Waar sliepen, aten, wasten wij?

Bijna even lang terug dan ooit weg geweest en het leven herpakt zich sneller dan ooit. In dit seizoen vertrekken de betere planners naar Azië. Het seizoen wanneer de hitte dragelijk is. De voorbije maanden kregen we dan ook enkele vragen, van gezinnen of van fietsers die voor kort of langer vertrokken naar het oosten. Waar sliepen, aten en wasten jullie je? Tijd dus om onderstaande blog es af te maken.

……….

Daar sta je dan. Met 2 kinderen en 2 fietsen vele kilometers van huis. Nog steeds geen flauw benul hoe je de komende maanden zal doorbrengen en waar. Enkel een zwak vermoeden, een verslag hier, een foto daar. Meestal heroïsch hier, met aangepaste filter daar. Bijna nooit in de juiste combinatie fietsen, kinderen, landen.  En dan komt de realiteit, waar helden klein zijn en filters je eerder voor geuren behoeden.

Soit, voor allen die ooit een (fiets)reis met kinderen in Azië plannen: de ongecompliceerde “waar slaap, eet en was je je”-lijst?

Slapen

 
In Cambodia, Laos en Vietnam sliepen we meestal in kleine hotelletjes die stonden aangegeven op maps.me en Osmand. Enkel in grotere of toeristischere plaatsen, boekten we online (via Agoda of Booking.com). We vroegen steevast een tweepersoonskamer met twee enkele bedden voor ons gezin van 4. Elke éénpersoonsbed is groot genoeg om met twee in te slapen. Zeker als nummer 2 een kind is.
We hadden twee kleine matjes mee en 1 lakenzak, in Hanoi kochten we 3 paar extra zijden lakenzakken. Regelmatig boekten we een tweepersoonskamer met dubbel bed. Dan vielen de kinderen in slaap in het bed en werden ze ’s nachts op de matjes gelegd. We hadden twee muskieten netten maar heel vaak was het onmogelijk om dit op te hangen. Een ventilator was bijna altijd aanwezig. En in de meeste gevallen ook airco.
(meer  over Laos en Cambodia lees je hier)

In Vietnam sliepen we regelmatig in een Nha Nghi (local guesthouse). Slechts 1 keer had dit duidelijk andere doeleinden, getuige de spiegel aan het bed en de foto’s aan de muur van wazige jaren zeventig meisjes met niet veel kleren aan. Maar ook dan voelden we ons veilig en welkom. De bedden in Vietnam zijn trouwens bikkelhard. Een enkele keer stonden we erop om lakens te verversen wegens echt niet fris, dat wordt dan zonder veel boe of ba gedaan. De prijzen waren meestal rond de 10 euro per nacht (soms erboven, soms eronder). De meeste kamers waren basic maar ok. Kakkerlakken en gecco’s heb je overal. Helaas ook zeer vaak de geur van sterk insecticide.
(meer over Vietnam lees je hier)

In China boekten we meer online, via Agoda of Booking. Ook werd steeds paspoort en visa gevraagd en geregistreerd in het centraal systeem.  Voor verlenging van je visa heb je een officiële hotel registratie nodig. Sommige hotels weigeren buitenlanders omdat ze daar geen toestemming voor hebben. Zelf hebben we geen weigering  meegemaakt maar wel hotels die ons niet konden registreren. Dan zorgde een oog-dichtknijpende eigenares of een ter hulp schietende buur die haar paspoort leende, dat we zorgeloos konden slapen. In volledig afgelegen gebieden was overnachting zoeken minder evident. Een tent zou dan wel handig geweest zijn, die hadden we niet maar iedereen wil helpen en een translate app is zeker een must.
(meer China lees je hier)

Japan was het moeilijkste land om overnachting te vinden. De prijzen waren meteen een stuk duurder, de zomer gaf veel volboekingen en Japanners zijn iets minder gewend aan met 4 op een 2 persoonskamer slapen.  Onze tent die meegekomen was met onze bezoekers gaf ons iets meer vrijheid. We sliepen enkele keren “wild” in stadsparkjes en enkel keren op een soort camping die niet echt ideaal was.
(alles over Japan lees je hier)

Eten

Enkel en alleen voor het genot van heerlijk en vers eten, is Azië een droombestemming. Rijst en noedels werden drie maal daags met plezier binnen gespeeld. Soep als ontbijt werd voor de kinderen bijna even normaal als suiker op de pannenkoeken, bijna…  Ik kon zelfs op de meest afgelegen plaatsen vrij eenvoudig uitleggen dat ik geen vlees at (lang leve Google Translate app en mijn standaardzinntjes). In Vietnam en China werden we gewoon mee de keuken ingenomen om aan te duiden wat er dan wel in de pan mocht.
Terwijl we in Laos nog veel rijst en ei aten, werd dat in Vietnam vervangen door Pho met veel groen blad en kruiden en aan de kust door seafood. In China bestelden we meestal  veel verschillende gerechten van de kaart. Bijna altijd te veel, vaak anders dan we dachten. Veel menukaarten bestaan uit foto’s wat de keuze iets makkelijker kan maken. Niet alles wat je krijgt lijkt dan weer op die foto. Maar ondertussen leerden we de vele varianten van tofu en tofuhuid kennen.  Hotpot was ook populair, de lokale variant van fondue maar dan met een bouillon en groenten. De kinderen misten wel es brood maar op toeristische plaatsen waren er vaak Pancakes te krijg. Het vers fruit en de smoothies maakten veel goed. Water in flessen was overal te koop. In grote plastic bakken vol met ijs in Cambodia, in ijskasten in Vietnam.  Meestal zijn er ook grote bidons waar je eventueel kan hervullen.   In Vietnam en China krijg je vaak  gratis groene thee. De Chinezen lopen ook overal met hun glazen thee thermossen rond en kan je overal warm water krijgen. De verse glazen en borden zijn vaak opnieuw verpakt, zodat het steeds lijkt of je de eerste gebruiker bent.
in Japan aten we heel vaak bentoboxen uit de lokale buurtsupermarkt. Voorgerolde sushi, rijstdriehoekjes, edamame, … Naast sushi aten we Udon, Sobi, Ramen noodles, allen even lekker maar we zijn vooral fan van de fastfood Udon variant. De restaurants etaleren hun kaarten aan de hand van opgezet voedsel, gelakt en geplastificeerd in het raam ten toon gesteld.  Ook was in Japan terug volop zuivel te krijg (yoghurt) en ja, ook een soort brood, ook al was het dan wit en sponsachtig. De kinderen waren er best blij mee. Helaas  was fruit veel zeldzamer en duurder. In Japan komt alle drank zowat uit automaten die je op elke straat hoek ziet staan. Warme koffie of een koude fles water, de automaat levert.  In elke supermarkt krijg je gratis warm water of koop je een beker met ijs.

Wassen en Plassen

Wie weinig kleren meeheeft moet veel wassen. Doorheen onze trip zagen we ook veel verschillende toiletten.
We hadden handwaszeep mee voor de snelle was in de badkamer maar lieten heel vaak onze was doen. In Cambodia, Laos, Vietnam kan je dat meestal per kg laten doen. In hotelletjes had je er vaak westerse toiletten maar wel met sproeier. Meestal was er wel een beetje wc papier aanwezig. In eetkraampjes en stalletjes mocht je meestal gebruik maken van het huis toilet.  Dan was er vaak water in een ton te vinden en een schepje.
In China moesten we wat meer zoeken naar het wasmachine en werden we meestal geholpen door het hostel waar we zaten. Of moesten met behulp van een translate app de publieke wasmachines proberen te bedienen. Vaak kaapten we een dakterras om onze was te laten drogen. We hadden dus een lijn en wasknijpers mee.  De Chinese toiletten waren de meest gevreesde maar volledig onterecht. Overal heb je goed onderhouden en propere publieke toiletten.Ja, soms is er minder privacy en een goot ipv een pot maar ook dat viel eigenlijk goed mee.
De Japanse wasmachines waren leesbaarder dan hun toiletten dus ook daar konden we meestal onze zweetkleren weer proper krijgen. De toiletten waren een ervaring op zich. Snel wen je aan de bedieningspanelen, de extra flushgeluiden en de brilverwarming. Ook in Japan vind je in elk park een proper openbaar toilet. Bovendien hebben ze een kinderzitje in het toilet staan, zodat je als jonge moeder of vader je handen vrij hebt. Even simpel als geniaal.

Advertenties

In, door en uit Tokyo

En zo zijn we rond. In, door en uit van Bangkok tot Tokyo.  We zijn vele km’s verder, wat ervaringen rijker, een beetje meer op ons gemak in de grootstad, we rijden even links maar ontwijken ondertussen een beetje het exotisme en hebben meer behoefte aan rust dan aan de onrustige gejaagdheid die ik normaal zo graag koester.

We fietsten om 5u30  heel vroeg Tokyo binnen vanuit de haven en hebben meteen een heerlijk zicht op deze miljoenenstad. 3 dagen later fietsen we Tokyo uit naar de luchthaven.

Zicht op Tokyo vanuit kunstmatig eiland Odaiba

Ook deze grootstad was zeer fietsvriendelijk. De meeste mensen verplaatsen zich onder de grond in een perfect georganiseerd kluwen van metrolijnen. Slechts op de kruispunten, uitgangen en in shoppingstraten zie je duizenden voetgangers zich synchroon bewegen. Velen in zwarte broek en wit hemd, aktetas in de hand.
Dus bovengronds wordt er weinig gefietst. De fietspaden zijn meestal ook gedeeld met brede voetpaden wat niet echt helpt voor de snelheid. Oudjes en ouders met twee kinderen op bizar lage fietsen slalommen vaak ongewild de hele breedte door. De auto’s zijn uitermate hoffelijk dus fietsen op straat  is makkelijk, helaas staat op de fietssuggestiestroken bijna om de 10 meter een taxi of auto een lading te lossen.

 

Als lezen boven uitzicht op Tokyo city gaat

Tokyo zelf gaf me dan weer en beetje een shock. Overal en altijd wordt er geconsumeerd in zo een grote aantallen dat je je afvraagt waar dat allemaal heen gaat. De gemiddelde Japanners woont klein dus veel ruimte is er niet. Toch is de zee van winkels, prullaria, totaal onnodige hebbedingen, electronica, Pokemon relicten en Manga en Amine afgeleiden gigantisch. Na 4 maanden amper iets te  kopen, is de verleiding erg groot en zondig ik tegen alle mezelf opgelegde regels. De kater komt gauw. De aanbiedingen voor de nieuwste telefoon, make-up doos of hello kitty rijstkoker spatten tegen elkaar op. De winkels zijn vol, de winkelstraten zijn vol, de duizenden plastic zakjes zijn vol… We kijken met verstomming naar de stad waar bij regen wegwerp parapluus worden verkocht en wij als enigen – met gevaar voor ogen – een regenjas  aantrekken om door de mensenmassa te baggeren. De stad die uitermate rustig is maar als je een hoek omdraait bevangen kan worden in een voorheen onopgemerkte mensenzee. De stad die dweept met Frans klinkende namen en Joie de vivre maar waar nergens anders een Bourgondische levensstijl zo veraf lijkt. De consumptiehonger wordt hier zo vrij tentoongesteld dat het bizar lijkt erbuiten te willen staan.

He’s so happy

Tokyo, blij je gezien te hebben maar echt bekoren kan je me niet. Daarvoor moet ik waarschijnlijk kunnen verdwalen in je donkere hoekjes, je nacht cultuur, je leven dat begint als wij gaan slapen.

De laatste tocht wordt een rit van 70 km naar Narita. Een stad van 9 miljoen uitfietst  u is altijd een uitdaging me dunkt. De erste 50 km zijn vreselijk. Tanden bijten en trappen langs geraas van auto’s en met stress of we wel over bruggen geraken en niet op een autostrade terecht komen. De rest is vrij aangenaam en er volgt zelfs 2 km echt mooi tussen heuvels, rijstvelden en bamboobos door.

Zo gaat dat dus, je ziet een mooi stuk en je trekt een foto. Van de urban jungle met verkeersinfarcten en verdwenen fietspaden is niets gedocumenteerd

Fietsdozen zoeken in Narita blijkt een flop. Een taxi vraagt bijna 100 euro voor de 10 km en het hotel is niet echt behulpzaam. We kopen baches, tape en een grote zak, nemen een doos en bolletjes plastiek mee van de parking en beslissen om heel vroeg naar de luchthaven te fietsen.  Het lastigste stuk is nog in de juiste terminal geraken want veel fietsers zijn ze hier niet gewoon en de Japanse wachten kunnen ons niet echt helpen maar dringen er wel op aan dat we te voet verder moeten gaan (ook al is het nog 3 km). Hij lapt dat natuurlijk aan zijn laars en ik volg weer gedwee, hij heeft de paspoorten namelijk.

Zolang er stress is, is er geen plaats voor melancholie.

Fietsen wordt er niet makkelijker op

Marginaler wordt het niet, met afval door Tokyo

We doen er bijna twee uur over om de fietsen te demonteren (ook hier weer vooral de Pino) en in te pakken. We mogen blijkbaar 8 stuks bagage inchecken dus doen we niet de moeite om de fietstassen samen te binden. De kinderen worden met een tablet en een film op non actief gezet. En kijk, veel zweet, wat stress, een droge keel en hele vuile handen later, zijn we ingecheckt. Op het vliegtuig kijk ik naar Lost in Translation en de kinderen zijn verbaasd als ze me tranen van het lachen zien wegvegen. Ze dachten blijkbaar dat dat hun privelege was bij het kijken naar de Minions.

En nu heb ik zin in frieten!

Onze bodybags lijkt het wel, maar ze worden aanvaard en ingecheckt

Pak en plakwerk

De laatste keren 

De vloek (of zege) van lange reizen is dat het einde ook lang zal duren. Al enkele weken kijken we elkaar aan en zuchten of glimlachen we (afhankelijk van het humeur, hongergevoel, tijdstip van de dag of zadelpijn) en zeggen dan ” Het is bijna voorbij”. Dat dit “bijna voorbij” nog 2 tot 3 weken in beslag neemt en dat dit in het normale leven gelijk staat aan een – heel lang naar uitgekeken – vakantie, weten we maar voelen we niet. 

Kyoto

Na een blitzbezoek aan mooi maar zeer druk en toeristisch Kyoto zeiden we Sara tot ziens in Kobe en vertrokken we opnieuw naar Tokoshima. Hij had graag over Awaji eiland gefietst en de twee bruggen die je met de fiets niet overkan al liftend proberen kruisen. Ik had daar niet zo een goed oog op. Met 4 liften én een Pino Hase erbij, leek me gewoon niet evident in Japan. De trein kan enkel als je de fiets volledig inpakt en ook hier is de Pino het schuldige obstakel. Splitsen was een optie maar toch ook geen waar we beiden warm voor liepen dus namen we de boot naar Takamatsu en fietsen in twee dagen naar Tokoshima. 
En dan begon van alles het laatste

  • De laatste keer wildkamperen en veel te vroeg wakker worden omdat twee oudjes om 5u30 naast je tent hun dagelijkse ochtendbabbel doen
  • De laatste keer de Familiemart of 7Eleven gebruiken om je telefoon op te laden, naar toilet te gaan en een koffie te drinken
  • De laatste keer sushi rollen kopen als picknick hap
  • De laatste keer een heuvelrug opfietsen en “komaan trappen” roepen
  • De laatste keer met ingehouden adem bijna 2 km door een autotunnel fietsen en opnieuw “komaan trappen” roepen
  • De laatste stopplaats aan een beekje en kijken naar springende vissen
  • De laatste stop aan een shinto shrine en je handen spoelen met water
  • De laatste keer groen zien van stress omdat je de ferry bijna mist, je de boot ziet liggen maar aan de overkant van de kade staat dankzij Google maps en Japanse plaatsnamen
  • De laatste keer een bijna echtelijke ruzie vermijdt omdat hij dan maar even over een autostrade brug wil fietsen om de ferry te halen en ik pertinent weiger
  • De laatste keer toch de ferry halen en “amai dat scheelde weinig tegen elkaar zeggen” en pas weer zen kunnen worden door het wildkampeerzweet van de laatste dagen eraf te spoelen en dan in een hete Onsen te liggen terwijl de boot de haven uitvaart en je zicht op open zee krijgt
  • De laatste keer automaten gebruiken om eten en drank uit te halen 
  • De laatste keer de zonsondergang zien vanop het water, in het land van de rijzende zon
  • De laatste keer met alle knopjes van de Japanse wc’s prutsen
  • De laatste keer met Maurice lachen omdat hij kletsnat een wc uitkomt na geprutst te hebben met alle knopjes (wrong timing)
  • De laatste keer een nieuwe stad binnevaren en verwonderd naar alle gebouwen gapen 
  • De laatste keer zeggen “het is nu toch echt bijna gedaan” en dan  op onze fiets kruipen om de straten van Tokyo al fietsend te verkennen

    Zonsondergang op zee, ferry Tokoshima Tokyo

    De catering op zijn Japans, automaten en microgolven en veel plastic

    Net op tijd aan de boot, zelfs nog even tijd voor een foto terwijl hij de Japanse mallemolen van kaartjes doorloopt

    Laatste stop

    Halverwege de laatste heuvel op Shikoku

    Japanse ferry’s…

    Kobe harbour

    Eum, tja what’s in a name and sign. Heb biertje wel niet gevonden…

    Hoeft geen onderschrift

    Deze evenmin

    Kobe

    We huurden fietsen in Kyoto. Ik miste de Pino onmiddellijk maar ik ben wel heel erge fan van de mandjes/kinderzitjes. Als Blue-bike dat nu es installeerde…

    Fietsen met een tyfoon

    Roep in het land van Shinto en natuurkrachten nooit zomaar de W3 aan want voor je het weet, word je op je wenken bediend.

    We besloten via Shodoshima terug te fietsen naar het “Vaste land”. Minder bekend en toeristisch dan de kunsteilanden. De pittige fietstocht van de haven naar het noorden van het eiland was zeer mooi. Op de heuvels had je prachtig uitzicht op de Japanse binnenzee die baadde in het avondlicht. We zagen een ander Japan, met olijfbomen maar ook verlaten en met lege winkels. De ene winkel verkocht bestofte noedels, wattenbrood, bier en chips (dat werd dan ook ons noodrantsoen), de andere winkel was zo verlaten dat zelfs de verkoper in geen velden of wegen te bekennen was en waar Sara er toch in slaagde een theesetje te kopen door een tekening en geld achter te laten.

    De camping die we voor ogen hadden was leeg, We gingen op zoek naar de sleutel van douche en toilet bij de aangrenzende SeaTiger bar. De joviale en goedlachse eigenaar gebaarde OK door duim cirkelvormig op wijsvinger te plaatsen maar vond ook dat we op zijn grond moesten staan en gaf ons de sleutel van een niet verhuurde bungalow. Privé douche en toilet dus. Onze tent werd opgezet met zicht op strand, zee, palmbomen en ondergaande zon. Idyllischer wordt het niet.

    IMG_20170805_170932

    Shodoshima Sea Tiger

    Het noodrantsoen werd niet uit nood maar als aperitief genuttigd ewant we konden iets eten in de bar. Er stond een goede wind en wij waren blij met de afkoeling. De eigenaar was er minder gerust op. Er was een tyfoon voorspeld voor maandag. Hij vond dan ook dat we in de bungalow moesten slapen ipv in onze tent. “Free, no money” was zijn commentaar. En zo sliepen we 2 nachten in de meest luxueuze bungalow van onze reis (wel op onze matjes), kregen de kinderen speeelgoed en wij gratis bier. We consumeerden dan maar gretig in zijn restaurant…

    We besloten de tyfoon voor te zijn en zondag al de boot nar Himeji te nemen. Het kasteel zagen we van ver, de tuinen Koko-En bezochten we maar vonden we wat saai. De echte bamboobossen zijn indrukwekkender. Ondertussen leerde ik dat Tyfoon, tropische storm, cycloon enorkaan zowat hetzelfde zijn en dat degen die op komst was  de naam Noru kreeg en heel traag was.  Toch hebben we geen flauw benul wat te verwachten.Screenshot_2017-08-06-21-09-22-027_com.windyty.android

    We boeken zelden op voorhand maar hadden dat nu wel gedaan. Maandagavond hadden we een Airbnb in Kobe. We twijfelen. Proberen we de tyfoon voor te blijven door erg vroeg te fietsen, gaan we met de trein en pikken we dinsdag de fietsen weer op, laten we de boeking schieten en blijven we nog een nacht in Himeji? Doen we een dag Kyoto?… Na alle weer, regen en windapps te hebben bekeken, besluiten we met de trein te gaan.

    De volgende dag drinken we koffie terwijl buiten de regen neervalt. Maar als we willen vertrekken naar het station om 10u, is het windstil, gestopt met regenen en staat er een waterzon. We kijken elkaaar aan en hebben niet veel woorden nodig. De Tyyfoon is licht van koers gewijzigd en wat afgezwakt. Wij hijsen ons in onze fietsbroeken en voor de rest in zo weinig mogelijk kleren en beginnen te fietsen. Aanvankelijk genieten we van de koele dag maar na 20 km zijn we doornat, deed de regen soms pijn, waait de wind op zeldzame open stukken best hard en hebben de kinderen koud. Het leven gaat overal gewoon verder en dat stelt ons gerust.

    Als natte honden stoppen we in een restaurant en verkleden ons in het toilet. De warme tepanyakiplaat en het eten verwarlt ons. Als we opnieuw willen vertekken is het grijzer dan voorheen en gutst de regen met bakken uit de lucht. Niemand heeft zin om die natte kleren weer aan te trekken en Camille klappertand. Ik zeg tegen hem ” Het heeft geen zin om met rotweer en met harde wind te gaan fietsen met dat kind”. We besluiten de fietsen toch in de bomen te hangen zo onder een station vlabij en sporen in 25 minuten naar Kobe. We deden dus een Demi Demi, fietsen en treinen… Ons appartement ligt aan een overdekte winkelstraat in Chinatown dus we kunnen droog wat rondslenteten de rest van de dag.

    De 25 min treinen wordt de volgende dag omgezet in 50 km fietsen door de Urban jungle. Soms mooie stukken kust maar meestal saai. Het is kiezen tussen de pest en cholera. Pest is fietsvriendelijke straatjes die ons meer laten afdraaien, heuvels opfietsen, bochten nemen en verkeerslichten wachten. Cholera is de autoweg, rechtdoor maar niet zo fietsvriendelijk met tunnels waar ik met dichtgeknepen billen, rem en adem doorfiets.

    Zoals gewoonlijk doen we een Demi – Demi.

     

     

    Shikoku onder de zon

    1 augustus Wakayama – Tokoshima (boot) – Awa 35 km, 2 aug Awa -Takamatsu 54 km 3 aug Takamatsu – Naoshima (boot)

    Ze hadden ons gewaarschuwd, de Japanners, de niet Japanners, de Japan-kenners en zelfs de niet-Japan-kenners. Dat het warm ging zijn, en duur en druk. Dat Japan veel bergen kent. Maar toch vooral dat het warm ging zijn.

    En wij, wij zijn vooral onszelf kenners, wij negeren dat, slaan alle adviezen in de wind en snakken nu vooral naar wind, water en wolken. De W3.

    In Wakayama gingen we alvast voor W1: water. Dagje zand, strand en zee terwijl hij die gruwelt van zandzeezonderschaduw een fietsenmaker opzocht voor nieuwe buitenband voor de Pino. We besloten met zijn allen -zonder urenlange consensus onderhandelingen wat zijn we toch makkelijk -, om richting Shikoku te gaan. Cultuur, bergen, kust en bovenal ferry’s richting onze eindbestemmingen (Kobe en Tokyo).

    Ferry Wakayama Tokushima

    De ferry’s zijn heerlijk en snel, de fietsen gaan vlot mee, de prijzen zijn zeer ok. Na de fiets vind ik de boot zowat het fijnste vervoersmiddel. Ondertussen zijn we Japan wat gewoon geraakt. Het verschil met de andere landen is zo groot dat het land wat langzamer in ons bloed en brein kwam te zitten. Nu buigen we al beleefd mee, zijn we het weer gewoon om geen hoofden te doen omdraaien, om oudjes op de fiets voorzichtig voorbij te steken, om links te rijden, om welvarende steden en dorpen te zien,  om de discretie weer te appreciëren… we voelen ons op het verste punt  eigenlijk steeds dichter bij huis.

    Na de suburbs van Tokoshima te hebben doorfietst, volgden we de rivierbedding tot in Awa. Met naast ons rijstvelden, zilver en blauwe reigers, boven ons zwaluwen en een stralende hemel.

     

     

     

     

    We sliepen in een – via airbnb – zeer typische Japanse kamer met Tatami’s en schuifdeurtjes en natuurlijk een hightech toilet met toiletslippers.

    wp-1502011536682.

    Even relaxen op tatamî

    We deelden de keuken met een bewoner die ons de volgende de dag zijn bijenkasten in de heuvels liet zien. Maurice likkebaarden van de honing, ik werd bij aankomst gestoken en  Camille werd bang. De tocht door de heuvels was zeer mooi. We passeerden stille plattelandsdorpen, bamboo bossen, klaterende beekjes, rijstvelden, tunnels, lange klims, lange afdalingen,…  Het was heet maar in heuvels en bos net doenbaar.

     

     

     

     

     

    Bedoeling was een dagtrip te doen naar het  Kunsteiland Naoshima maar omdat hij door een stom manoeuvre op de ferry zijn staartebeentje kwetste, besloten we last minute een nachtje op Naoshima te blijven. Hij lag te bekomen op een tatami terwijl de meisjes cultuur gingen snuiven. Severine deed het snelheidsrecord museumbezoek sneuvelen want nam dezelfde dag nog afscheid om naar Kobe en Kyoto door te reizen.

    Afscheid van Severine, het was fijn.

    We zijn nu dus met 5 en deden het wat kalmer aan, zwommen na museumbezoek naast de  pompoen van Yayoi Kusami. Bovendien konden we door de onverwachte overnachting met zijn allen een bad gaan nemen in het meest bekende badhuis van de streek: I love Yu. Een badhuis ingericht door kunstenaars met de bedoeling  lokale bewoners en internationale bezoekers te mengen. In stilte gebeurde dat ook bij de vrouwen, bij de mannen zaten hij en Maurice alleen.  Dat een hete Onsen voor het slapengaan goed is voor de nachtrust en het staartebeentje bleek de volgende ochtend.

     

     

     

     

     

    Toen waren we met zes

    23 -25 juli Osaka  26 juli Osaka – Kansai sport center and camping ground  54 km 27 juli Arataki camping ground 28 juli Hashimoto 29 juli Koyasan 30 juli Hashimoto Wakayama 54 km

    Het was zo een dag, waarop je om zes uur opstaat om de was te doen (en ondertussen een Onsen bad neemt), pas na 30 minuten beseft dat je de was in de droogkast deed (met waspoeder en al). Zo een dag waarop je dan maar vijf tassen koffie drinkt en jezelf en de kinderen insmeert met after sun in plaats van zonnecrème om dat helaas ook veel te laat en veel te rood te beseffen.  Zo een dag dus. Een dag waarop ik denk dat het stukje barbaar in mij stiekem de bovenhand neemt als een soort geldingsdrang voor het ontbreken van elke vorm van rebellie bij de Japanners. Een vreemde trigger tot onlogisch handelen. Hou me tegen of ik rij express door het rood.

    Maar het zijn ook de dagen waarop ik samen met twee vriendinnen de Japanse heuvels achter me laat, gelukkig wordt van picknickend sushi te delen en in een park onder de krekels samen een pint te drinken terwijl ik opnieuw aftersun smeer.

    Sinds enkele dagen fietsen we met zes. Na de gezellige en unieke famillie reunie in Osaka, hadden we daags nadien weer een afspraak. De komende weken fietsen de fantastische Sara en Severine respectievelijk 3 en 2 weken met ons mee. De laatste weken van onze lange reis, worden we weer zacht ondergedompeld in de geneugten van vriendschap. En in afstemmen en overleggen rond planning en route. Ze huren fietsen bij Global wheels in Osaka. Mits we allen op verschillende momenten en plaatsen terugvliegen, zitten we wat gevangen in tijd, afstand, hoogtemeters en het Japanse onvermogen om zomaar een fiets mee te nemen op de trein. We besluiten (mede danzij deze blogpost) om het Kii-schiereiland te befietsen. We wisten dat Japan prijzig zou zijn maar na 4 maanden Zuid Oost Azie, is het toch schrikken. Vooral overnachting is duur en moeilijk, op goed geluk ergens een hotelletje zoeken blijkt onmogelijk en veel is volboekt. Maar S en S namen onze tent mee en ik kijk ernaar uit weer te kamperen. Helaas is japan niet zo kampeer vriendelijk en zeker niet met kinderen en in de zomer.

      Sara ergens onderweg

    Jetlag van de medefietsters en de hoogtemeters maken dat we de eerste fietsdag vroeger strandden dan voorzien op een soort campground. We besluiten een bungalow te huren voor zes ook als is de prijs pittig. Helaas is de ontgoocheling ook pittig als het blijkt te gaan om een veredelde houten tent zonder iets. We slapen dus op onze matjes in onze slaapzakken voor 160 euro.

    Wat een bende

    De echte eerste kampeerervaring op een Japanse camping is voor de volgende dag.  Meteen zijn alle waarschuwingen rond kampeerplekken in Japan terecht. De plek is idyllisch gelegen aan een stroompje  en staat vol tentjes, er wordt gebarbecued, gezwommen, gepalaverd,… maar om 15u vertrekt plots iedereen en stroomt de hele camping leeg. De ondergrond bestaat uit kiezels en grind. We schikken ons met zessen zo goed mogelijk in onze 4 persoonstent (Maurice en ik slapen in de voortent), huren dekens bij voor de stenen en slapen matig. De rivier is echter een droom voor de kinderen en wat vissen, stenen en kikkers later zijn ze zeiknat. Wij ook na een felle harde regenbui.  C krijgt een steen op haar hoofd van haar broer en even bloedt mijn week moederhart erger dan haar hoofdwond. Hij en Sara fietsen 10 km terug en weer heen naar een supermartkt voor bentoboxen sushi, een fles wijn (de eerste na 4 maand!) wattenbrood en camembert zonder geur…

    Kikkervangst

    Gravel camping, idyllisch en ongemakkelijk

    De volgende dag klimmen we verder, bezoeken een tempel met de typische rode tori midden in het bos en dalen te slotten 20 km met mooi uitzicht af naar Hashimoto.

    Over de kam

    Selfie old style

    Plan was om te kamperen maar zomaar toekomen op een niet gereserveerde camping, dat gaat zomaar niet bij de Japanners. Er is immers geen nachtbewaking, stel je voor. Te slotte zegt de man aan de ingang “I do not see” – een lichte vorm van rebelie of van struisvogelpolitiek maar hij bedoelt dat we na 21u stiekem onze tent kunnen komen opzetten. We (familie barbaar) kiezen tenslotte  voor wildkamperen in een park terwijl Sara voor haar verjaardag getrakteerd wordt in het enige hotel van Hashimoto. Het wildkamperen vind ik spannender dan ik wil toegeven. Hij is er zo gerust in dat hij onmiddellijk in slaap zou vallen, ware het niet dat het buiten gonst van de muggen, dat er geen zuchtje wind staat en dat de temperatuur in onze tent tipt aan die van een Onsenbad. Het zweet loopt van onze lichamen terwijl we doodstil op onze matjes liggen. Ik hoor spinnen kruipen, sprinkhanen springen, oudjes hun hond uitlaten, fietsers voorbijfietsen… om zes uur begint een oorverdovend concert van krekels. Ik ben klaarwakker. De eerste joggers zijn er al.  Niet veel later breken we de tent af. Ik ben een wrak, de kinderen ook. Hij sliep goed zegt hij.

    Idyllisch en wild, maar warm

    S en S pikken ons op, bestuderen mijn wallen en we gaan samen  naar Koyasan met trein, kabelbaan en bus. Een prachtplek om mijn ochtendhumeur weg te wandelen en door schoonheid van de begraafplaats Okunoin mijn slaaptekort te vergeten.

    Koyasan

    Die avond zijn we laat terug in Hashimoto, ik snak naar een douche en een bed dus we gaan mee naar het hotel, ik verjaar tenslotte ook bijna. Helaas blijkt dit volledig volgeboekt. Terwijl ik op de parking sta te twijfelen of ik nu ga wenen, gillen of kwaad zijn (allemaal zeer onjapans), heeft Severine er voor gezorgd dat we met ons 4 in een eenspersoonskamer kunnen (ook heel onjapans), heerlijk assertieve vriendinnen.

    Ik ben zo moe dat ik zelfs avondeten oversla en als een blok in slaap val om om zes uur op te staan en bij het begin van deze blogpost te belanden.

    Hotel, met yukata (japanse pyama’s) valt in de smaak

    En dan fietsen we het water af tot Wakayama, mooi of charmant is het niet echt. Maar wel vlot en snel . Dat ik op het einde van de dag vuurrrood zie, neem ik erbij.

    Osaka – Nara – Osaka 

    20 juli Osaka – Nara

    22 juli Nara – Osaka

    We besloten meteen bij aankomst naar Nara te fietsen want op 22 juli hadden we een date in Osaka met de schoonvader, die zijn op prospectiereis in Japan voor Archipel vzw. Dus pasten we allemaal de plannen wat aan voor een kleine familiereunie aan de andere kant van de wereld.

    Fietsen door suburbs van Osaka was in alle opzichten zeer contrasterend met China. Het leek wel of we in Madurodam terecht waren gekomen. Alles was zo klein, zo minimaal en zeer rustig.  Het links fietsen went gauw, maar wennen aan de ongelooflijke hoffelijkheid van de Japanners duurt wat langer. Geen pas afsnijdende auto’s, geen toeterende brommers maar in plaats daarvan stoppen ze ruim 3m voor het kruispunt om je door te laten. Aan elk stopbord wordt gestopt, ook al zijn er in velden of wegen geen andere weggebruikers. Zelfs hij past zich al een klein beetje aan.

    De eerste 20 km voel ik me het potlood in een opdrachten boek voor kinderen. Het konijn verbinden met de wortel door een wirwar van straatjes. Het schiet niet op. Osmand de GPS, stuurt ons elke 10 m een hoek om, we slaan links en rechts af alsof het een lieve lust is en passeren vele oude houten huisjes, kinderen die alleen op wandel zijn, vele oude Japanners op de fiets en heel de tijd voelt het zondag, zo een rust straalt Japan uit.

    Tussen Osaka en Nara ligt een heuvel, die we dachten wel te kunnen overbruggen. Het bleek een muur te zijn van 2 km en 400 m stijgen. Redelijk snel werd het dus duwen, onder een hete zon, bamboe bossen met muggen en een rechte baan omhoog. Maar 2 km duwen, dat kan ik wel, zelfs met de zware Pino. Iets voor de helft ging de weg over in wandelpad vol bamboo, rotsen en bossen waar we onmogelijk met de fiets door konden. Thx Osmand. Er zijn zo van die momenten dat zelfs vloeken niet meer helpt. Dus alle stijgwinst deden we teniet met de remmen volledig toegeknepen naar beneden en begonnen aan een 5 km en 600 m stijgen langs een autobaan. Fietsen, afstappen, duwen, de kinderen laten wandelen, zelf fietsen, geen water meer hebben, schaduw opzoeken, splitsen, proberen liften, de stoïcijns Japanners vervloeken, weer duwen,… Uiteindelijk water krijgen van voorbijrijdende auto’s (hij) en uiteindelijk een lift van 1,5 km (ik met zijn fiets, de kinderen en bagage). De man begreep er niets van maar vond het wel grappig en mijn droge tong kon enkel Arrigato  zeggen (*1000).

    Veel later dan gepland kwamen we in Nara aan. Gelukkig konden we genieten van een dag rust tussen de mooiste tempel, de toeristen en bovenal de hertjes. De dag nadien fietsten we terug naar Osaka met een omweg maar daardoor minder hoogtemeters. We leren snel.