Dus blijven ze proberen om in het Chinees tegen je te praten. Meestal praat ik terug in het Nederlands, wat de kinderen vreemd vinden en de Chinezen vaak grappig (dat brengt zij die kunnen lachen met mijn mopjes op drie : mijn vader, mijn dochter en de Chinezen). 

Poging om rustig iets te drinken

Soms nemen ze hun toevlucht tot pen en papier (of telefoon) en denken dan dat je de tekens wel begrijpt of kan lezen. Op zich ook niet zo vreemd als je weet dat 15% van de wereldbevolking Chinees spreekt. En net zoals wij altijd verbaasd zijn hoe weinig er een andere taal kunnen, is het voor velen out of reach dat iemand geen Chinees spreekt.  En zeker in  Shaoyang. Onmogelijk te vatten hoe ver Europa hier lijkt. 

Ook Shaoyang overstroomde. Zetels staan te drogen aan de waterkant

Kiss me goodbye. Kikkers gevangen in zak, straks in de pan

Heerlijke (vegetarisch) ontbijt – noedelsoep

De trein is altijd een beetje reizen in China. We overbruggen 1300 km in 7,5 uur. Deze keer zijn we blij dat voorlopig mijn genen nog domineren in de kinderen. Je betaalt pas een plaats als je 1m20 bent en dat zijn ze beiden nog niet, tenminste als C licht door haar knieën buigt (dat zijn dan weer zijn genen die hier gaan domineren). 

Fietstassen zijn niet zo handige reistassen zo zonder fiets. In china wacht je in de wachtzaal tot je trein aan het perron staat, dan ga je allemaal samen naar daar.

Een rustige treinreis werd het niet. Zowat elke passagier heeft een kind kleiner dan 1m20 op zijn schoot zitten.  Er worden luid karaoke kinderliedjes gezongen, luid gegeten, luid gespuwd, luid geroepen. Hij zet zijn koptelefoon op, ik doe mijn oordopjes in.  Ik lees Harry potter weer, we maken noedels, doen verwoede pogingen de kinderen te laten slapen. En dan zijn we in Shanghai, het is bijna middernacht. Een taxi brengt ons naar ons hotel (vlakbij want morgen moeten we om de fietsen) maar blijkbaar is onze reservering geannuleerd (we zijn te laat) en zijn er geen kamers meer vrij. Maar zelfs om middernacht, in een miljoenenstad, ergens in  een volboekt motel langs de snelweg, terwijl hij witheet van woede wordt en ik alleen maar aan een bed kan denken (en nooit ongerust ben zolang ik maar een viskaart heb), staan de gezichten van de chinezen stoïcijns neutraal en huppelen twee vermoeide kinderen rond terwijl ze ‘ben ik te min’ zingen. Een om de hoek hotel heeft wel nog twee bedden vrij en we zijn weer wat ongeplande euro’s armer. Ze zal nog wat meer door de knieën moeten buigen. 

Ganzen, gedroogde groenten en Mao

8 juli Wufengpu – Shaoyang 53 km

Hoewel mijn lichaam gisteren echt moe was, doet goed slapen wonderen. Dus volledig verkwikt vroeg ik hem deze ochtend wat de naam was van het dorp waar we vandaag heen reden. Hij liet me fijntjes weten dat het dorp een stad was van 8 miljoen inwoners, Shaoyang genaamd.

We rijden nu meer door afgelegen, achtergestelde dorpen op het platteland. En hier is onze verwondering recht evenredig met deze van de bevolking. Wij kijken onze ogen uit. Zij even zeer naar die 4 blanken op hun twee fietsen die zwoegend tussen de ganzen en de rijstvelden heuvels op fietsen. Regelmatig vertraagt een auto naast mij tot bijna stilstand om dan vanuit hun geblindeerde ramen foto’s te nemen. Of ze remmen 20 meter verderop en stoppen op het fietspad om ons nog eens goed gade te kunnen slaan. Dat ze me hiermee eerder hinderen zal hun worst wezen, in dit stukje van de wereld  waar zelden in achteruitkijkspiegels wordt gekeken en de knipperlichten vervangen zijn door claxons.

Laatste km’s voor Shaoyang komt urbanisatie op gang

We waren al gewoon aan de selfies en de foto’s maar hier komen ze bij elke stop ongegeneerd rond je staan, inspecteren de fietsen, praten en vragen honderduit in het Chinees en giechelen en slaan hun hand voor hun mond als je in het Engels terugpraat. We lachen wat, soms lachen ze terug. Soms krijgen we eten, soms stopt een auto en geeft ons water en limonade vor de kinderen, soms wordt er geroepen Good busy! Of So great! So special!

Waarom weet ik niet, maar plots is er veel meer blauw en minder rood

Chinees platteland in Hunan

De dorpen zien er verlaten uit,  bonen, aubergines en paddestoelen hangen te drogen in de zon, de ganzen scharrelen rond, hun geur kruipt in ons neusgaten. De deuren staan open en in de opening zit vaak een opa, een kind. Mao hangt in vele huiskamers prominent aan de muur. Kinderen spelen op straat. Een hond ligt stil gade te slaan. Er wordt gekaart, de rijstplantjes worden geplant, vuilnis wordt verzameld en vuurwerk wordt overal afgestoken.

Stoffige dorpen

Restanten van vuurwerk /voetzoekers

Winkeltje waar we water kopen, Mao kijkt toe

Sundried vegetables…

Hoe stoffig het platteland waar we doortfietsen, hoe groots Shaoyang oogt als we binnenrijden. De typische Chinese wolkenkrabbers zijn vollop in aanbouw, toch voelt het vreemd dat in deze stad bijna heel de Belgische bevolking woont. Veel lijkt hier immers  niet te beleven.

Shaoyang

We stoppen in het eerste koffiehuis dat we zien, hip en duur. Voor 3 euro kan je hier een koffie drinken. Wat heeft China toch duidelijk twee snelheden, twee parallelle werelden heel dicht op elkaar.   De aanwezigheid van een groot treinstation en de voorspelling van zware regen de komende dagen, doen ons besluiten opnieuw onze kaarten op tafel te leggen en te herschudden. We vinden een hotelletje, de kamers ruiken niet echt fris maar het is zeker ok en we gaan verder in de straat eten. Als we terugkomen blijken er verschillende (eerder brave) visitekaartjes van meisjes van plezier onder de deur geschoven. Maurice besluit prompt om ze bij zijn pokkemonkaarten te steken. Laat me eraan denken at ik die eruit haal als hij ze op school weer wil gaan ruilen.

Lotusvruchten

Kaarters in Shaoyang

view van treinstation Shaoyang

Zicht uit ons raam

On the road again, van Guangxi naar Hunan

​5 juli Guilin – Xiangli 72 km

6 juli Xiangli – Yongzhou 45 km + 150 Km bus

7 juli Yongzhou – Wufengpu 67 km

Om 9u stonden we aan het  public security bureau in Guilin en om 9u30 hadden we onze visaverlenging in handen, klaar voor de fiets. Ik was een beetje zenuwachtig, voor het eerst in China echt weg van toeristische bestemmingen. Zouden we wel een slaapplaats vinden, zonder tent en als buitenlander. Sommige Chinese hotels mogen immers enkel Chinese inwoners ontvangen. We installeerden Amap, de Chinese Google maps zeg maar, zodat we ook hotelletjes konden vinden. Vreemde gewaarwording om te merken hoe je je volledig analfabeet voelt, als je de tekens niet kan lezen, plaatsnamen in het Chinees probeert te memoriseren en je je digitaal gedesoriënteerd tussen alle kaartenapps probeert te situeren.

Amap, navigeren in het Chinees

Het compromis van niet te veel hoogtemeters, resulteerde meteen in 72 km langs een helaas relatief drukke baan. Idealiter fietsen we met kinderen 50 tot 60 km per dag maar meestal moeten we meer fietsen om een overnachting of stadje te vinden. Moe maar voldaan arriveren we in Xiangli waar het water blijkbaar ook hoog heeft gestaan. In de huizen langs de rivier staan zetels, kasten en kleren op straat, poging om te drogen inde miezerige zon. De huizen zien er troosteloos uit, de straten vuil. Het centrum daarentegen leeft en flikkert van het neonlicht.  Zoals wel vaker worden kinderen naar voor geduwd door een trotse mama of papa en krijgen we de standaard vraagjes. Where are you from, how old are you…  iets verder vinden we vlot een hotelletje. Ze kan ons niet registereren in het centrale hotel registratie systeem maar maakt er geen probleem van en hoewel de bedden steenhard zijn, er op straat heel luid geruzied wordt, slaap ik als een roos.

Ons picknick plekje even van de weg af. De rijstvelden zijn helaas nat, dus zitten we op de weg onder de schaduw van een eucalyptusboom

De volgende dag gaan we verder langs de G323. Een beetje uit humeur. We moeten minstens 150 km langs deze snelweg, hoop op beterschap is er niet en dat betekent drie dagen lawaai van voorbijzoevende auto’s en camions. Praten lukt niet, zingen evenmin, aangename stopplaatsen zijn zeldzaam en we hebben allebei al een beetje hoofdpijn.  

Er rijden echter zoveel lege camions en pick ups langs, dat we na 20 km besluiten om onze kans al liftend te wagen. Onze pogingen zijn vruchteloos en we krijgen vooral nieuwschierige omstaanders maar geen potentiële chauffeurs. Een man op zijn motor met drie kinderen, wijst ons richting busstation en waakt het volgende uur bij ons, met heel veel selfies met de meisjes tot gevolg. Niemand, echt niemand kan ons vertellen of er een bus richting Yanghzou is en of die fietsen mee kan nemen. Onze vertaalapps lijken wel Chinees. Meneer op zijn brommer geeft me zijn telefoon en aan de andere kant probeert iemand Engels met mij te praten, helaas, wijzer worden we er niet van. We eten enkele maiskolven en willen het opgeven als er plots teken wordt gedaan. 5 minuten later zitten onze twee fietsen in en wij op de bus.

Iets droogt in de zon aan het busstation, darmen of wier?

Obligate foto sessie

Ik krijg een plaats vooraan, met Camille op mijn schoot en wat mensen op emmers in de gang. Hij en Maurice vinden achteraan nog een plekje. Mevrouw links van ons en meneer rechts van ons, hebben blijkbaar last van busziekte en besluiten synchroon over te geven in en aangreikt rood vuilniszakje. Net als bij het rochelen en spuwen in het openbaar, is het geluidsniveau omgekeerd evenredig met het volume. tenminste dat denken we want Camlle zit verstijfd op mijn schoot en ik sis haar toe, voor je kijken ! en hef zelf mijn voeten op. We worden even later verlost uit ons lijden en krijgen een plaatsje achteraan de bus. We verlaten dus de autonome regio Guangxi en gaan de provincie Hunan in, waar Mao geboren is.

We fietsen nog 25 km naar Yangzhou en proberen een hotel te vinden. Het lijkt wat minder evident dan de vorige avond maar we worden op sleeptouw genomen en afgezet in een behoorlijk luxueus uitziend hotel. We twijfelen even maar zijn moe en de 25 euro is dan wel dubbel van wat we normaal betalen, het blijft relatief. Bovendien blijkt ontbijtbuffe ingegrepen en na een hele goede nchtrust staan de kinderen voor het eerst te popelen om te mogen ontbijten.  Er is dan ook wel wat ontgoocheling als het buffet uit Chinese gerechten bestaat zoals gepekelde groenten, opgeklopt ei, noedels met vlees, en zoete rijstgebakjes. Wij dan weer zijn zwaar ontgoocheld dat er geen koffie of thee te krijgen is, enkel warm water. 

Ganzenvervoer, meestal worden de beesten levend verkocht op de markten en aan hun poten ondersteboven mee naar huis en pot genomen

Het is warm als we weer op de fiets zitten en de 67 km vorderen gestaag. Het lijkt wel of we nooit plat fietsen, heuvel op, heuvel af. De wegen zijn afgelegener, het Chinese platteland ontplooit zich. Kippen schieten voor ons wielen, rijst en groenten worden op de grond gedroogd. Het is veel later dan gepland als we in Wufengpu aankomen. Ons middageten bestond uit bananen dus we zijn hongerig, moe en de kleren plakken aan ons lijf van het zweet.

Bonen drogen op een kar

Rijst droogt op de grond

Noedels drogen op een rekje

 Een hotel zoeken lijkt opnieuw niet evident. Een oude man helpt ons en loopt voorop maar loodst ons uiteindelijk een restaurant binnen. Een jong meisje en jongen komen ter hulp, ze spreekt een mondje Engels en toont ons een hotel dat ooit wellicht groots was maar nu evenveel tristesse uitademt. De jongen Lu nodigt ons uit voor het avondeten. We lopen mee met Lu door smalle straatjes en gangetjes, kopen 25 kg rijst en een watermeloen waarnz hij ons in zijn appartementje voor tv zet en begint aan de maaltijd. Als zijn mama arriveert (die we eerst voor zijn vriendin houden, zo jong ziet ze eruit), besluit Lu dat er te weinig eten is en we buiten gaan eten. Maurice kunnen we nog net losweken van de TV en we gaan weer op stap. We krijgen op en top chinees food, in een aparte TL verlichte kamer van een restaurant. De plaatselijke leraar Engels wordt opgetrommeld om ons te entertainen en de nodige selfies worden getrokken. Lu en zijn mama betalen het etentje (volgens de leraar Engels moeten we ons plooien naar de Chinese gebruiken en aanvaarden) en we krijgen ook nog een chauffeur terug naar het hotel. We zijn de talk of the town en nog wat selfies en wechat uitwisselingen later liggen we uitgeteld in bed. Het is voor het eerst dat we de kinderen moeten vrzgen om stil te zijn omdat wij al willen slapen. 

Leraar Engels en Lu’s mama