Waar sliepen, aten, wasten wij?

Bijna even lang terug dan ooit weg geweest en het leven herpakt zich sneller dan ooit. In dit seizoen vertrekken de betere planners naar Azië. Het seizoen wanneer de hitte dragelijk is. De voorbije maanden kregen we dan ook enkele vragen, van gezinnen of van fietsers die voor kort of langer vertrokken naar het oosten. Waar sliepen, aten en wasten jullie je? Tijd dus om onderstaande blog es af te maken.

……….

Daar sta je dan. Met 2 kinderen en 2 fietsen vele kilometers van huis. Nog steeds geen flauw benul hoe je de komende maanden zal doorbrengen en waar. Enkel een zwak vermoeden, een verslag hier, een foto daar. Meestal heroïsch hier, met aangepaste filter daar. Bijna nooit in de juiste combinatie fietsen, kinderen, landen.  En dan komt de realiteit, waar helden klein zijn en filters je eerder voor geuren behoeden.

Soit, voor allen die ooit een (fiets)reis met kinderen in Azië plannen: de ongecompliceerde “waar slaap, eet en was je je”-lijst?

Slapen

 
In Cambodia, Laos en Vietnam sliepen we meestal in kleine hotelletjes die stonden aangegeven op maps.me en Osmand. Enkel in grotere of toeristischere plaatsen, boekten we online (via Agoda of Booking.com). We vroegen steevast een tweepersoonskamer met twee enkele bedden voor ons gezin van 4. Elke éénpersoonsbed is groot genoeg om met twee in te slapen. Zeker als nummer 2 een kind is.
We hadden twee kleine matjes mee en 1 lakenzak, in Hanoi kochten we 3 paar extra zijden lakenzakken. Regelmatig boekten we een tweepersoonskamer met dubbel bed. Dan vielen de kinderen in slaap in het bed en werden ze ’s nachts op de matjes gelegd. We hadden twee muskieten netten maar heel vaak was het onmogelijk om dit op te hangen. Een ventilator was bijna altijd aanwezig. En in de meeste gevallen ook airco.
(meer  over Laos en Cambodia lees je hier)

In Vietnam sliepen we regelmatig in een Nha Nghi (local guesthouse). Slechts 1 keer had dit duidelijk andere doeleinden, getuige de spiegel aan het bed en de foto’s aan de muur van wazige jaren zeventig meisjes met niet veel kleren aan. Maar ook dan voelden we ons veilig en welkom. De bedden in Vietnam zijn trouwens bikkelhard. Een enkele keer stonden we erop om lakens te verversen wegens echt niet fris, dat wordt dan zonder veel boe of ba gedaan. De prijzen waren meestal rond de 10 euro per nacht (soms erboven, soms eronder). De meeste kamers waren basic maar ok. Kakkerlakken en gecco’s heb je overal. Helaas ook zeer vaak de geur van sterk insecticide.
(meer over Vietnam lees je hier)

In China boekten we meer online, via Agoda of Booking. Ook werd steeds paspoort en visa gevraagd en geregistreerd in het centraal systeem.  Voor verlenging van je visa heb je een officiële hotel registratie nodig. Sommige hotels weigeren buitenlanders omdat ze daar geen toestemming voor hebben. Zelf hebben we geen weigering  meegemaakt maar wel hotels die ons niet konden registreren. Dan zorgde een oog-dichtknijpende eigenares of een ter hulp schietende buur die haar paspoort leende, dat we zorgeloos konden slapen. In volledig afgelegen gebieden was overnachting zoeken minder evident. Een tent zou dan wel handig geweest zijn, die hadden we niet maar iedereen wil helpen en een translate app is zeker een must.
(meer China lees je hier)

Japan was het moeilijkste land om overnachting te vinden. De prijzen waren meteen een stuk duurder, de zomer gaf veel volboekingen en Japanners zijn iets minder gewend aan met 4 op een 2 persoonskamer slapen.  Onze tent die meegekomen was met onze bezoekers gaf ons iets meer vrijheid. We sliepen enkele keren “wild” in stadsparkjes en enkel keren op een soort camping die niet echt ideaal was.
(alles over Japan lees je hier)

Eten

Enkel en alleen voor het genot van heerlijk en vers eten, is Azië een droombestemming. Rijst en noedels werden drie maal daags met plezier binnen gespeeld. Soep als ontbijt werd voor de kinderen bijna even normaal als suiker op de pannenkoeken, bijna…  Ik kon zelfs op de meest afgelegen plaatsen vrij eenvoudig uitleggen dat ik geen vlees at (lang leve Google Translate app en mijn standaardzinntjes). In Vietnam en China werden we gewoon mee de keuken ingenomen om aan te duiden wat er dan wel in de pan mocht.
Terwijl we in Laos nog veel rijst en ei aten, werd dat in Vietnam vervangen door Pho met veel groen blad en kruiden en aan de kust door seafood. In China bestelden we meestal  veel verschillende gerechten van de kaart. Bijna altijd te veel, vaak anders dan we dachten. Veel menukaarten bestaan uit foto’s wat de keuze iets makkelijker kan maken. Niet alles wat je krijgt lijkt dan weer op die foto. Maar ondertussen leerden we de vele varianten van tofu en tofuhuid kennen.  Hotpot was ook populair, de lokale variant van fondue maar dan met een bouillon en groenten. De kinderen misten wel es brood maar op toeristische plaatsen waren er vaak Pancakes te krijg. Het vers fruit en de smoothies maakten veel goed. Water in flessen was overal te koop. In grote plastic bakken vol met ijs in Cambodia, in ijskasten in Vietnam.  Meestal zijn er ook grote bidons waar je eventueel kan hervullen.   In Vietnam en China krijg je vaak  gratis groene thee. De Chinezen lopen ook overal met hun glazen thee thermossen rond en kan je overal warm water krijgen. De verse glazen en borden zijn vaak opnieuw verpakt, zodat het steeds lijkt of je de eerste gebruiker bent.
in Japan aten we heel vaak bentoboxen uit de lokale buurtsupermarkt. Voorgerolde sushi, rijstdriehoekjes, edamame, … Naast sushi aten we Udon, Sobi, Ramen noodles, allen even lekker maar we zijn vooral fan van de fastfood Udon variant. De restaurants etaleren hun kaarten aan de hand van opgezet voedsel, gelakt en geplastificeerd in het raam ten toon gesteld.  Ook was in Japan terug volop zuivel te krijg (yoghurt) en ja, ook een soort brood, ook al was het dan wit en sponsachtig. De kinderen waren er best blij mee. Helaas  was fruit veel zeldzamer en duurder. In Japan komt alle drank zowat uit automaten die je op elke straat hoek ziet staan. Warme koffie of een koude fles water, de automaat levert.  In elke supermarkt krijg je gratis warm water of koop je een beker met ijs.

Wassen en Plassen

Wie weinig kleren meeheeft moet veel wassen. Doorheen onze trip zagen we ook veel verschillende toiletten.
We hadden handwaszeep mee voor de snelle was in de badkamer maar lieten heel vaak onze was doen. In Cambodia, Laos, Vietnam kan je dat meestal per kg laten doen. In hotelletjes had je er vaak westerse toiletten maar wel met sproeier. Meestal was er wel een beetje wc papier aanwezig. In eetkraampjes en stalletjes mocht je meestal gebruik maken van het huis toilet.  Dan was er vaak water in een ton te vinden en een schepje.
In China moesten we wat meer zoeken naar het wasmachine en werden we meestal geholpen door het hostel waar we zaten. Of moesten met behulp van een translate app de publieke wasmachines proberen te bedienen. Vaak kaapten we een dakterras om onze was te laten drogen. We hadden dus een lijn en wasknijpers mee.  De Chinese toiletten waren de meest gevreesde maar volledig onterecht. Overal heb je goed onderhouden en propere publieke toiletten.Ja, soms is er minder privacy en een goot ipv een pot maar ook dat viel eigenlijk goed mee.
De Japanse wasmachines waren leesbaarder dan hun toiletten dus ook daar konden we meestal onze zweetkleren weer proper krijgen. De toiletten waren een ervaring op zich. Snel wen je aan de bedieningspanelen, de extra flushgeluiden en de brilverwarming. Ook in Japan vind je in elk park een proper openbaar toilet. Bovendien hebben ze een kinderzitje in het toilet staan, zodat je als jonge moeder of vader je handen vrij hebt. Even simpel als geniaal.

Advertenties

Van Vietnam naar China, even rode vlag maar meer sterren. 

Terwijl Maurice ontvoerd wordt door de hulpkok om samen in de keuken foto`s  te nemen,  hij aan de andere tafel toost met 5 mannen, probeer ik uit te leggen dat ik geen vlees eet. De kok krijgt zowat de slappe lach. Wat hou ik van de Vietnamese vrolijke eerlijkheid. Heel de keukenploeg komt zich moeien. De zoon wordt opgebeld en speelt instant tolk aan telefoon. We krijgen uiteindelijk meer groenten  en eten dan we op kunnen, worden getratkeerd op vis, moeten nogmaals toosten (en nu mag ik mee doen).

T(r)oosten op afscheid

 We doen een avond wandeling langs de rode river. Aan de overkant ligt China, vlakbij maar nog even onbereikbaar. Vietnam is het land waar we tot nu toe het meest tijd doorbrachten en waar we ook van zijn gaan houden. Van de energie die hier leeft, het gevoel dat hier vanalles staat te gebeuren, de duizenden oprechte blikken en het ontdooien van de ogen als je xin chow zeg, de gastvrijheid, de steenharde matrassen, de uitdagende houding en souplesse waamee ze het leven leven. Terwijl Laos het land van de glimlach is, werd Vietnam het land van de lach.  We zullen het missen. 

Morgen gaan we China binnen. Volledig onbekend terrein. Volgens vershillende vrienden in het thuisland goed voor een heuse cultuurschock. Ik verwacht me aan veel mensen, stedelijke drukte en verlaten platteland, onberijpelijke taal, onleesbare tekens, lekker eten, vaderje staat, geen toegang tot sociale media en google, ongeloofelijk mooie landschappen,… en heb voor de rest geen idee. Ik vind het een beetje spannend.

Aan de overkant China, vlakbij maar ver weg

Het voordeel aan traag reizen is dat nieuwe indrukken traag binnenkomen, gewenning in je sluipt tot dat het lijkt of je het al wist, lang geleden. Geuren die zo hefig leken, zijn nu vertrouwd, de kinderen gebruiken de toiletten met sproeikoppen of ze nooit anders gedaan hebben, vreemden die de blonde haren en witte wangen van C en M aanraken, worden bijna verveeld toegelaten, met een geforceerde glimlach geplezierd, pepers in ons eten worden steeds makkelijker verdragen,  kakkerlakken in hotelkamertjes meppen we nu zonder verpinken dood en 30 graden vinden we koel. 

De grensovergang Lao Cai – Hekou gaat vlot. Voor het eerst gebeurt alles automatisch en zijn we niet verplicht om 4 formulieren manueel in te vullen. Bagage wordt gescand, ook voor het eerst. De enige kleine hindernis is de J. achter mijn tweede naam. Wat betekent dat? Ik leg uit dat mijn derde naam Josse is maar dat die op ons paspoort niet voluit staat. Ook hij heeft een J. staan met Jonas als derde naam en dan blijkt Camile ook een J. te dragen als derde letter. Enkel Maurice draagt de L van bompa Louis. Niet logisch in de Chinese logica. Er wordt wat heen en weer getelefoneerd maar uiteindelijk mogen we binnen. 

Daar ligt China, daar gaan we heen

Uitgecheckt in Vietnam, te voet de rivier over naar de ingang van China, dat stukje niemandsland is altijd beetje vreemd

Er zijn veel voordelen aan niet planmatig zijn. Onze geesten zijn uiterst flexibel, we laten even gemakkelijk los als dat we vast bijten. Alles kan en alles is mogelijk. Is het vandaag niet, misschien morgen wel, misschien morgen niet maar dan is er iets anders op ons pad. Niet plannen is vrijheid. Er zijn ook nadelen aan niet planmatig zijn. Voor buitenstaanders zijn we wellicht chaotisch. Of is wat wij vrijheid noemen een pantser van ons eigen onkunde. Voor onszelf is het nadeel vooral onvoorbereid zijn. Tot hier wisten we redelijk goed wat we gingen doen. Of alleszins welke kant we opgingen. Maar China bereidden we nog niet voor, dat gingen we onderweg wel bekijken, eerst binnen geraken. En er is zoveel te zien. Maar onderweg – dat blijkt nu ineens al gepasseerd. Dus staan we hier in Hekou en weten we eigenlijk helemaal niet wat de volgende 30 dagen zullen brengen. We zijn in Yunnan dus willen we graag naar Kunming, de hoofdstad van de provincie. Mooi meegenomen dat de stad op 1900 m hoogte ligt. We besluiten om de klim te skippen en zo snel mogelijk de koelte op te zoeken (we flirten nog steeds met 40 graden). Een bus of trein dezelfde dag is niet meer mogelijk blijkt algauw, dus spenderen we een namiddag en nacht in Hekou en wennen we alvast aan heel wat kleine aanpassingen.  

Vandaag fiets ik voor W

Alle dagen een beetje, maar vandaag net iets harder. Het is vandaag een jaar geleden dat W stomweg verongelukte op de fiets.  Nog zoveel toekomst die oneerlijk werd weggerukt, niet in het minst voor zijn vrouw en kinderen. Ook een hele vriendenkring bleef verweesd achter. Een hele generatie jnm’ers ontmoette elkaar veel te vroeg om afscheid te nemen van een leeftijdsgenoot. Wanneer enkel herinneringen er nog zijn en wellicht heel wat nooit gesmeede plannen.

We droomden al langer om er eens voor een hele periode tussenuit te zijn. Maar een job, een verbouwing, een bijberoep, een engagement, een kind en nog één, een beleidsplan, een zwangere collega, …   Er waren altijd heel wat praktische bezwaren.

Maar toen stierf W. En met hem de twijfel. Ik maak heel wat keuzes in mijn dagelijks leven om niet in de val te lopen van meer en drukker. Maar herinneringen moeten gemaakt worden, tijd gedeeld. Resoluut kiezen om nu samen een weg te gaan, elkaar uitdagen en onvoorwaardelijk steunen, uit onze comfortzone stappen en er tegelijk heel erg in nestelen, warme tijd creëren, elkaar elkaar cadeau geven. Met W stierf de angst, het wikken en wegen en de duizend misschienen. Met W werd hoop en moed geboren om school, werk, engagementen even opzij te zetten en anders in te vullen.

Dus vandaag en alle dagen dat we samen fietsen, vieren we de liefde en warmte en de weemoedigheid.

Want Elsschots zin stopte niet met ‘wetten en praktische bezwaren’, er is ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. Weemoedigheid teert op herinneringen. Ik maak er, hij maakt er, de kinderen maken er. En ze lopen heerlijk warrig door elkaar.  (Wees gerust, de andere strofen van het gedicht, daar zijn we verre niet aan toe.) 

Goodmorning Noord Vietnam

1 juni Hanoi – Sapa met de bus
3 juni sapa – Pho Lu 65 km
4 juni Pho  Lu – Lao Cai 35 km

Plots stonden we midden in een landschap uit een toeristische reisbrochure. Rond ons verschenen de rijstterrassen waar ik over leerde in  de lagere school, lagen waterbuffels gezapig te wachten in de modder en stonden vrouwen onder (i)conische hoedjes met hun voeten in het water rijst te planten.

We reden naar het Noorden van Vietnam met en luxe bus waar we in plaats van een zetel elk een bed hadden. Wanneer worden zulke bussen eens ingezet in Europa? Dit zou een deftig alternatief bieden voor de veel te goedkopen vluchten. Ik denk niet echt met heimwee terug aan mijn vele Eurolines avonturen, maar met zulke bussen zou Europa zich eenvoudig en veel milieuvriendelijker ontsluiten na een nachtje slapen.
Wij namen de bus overdag (anders kwamen we yoe in het holst van de nacht) en de kinderen waren konig te rijk in hun prive dubbel bed.

Sapa is een bergdorp aan de hoogste berg (Fansipan) van Zuid-Oost Azie en is uitgegroeid tot en toeristische trekpleister. Het uitzicht is adembenemend, de bouwwoede verbluffend. Hotel, wegen en resturants schieten als paddestoelen uit de grond. De dorpen rond Sapa worden bewoond door ethnische minderheden in traditionele en kleurrijke klederdracht. Je kan via tal van geleide wandelingen en meerdaagse trekkigs de dorpen gaan bezoeken en via homestay het leven even delen. Vrouwen in prachtige kleren vullen de straten. Hun Engels is beter dan in hele delen van Vietnam, hun verkoopspraat gedrevener, hun vastberadenheid sterker. Gelukkig zijn we met de fiets, anders kwam ik thuis met traditionele rokken die ik nooit zou aan doen, hoofddeksels die in Europa enkel voor Carnaval kunnen gebruikt worden en handgemaakte bedspreien die wellicht niet gewassen mogen worden. 

We laten de fiets aan de kant en wandelen op eigen houtje door rijstvelden, dorpen en bergen. Om de dorpen te bezoeken moet je ingang betalen. Wat je daarna tegenkomt heeft pretpark en Bokrijk allures, alleen wonen hier mensen. Hordes toeristen lopen acher elkaar door het nauwe steegje, nemen selfies in huizen van oudjes, shoppen in de stalletjes en volgen hun gids. Kindjes vragen geld voor een foto van hun (piture, money). Maar zoals overal is het 10m verder rustig en verlaten. We doen een adembenemende wandeling en ik kijk vol bewondering naar de vrouwen die urenlang vooovergebogen in de zon de jonge rijstplantjes planten.

 

De volgende dag rijden we de berg af met fiets. De eerste 15 km is de de weg in slechte staat, wat maakt dat ik ongecompliceerd mijn remmen toe kan knijpen om putten en stenen te vermijden. In Sapa was het behoorlijk koel, maar de zon breekt door en de rit wordt zwaar. Er is opnieuw weinig schaduw en hoewel we veel hoogtemeters dalen moeten we er ook stijgen (2700 dalen, 1300 stijgen). We doen er lang over. Een heuvel op moet ik afstappen en terwijl ik discusseer met mijn zoon dat ook hij moet stappen omdat ik de fiets niet kan duwen als hij blijft zitten (jij kan dat wel hoor mama, ik ben moe), bakt de zon mij ongenadig gaar en voel ik mij enerzijds totaal onverantwoord en anderzijds ontgoocheld in mijn eigen kunnen. Maar kijk, hoe verder we  van Sapa wegrijden, hoe vaker de mensen weer spontaan lachen en ons welkom heten (en ons ook wel aanmanen te stoppen en thee te komen drinken). We geraken in Pho Lu De Nha Nghi waar we slapen heeft snachts veel bezoek en lawaai, ik word er een paar keer wakker maar ben zo uitgeput dat ik er grotendeels doorheen slaap.

Idee was om Bac Ha te bezoeken. We zien echter de 1800 m stijgen op 40 km niet zitten. De temperatuur is bijna 40 graden. We gan vruchetloos op zoek naar een taxi of bus en besluiten tenslotte om naar Lao Cai te fietsen. Wederom is het veel te warm. Ik zie mezelf niet als grote heldin, meestal ben ik zelfs redelijk bang en voorzichtig. Ik rem zwaar bergaf, rij altijd met helm op, neem geen onnodige risico’s, wacht voor het rood licht (en twijfel zelfs bij nog maar 5 sec groen -de verkeerslichten tellen hier af). Tja, ik werd vroeger wel eens seut genoemd. Iets dat ik eenmaal moeder zijnde, eerder omvorm in voorzichtig vooruitziend. Het klein beetje heldenstatus dat ik mezelf aanmat, voel ik meestal op de fiets. Maar vandaag ging het van hero naar zero. Ik dacht meermaals ‘dit kan ik niet’. Hoewel de weg redelijk ok was, voelde ik me misselijk, dacht dat ik zonneslag opliep of misschien wel een hartstilstand aan het krijgen was. Zelfs bergaf, waar normaal de wind je afkoelt, was een tocht in de adem van de hel. Het asfalt brandde, de lucht was droog, warm en stoffig. Hoewel de kinderen lange broek en lange mouwen droegen, voelde hun helm alsof ie in brand stond. Maurice viel opieuw in slaap op de pino. Aangekomen in on hotelletjes in Lao Cai mochten we met fiets en al binnen rijden (maurice kon zo verder slapen) en, zaten we 15 min nietszeggend onder de ventilater, water drinkend, de eigenaar keek toe en ik zou graag geweten hebben wat de blik in zijn ogen juist betekende.

Lichter Hanoi uit

Onverwachts spenderen we nog es 3 dagen in Hanoi. De Chinese ambassade blijkt gesloten voor 2 dagen. Onnoplettend als we zijn, hadden we het aanplakbiljet niet gezien…  

Hanoi, old quarter

Ondertussen gingen we met een luizenkam door onze bagage. De hoogtemeters zullen toenemen dus hoe lichter, hoe beter. We zijn nu een dikke 6 weken weg en hebben wat meer zicht op wat nuttig is en wat niet. Er gaat dus een postpakket naar huis, met de boot. Extra dagen in een stad waar meer winkels zijn dan gras tussen de tegels én een postpakket dat nog wel wat kilo’s aankan, maakt dat we ons 1 dag in het consumentisme verslikken op onze anders minimalistische fietstrip. Sorry collega’s van Netwerk Bewust Verbruiken.  De Vietnamese post helpt je met alles in een doos te steken, de douane laat je papieren invullen en even later zijn we 11 kg en 40 euro lichter.  

11 kg lichter!

Wat vaart naar Belgie?

  • Muskietennetten (we zijn uit malaria gebied en hangen de netten niet meer op)
  • Overschot medicatie malaria en Deet muggenspray
  • Ongebruikte truien en wat kledij. Een lichte trui volstaat. Dit spaart vooral volume maar toch ook wel wat gewicht
  • Regenjassen (we kochten hier licht gewicht jasjes)
  • Groot slot (we hebben kleine fietssloten en dat volstaat daar elk guesthouse / restaurant/… een guard heeft)
  • Knuffels. C had stiekem een extra knuffel mee en M kocht in Thailand een knuffel van zijn eigen centen (een gekko gevuld met zand- dus bijna een halve kilo- ik liet het toe maar kreeg elke avond een zware frons van hem, ook al droeg ik de schuld letterlijk zelf) Beiden mochten in overleg met de eigenareen de boot op
  • Handdoeken (we namen 4̀ sneldrogende handdoeken mee maar gebruikten die nog nooit) 3 gaan naar huis.
  • Plastic bekers, keukenhanddoeken, sponsjes,… totaal overbodig
  • Mijn kapotte smartphone, en koptelefoons die we niet gebruiken
  • Made in Vietnam souvenirs zoals North Face (zalwel) jas en rugzak en jasjes
  • Nogvanalleskleinenonnodiggrut

Hanoi oogt en hoort wat rustiger deze dagen, of we zij het gewend geraakt. De temperaturen stijgen wel weer, we spoelen onszelf nietsdoend uit. We spenderen een dag in een park met schoolwerk, fitnessoefeningen en koude koffie, bezoeken het vrouwenmuseum en leren over vrouwen in de oorlog, tradities en mode, drinken sap en smoothies, ontbijten gratis is een ander hostel (yes it is free, we live in the socialistic republic!?), eten Pho en loempia’s, nemen als volleerde voetgangers de weg in, laten ons al fietsend niet van de baan toeteren en ik onderga een 30 min back and shoulder-massage (had dat nog nooit gedaan en een kleine wereld ging open, zover open zelfs dat ik al overweeg een massage opleiding te gaan volgen).

Fitness in het park. Mijn compaan was oud, maar wat zwiepte ze vlot. Vietnamezen staan trouwens vaak te stretchen en bewegen.

 We zoeken verfrissing en fietsen opnieuw naar een park. Zoals overal betalen we ingang (amper een halve euro). Al snel blijken we in de dierentuin te zijn beland. Ik voel me meteen schuldig en vol medelijden. De beren in kooien van enkele vierkante meters, de Vietnamese kinderen die de apen Cola schenken, de krokodillen in een waterplas die warm en groen en klein is, het luipaard dat roerloos in een vuil hok ligt, de olifanten die heen en weer lopen op een stukje gras,… ik kijk hier met mijn Westerse blik naar, voel misprijzen en dan meteen ook voor mezelf dat ik dit voel. Dietentuinen zijn nooit echt ok, maar deze doet wel erg weinig zijn best om ok te zijn. De plaatselijke schoolkinderen genieten alleszins van de apen en de ritjes op de kermiswagens, van de hotdogs en de suikerdrank en wij hebben evenveel bekijk als de struisvogels. Zo voel ik me de rest van de dag ook een beetje.

Hanoi Zoo

De laatste dag halen we ons visum op. Het is gelukt (blogpost volgt)! Een Fransman na ons, is geweigerd maar waarom is niet duidelijk… Het leuke aan dit Chinees visum is dat het pas begint te lopen voor 30 dagen als we China binnengaan. 12 juni vervalt ons Vietnamees visum, dus we hebben speling maar we zijn wel wat tijd verloren. We besluiten om een bus te nemen  naar het noorden, naar Sappa. Zo hebben we dan toch tijd om ook een deel van het Noorden per fiets te ontdekken alvorens we China inrijden. 

Alles is repareerbaar. Me like!

Fruitmarkt Hanoi

Vismarkt (en schildpadden), M was danig  onder de indruk van een live “hoe hak je een levende vis de kop af ” demonstratie.

Relaxen in Cat Ba

Omdat de benen mogen rusten, ik de zee nog niet gezien had, de kinderen zo graag zwemmen, het een must-do is (watwenormaaleerdervermijden), we op ons visum moeten wachten , ik stiekem heel erg graag crustaceae eet, zin had in echt vakantie in vakantie en gewoon omdat het kan, trokken we 3 dagen Cat Ba. Zowat elk hostel, cafe, restaurant in Hanoi ontpopt zich ook als toer operator dus boekten we een 5u durende bus-boot-bus en lieten onze fietsen achter bij het hotelletje.

Cat Ba is het grootste eiland in Halong Bay. Hier bruist de kust. We verbazen ons enerzijds hoe makkelijk toerisme soms is, hoe oud we ons voelen tusseen de jonge backpackers,  hoe de stranden een mengeling zijn van bikini blanke meisjes en volledig verhulde vietnamese vrouwen. We kijken ons ogen uit  bij zoveel natuurschoon, roofvogels en oprijzende bergen. Cat Ba is ook erg populair voor inlands toerisme. Eén van de eertse keren in mijn  leven, spenderen we enkele uren op een typisch strand resort, volledig gericht op de westerse toerist. Iets verder  is een strand met een bruisende mengeling, enkel de kledingdracht en de uren verschillen. Pas na 16u loopt het strand vol, echt vol. Het is weekend en vanuit Hanoi komen heel wat dagjes of weekend genieters. Terwijl we voorheen bijna alleen waren met een enkele locals, stroomt de kleine baai in de late namiddag vol met lachende, ontspannen en in vakantiestemming verkerende Vietnamezen. De schouders woden ontbloot, de benen getoond. De zon is zachter dus de hoeden, mondmaskers en jassen verdwijnen deels. Het is leuk te zien hoe veel plezier er wordt gemaakt. Het helpt ons ons wat meer thuis te voelen, wat minder exclsuief, minder schuldig. De kinderen zijn weer es de lijm, de ijsbreker de ontdooier en de mengelaar.


Meer  dan de helft van het eiland is beshermd als nationaal park. Een boottochtje leidt ons tussen de rotsformaties en de drijvende visserwoningen waar 4000 mensen wonen. De vis, garnalen, octopussen, krabben zijn hier erg vers en worden gretig gegeten en aangeboden door eetstalletjes en restaurants. Beschermd gebied of niet, de stuurman van onze boot werpt zijn blikje gewoon in zee. Camilles mond valt open. Vietnam is 1 van de 5 Aziatische landen die verantwoorelijk zijn voor 60% van alle plastic afval in zee. We zien megelomane hotelprojecten op stapel staan. Het opkomende toerisme heeft een grote impact op het eiland. Overbevissing, watervervuiling, fragmentering en ook verkleinen van het natuurlijke biotoop van de vele soorten. Het voelt toch allemaal en  altijd wat dubbel voor mij, toerisme, ook al heb ik er heerlijk van genoten.

Hanoi en het BOTS principe.

21 mei (25 km naar Hanoi) – 25 mei Hanoi

Steden die aan een rivier gelegen zijn, rijden vaak best aangenaam binnen. Zo ook Hanoi. Tot in de buitenwijken volg je de Rode rivier. En dan begint het koorddansgevecht door de smalle steegjes met brommers, fietsers en auto’s die je precaire evenwicht uitdagen. Meer nog raak ik uit balans door de stalletjes met gebraden en doormidden gekliefde hond.

Hanoi binnen fietsen. Je hebt geen gopro nodig als je een kind vooraan vervoert

We geraken in ons hotelletje in het oude kwartier. Al mijn zintuigen staan op scherp, een kwartier fietsen in Hanoi vergt evenveel van mijn lichaam als 50 km tegenwind. 7,5 miljoen mensen wonen hier en de meeste verplaatsen zich met bromfietsen. Voetpaden zijn er niet- en als ze er zijn, zijn het bromerstaanplaatsen – dus alles gebeurt op de openbare weg, inclusief koken, kippen slachten, thee drinken en parkeren. Heel het oude kwartier vult zich met een lang monotoon lawaai van getoeter en geroep. Hier geldt het omgekeerde van het STOP principe, stappers en trappers zijn zwaar in de verdrukking. Personenswagens zijn zeldaam dus zet de Brommer maar op kop  in het BOTS principe. 

Iedereen op de bromfiets

De voetpaden zijn er soms, maar nooit bruikbaar

De volgende dagen wil ik liefst wandelend Hanoi verkennen, maar dat is blijkt snel nog moeilijker. Voortdurend een kind aan zijn/haar arm meesleuren, stapje vooruit zetten, twee terug, opletten, zachtjes je tussen brommers  doormanoeuvreren… Hij verkiest de fiets, go with the flow en je wordt meegezogen in een krioelend wespennest dat zijn eigen dans danst. Hoewel het van mij wat moed vergt om me erin te begeven, is het – eenmaal je rijdt -best te doen. De snelheid is laag en het lijkt wel of Vietnamezen begadigd zijn met voelsprieten en 5 paar ogen. 1,5 km fietsen op de Long Bien brug is een mengeling van verbazing, opperste concentratie en een opgejaagd ikwilhierwegmaarkannietkeren gevoel. Ik voel me zelden op mijn ongemak op de fiets, maar deze stad slaagt erin me uit mijn lood te slaan. Zouden niet ervaren fietsers zich net zo verdrukt voelen in Gent? 

West lake in Hanoi.

M trekt het zich niet aan en valt in slaap. Iedereen handgebaart naar ons dat we moeten stoppen. Ze binden hier ganzen, varkens en honden op de fiets maar een slapend kind is blijkbaar not done (ok, helemaal comfi ligt ie niet).

Koken op straat

Heerlijk veel stalletjes met verse groenten en tofu en vvv (vis,vlees,vliegen)

We blijven 4 dagen in Hanoi want doen heel wat huzarentrukjes om ons visum voor China te regelen. Gelukkig heeft Hanoi ookveel tofu, smoothies, loempia’s, bier en volk. We genieten dus ook van lekker eten, wat winkelen in de talrijke boetiekjes en ontspannen. Maar na 4 dagen heb ik het ook echt gehad. Ik hou van drukte, levendigheid en geroezemoes. Alleen is hier voor ons op dit moment nergens een plek of moment van rust. Ik wil hier weg. Ik wil kunnen buitenkomen en niet aangeklampt worden om een ritje te doen in een risjka, 10 bananen te kopen, mijn voeten veilig kunnen neerzetten, mijn oren willen onstpannen, mijn longen schreeuwen naar  verse lucht.

Plots blijkt WordPress ook geblokkeerd. Blijkbaar kan je in hele delen van Vietnam niet bloggen. Hij is gelukkig even goed met digitale media als met de fiets en via tunnels en hazen geraak ik moeiteloos weer op het web.