Bingo!

De zomervakantie  komt eraan. Binnen enkele weken zitten wij weer 6 weken op de fiets in Frankrijk.  Voor alle fietsende kinderen (en hun ouders) een klein extraatje: de Enige Echte Met Kinderen Op de Fiets BINGO. Benieuwd hoe lang het duurt voor alle zinnen aangekruist zijn.

Ik zet in op een halve dag…

Fietsbingo

 

Advertenties

Zalig zijn de flexibelen van geest

24 juni Kunming – Guilin Bullettrein

25, 26 juni Guilin

27 juni Guillin – Xingping 74 km

We hadden er wat nachten en dagen over nagdacht, lazen blogs (ik) en professionele (hij) reisberichten en kwamen tot de slotsom dat we gingen fietsen van Guilin tot Wuhan. Dat was een compromis van hoogtemeters temperatuur, schoonheid en afstand… 

We stuurden de fietsen vooruit (met de trein) en namen zelf de bullit trein van Kunming naar Guilin. Met een snelheid van 250 tot 300 km/h zoefden de prachtige landschappen voorbij, terwijl ik Harry Potter voorlees (blijkt exact 20 jaar geleden uitgekomen, dus het werd wel es tijd dat ik meeben en de kinderen meteen ook) en hij noedels klaarmaakt (warm water overal, ook in de trein). Wellicht brachten we 80% van de 6u reistijd vooral in tunnels door,  het geeft een idee van de megalomane infrastructuurwreken die hier plaatsvinden. Enkele jaren geleden deed je nog 30u over de treinrit. 

Een trein met een lange neus (bullit)

Fietsen waren in goede handen (eigenlijk stonden 10 medewekers zich te vergapen aan de Pino, maar ze gingen lopen voor de foto)

In Guillin aangekomen slaat de warmte in ons gezicht. Warmte heeft bij mij hetzelfde effect als een kater. Als je erin zit denk je, nooit meer, maar eenmaal je er een paar dagen niet mee geconfronteerd bent, vergeet je weer wat het was en maak je met onbeholpen plezier opnieuw dezelfde keuzes. 

Guilin 

 De volgende dag gaan we eerst naar het politiekantoor, op 5 juli vervalt ons visum en we willen 30 dagen verlengen. Via verhalen op het wereldwijde web lijkt dat vrij eenvoudig. Groot is dan ook de ontgoocheling dat ons – na het invullen van alle documenten én afgeven van de paspoorten- wordt meegdeeld dat we binnen 10 dagen ons visum kunnen komen halen en dat we in tussentijd Guilin niet kunnen verlaten. Het volgende uur doorlopen we alle stadia: ontgoocheld, droef, ontzet, kwaad en tenslotte 2 pinten. 

Nog maar es plannen aanpassen. We willen sowieso de fiets op. Een toer van 10 dagen in de provincie Guangxi moet mogelijk en mooi zijn, met onze papiertjes ipv paspoorten kunnen we overnachting boeken (maar geen treinen). Guillin zelf lijkt ons niet de moeite om lang te blijven hangen. Veel toerisme, vooral inlands. Voor ons hostel stopt om de 5 minuten een bus met een lading Chinezen die in regenjas gehuld achter de gids met vlag aanlopen. China moedigt niet echt indiviualisme aan en in toeristische uitstapjes is dat goed te merken. Guiilin is gebouwd rond en tussen eenzame kartsrotsblokken. Maar zoals wel vaker in China, moet je (veel) betalen om deze unieke exemplaren te kunnen zien. Tegen nieuwschierige én gierige toeristen (wij) hebben ze overal bambooplanten en hekken gezet, charmant.

Sommigen hebben een mooi omhulsel rond hun scooter maar de meesten rijden gewoon met een paraplu en een hele grote regenjas

Het giet al 2 dagen. Terwijl ik via facebook en instagram Belgen trots en opgelucht de eerste regendruppels zie delen, valt het hier met bakken uit de lucht. We vertrekken dan ook terwijl het regent  met onze regenjasjes aan en de kinderen extra beschermd met hun plastic omhulsels. Na een paar km begint het te drashen en we rijden de eerste 25 km in de gietende regen. Het schiet dan ook niet echt op. We overwegen even om te stoppen en te slapen in Daxu maar na het middageten is het droog. Mijn voeten schuiven in mijn doorweeekte sandalen. M klappertand,C zit weggedoken in haar plastic zeil. 

We gaan door. Zo blij weer op de fiets te zitten. De weg is goed, er werd zelfs zwaar geïnvesteerd in een fietspad maar dat kampt met heel wat problemen. Het volgt de rivier Li maar die is de voorbije dagen zo uit zijn oevers getreden dat het fietspad bijna voortdurend verdwijnt onder water. En boven water lijkt het verward te worden met parkeerplaatsen voor tuktuks en bakfietsen. Dan blijkt mijn band weer es lek te zijn, zeer langzaam lost ie. M is net in slaap gevallen en we besluiten om gewoon te pompen en te hopen dat ie het min of meer houdt tot aan het eindpunt (wat hij deed).  

Ik denk dat ik nu maar stop met zulke foto’s te delen, stel dat we de ergonomische politie op ons dak krijgen

Na 40 km komt de eerste klim en meteen op een weg vollop in verbouwing. Best pittig maar dat mijn mond openvalt heeft meer te maken met de schoonheid van het landschap. Bij momenten lijkt het of een gigantische draak in slaap gevallen is en bomen op zijn schubben zijn gegroeid, dan weer alsof het kartgebergte met Thumbs up ons wil aanmoedigen om even later flarden mist tussen de pieken te zien zweven. Hij vindt dat ik traag vorder en misschien is dat ook wel zo maar ik wil dit even niet horen en  genieten van het fietsen, het uitzicht, Camille die op de fiets altijd ineens vanalles te vertellen heeft en wij meisjes deden het toch maar weer eens! 75 km met regen, steile hellingen, wegenwerken en dat alles nog steeds met open mond!

Goodmorning Noord Vietnam

1 juni Hanoi – Sapa met de bus
3 juni sapa – Pho Lu 65 km
4 juni Pho  Lu – Lao Cai 35 km

Plots stonden we midden in een landschap uit een toeristische reisbrochure. Rond ons verschenen de rijstterrassen waar ik over leerde in  de lagere school, lagen waterbuffels gezapig te wachten in de modder en stonden vrouwen onder (i)conische hoedjes met hun voeten in het water rijst te planten.

We reden naar het Noorden van Vietnam met en luxe bus waar we in plaats van een zetel elk een bed hadden. Wanneer worden zulke bussen eens ingezet in Europa? Dit zou een deftig alternatief bieden voor de veel te goedkopen vluchten. Ik denk niet echt met heimwee terug aan mijn vele Eurolines avonturen, maar met zulke bussen zou Europa zich eenvoudig en veel milieuvriendelijker ontsluiten na een nachtje slapen.
Wij namen de bus overdag (anders kwamen we yoe in het holst van de nacht) en de kinderen waren konig te rijk in hun prive dubbel bed.

Sapa is een bergdorp aan de hoogste berg (Fansipan) van Zuid-Oost Azie en is uitgegroeid tot en toeristische trekpleister. Het uitzicht is adembenemend, de bouwwoede verbluffend. Hotel, wegen en resturants schieten als paddestoelen uit de grond. De dorpen rond Sapa worden bewoond door ethnische minderheden in traditionele en kleurrijke klederdracht. Je kan via tal van geleide wandelingen en meerdaagse trekkigs de dorpen gaan bezoeken en via homestay het leven even delen. Vrouwen in prachtige kleren vullen de straten. Hun Engels is beter dan in hele delen van Vietnam, hun verkoopspraat gedrevener, hun vastberadenheid sterker. Gelukkig zijn we met de fiets, anders kwam ik thuis met traditionele rokken die ik nooit zou aan doen, hoofddeksels die in Europa enkel voor Carnaval kunnen gebruikt worden en handgemaakte bedspreien die wellicht niet gewassen mogen worden. 

We laten de fiets aan de kant en wandelen op eigen houtje door rijstvelden, dorpen en bergen. Om de dorpen te bezoeken moet je ingang betalen. Wat je daarna tegenkomt heeft pretpark en Bokrijk allures, alleen wonen hier mensen. Hordes toeristen lopen acher elkaar door het nauwe steegje, nemen selfies in huizen van oudjes, shoppen in de stalletjes en volgen hun gids. Kindjes vragen geld voor een foto van hun (piture, money). Maar zoals overal is het 10m verder rustig en verlaten. We doen een adembenemende wandeling en ik kijk vol bewondering naar de vrouwen die urenlang vooovergebogen in de zon de jonge rijstplantjes planten.

 

De volgende dag rijden we de berg af met fiets. De eerste 15 km is de de weg in slechte staat, wat maakt dat ik ongecompliceerd mijn remmen toe kan knijpen om putten en stenen te vermijden. In Sapa was het behoorlijk koel, maar de zon breekt door en de rit wordt zwaar. Er is opnieuw weinig schaduw en hoewel we veel hoogtemeters dalen moeten we er ook stijgen (2700 dalen, 1300 stijgen). We doen er lang over. Een heuvel op moet ik afstappen en terwijl ik discusseer met mijn zoon dat ook hij moet stappen omdat ik de fiets niet kan duwen als hij blijft zitten (jij kan dat wel hoor mama, ik ben moe), bakt de zon mij ongenadig gaar en voel ik mij enerzijds totaal onverantwoord en anderzijds ontgoocheld in mijn eigen kunnen. Maar kijk, hoe verder we  van Sapa wegrijden, hoe vaker de mensen weer spontaan lachen en ons welkom heten (en ons ook wel aanmanen te stoppen en thee te komen drinken). We geraken in Pho Lu De Nha Nghi waar we slapen heeft snachts veel bezoek en lawaai, ik word er een paar keer wakker maar ben zo uitgeput dat ik er grotendeels doorheen slaap.

Idee was om Bac Ha te bezoeken. We zien echter de 1800 m stijgen op 40 km niet zitten. De temperatuur is bijna 40 graden. We gan vruchetloos op zoek naar een taxi of bus en besluiten tenslotte om naar Lao Cai te fietsen. Wederom is het veel te warm. Ik zie mezelf niet als grote heldin, meestal ben ik zelfs redelijk bang en voorzichtig. Ik rem zwaar bergaf, rij altijd met helm op, neem geen onnodige risico’s, wacht voor het rood licht (en twijfel zelfs bij nog maar 5 sec groen -de verkeerslichten tellen hier af). Tja, ik werd vroeger wel eens seut genoemd. Iets dat ik eenmaal moeder zijnde, eerder omvorm in voorzichtig vooruitziend. Het klein beetje heldenstatus dat ik mezelf aanmat, voel ik meestal op de fiets. Maar vandaag ging het van hero naar zero. Ik dacht meermaals ‘dit kan ik niet’. Hoewel de weg redelijk ok was, voelde ik me misselijk, dacht dat ik zonneslag opliep of misschien wel een hartstilstand aan het krijgen was. Zelfs bergaf, waar normaal de wind je afkoelt, was een tocht in de adem van de hel. Het asfalt brandde, de lucht was droog, warm en stoffig. Hoewel de kinderen lange broek en lange mouwen droegen, voelde hun helm alsof ie in brand stond. Maurice viel opieuw in slaap op de pino. Aangekomen in on hotelletjes in Lao Cai mochten we met fiets en al binnen rijden (maurice kon zo verder slapen) en, zaten we 15 min nietszeggend onder de ventilater, water drinkend, de eigenaar keek toe en ik zou graag geweten hebben wat de blik in zijn ogen juist betekende.

Hanoi en het BOTS principe.

21 mei (25 km naar Hanoi) – 25 mei Hanoi

Steden die aan een rivier gelegen zijn, rijden vaak best aangenaam binnen. Zo ook Hanoi. Tot in de buitenwijken volg je de Rode rivier. En dan begint het koorddansgevecht door de smalle steegjes met brommers, fietsers en auto’s die je precaire evenwicht uitdagen. Meer nog raak ik uit balans door de stalletjes met gebraden en doormidden gekliefde hond.

Hanoi binnen fietsen. Je hebt geen gopro nodig als je een kind vooraan vervoert

We geraken in ons hotelletje in het oude kwartier. Al mijn zintuigen staan op scherp, een kwartier fietsen in Hanoi vergt evenveel van mijn lichaam als 50 km tegenwind. 7,5 miljoen mensen wonen hier en de meeste verplaatsen zich met bromfietsen. Voetpaden zijn er niet- en als ze er zijn, zijn het bromerstaanplaatsen – dus alles gebeurt op de openbare weg, inclusief koken, kippen slachten, thee drinken en parkeren. Heel het oude kwartier vult zich met een lang monotoon lawaai van getoeter en geroep. Hier geldt het omgekeerde van het STOP principe, stappers en trappers zijn zwaar in de verdrukking. Personenswagens zijn zeldaam dus zet de Brommer maar op kop  in het BOTS principe. 

Iedereen op de bromfiets

De voetpaden zijn er soms, maar nooit bruikbaar

De volgende dagen wil ik liefst wandelend Hanoi verkennen, maar dat is blijkt snel nog moeilijker. Voortdurend een kind aan zijn/haar arm meesleuren, stapje vooruit zetten, twee terug, opletten, zachtjes je tussen brommers  doormanoeuvreren… Hij verkiest de fiets, go with the flow en je wordt meegezogen in een krioelend wespennest dat zijn eigen dans danst. Hoewel het van mij wat moed vergt om me erin te begeven, is het – eenmaal je rijdt -best te doen. De snelheid is laag en het lijkt wel of Vietnamezen begadigd zijn met voelsprieten en 5 paar ogen. 1,5 km fietsen op de Long Bien brug is een mengeling van verbazing, opperste concentratie en een opgejaagd ikwilhierwegmaarkannietkeren gevoel. Ik voel me zelden op mijn ongemak op de fiets, maar deze stad slaagt erin me uit mijn lood te slaan. Zouden niet ervaren fietsers zich net zo verdrukt voelen in Gent? 

West lake in Hanoi.

M trekt het zich niet aan en valt in slaap. Iedereen handgebaart naar ons dat we moeten stoppen. Ze binden hier ganzen, varkens en honden op de fiets maar een slapend kind is blijkbaar not done (ok, helemaal comfi ligt ie niet).

Koken op straat

Heerlijk veel stalletjes met verse groenten en tofu en vvv (vis,vlees,vliegen)

We blijven 4 dagen in Hanoi want doen heel wat huzarentrukjes om ons visum voor China te regelen. Gelukkig heeft Hanoi ookveel tofu, smoothies, loempia’s, bier en volk. We genieten dus ook van lekker eten, wat winkelen in de talrijke boetiekjes en ontspannen. Maar na 4 dagen heb ik het ook echt gehad. Ik hou van drukte, levendigheid en geroezemoes. Alleen is hier voor ons op dit moment nergens een plek of moment van rust. Ik wil hier weg. Ik wil kunnen buitenkomen en niet aangeklampt worden om een ritje te doen in een risjka, 10 bananen te kopen, mijn voeten veilig kunnen neerzetten, mijn oren willen onstpannen, mijn longen schreeuwen naar  verse lucht.

Plots blijkt WordPress ook geblokkeerd. Blijkbaar kan je in hele delen van Vietnam niet bloggen. Hij is gelukkig even goed met digitale media als met de fiets en via tunnels en hazen geraak ik moeiteloos weer op het web. 

Regen en afval

19 mei Ninh Binh – Binh Ham 56 km

20 mei Binh Ham – Hong Van 64 km
Het regent. De voorbije maand overwoog ik meermaals om in Hanoi een postpakket naar huis te sturen met onze 4 truien en 4 regenjassen, dat is een halve fietstas. Maar vandaag is zo een dag dat de fietstas ondersteboven gehaald wordt. 

Het miezert al als we op staan. Met het heerlijkste ontbijt van de voorbije maanden achter onze kiezen (brood met kaas!) besluiten we toch te vertrekken want we zijn wel wat meer gewoon in Vlaanderen,  het is best warm en we zijn tenslotte niet van suiker. En kans dat dit lang duurt, is miniem.

We zijn niet de enige op de overzet

De wegen zijn duidelijk rustiger. We volgen grotendeels de Rode rivier. Het voelt bij momenten alsof ik langs het jaagpad aan de Schelde fiets op een regenachtige zomerdag, maar dan besef ik weer dat het geen Hx graslanden (lezen hier ecologen mee?) zijn, maar rijstvelden en dat bananenbomen geen inheemse soort zijn in België.
Een jonge gast op een motorfiets probeert 10 minuten in het Vietnamees met ons te praten, we lachen wat… Hij wijst naar de kinderen, hun natte broeken, zijn eigen plastiek regenbroek een zakjes rond zijn schoenen, hij hoest en wijst, we beamen en lachen en denken opnieuw ‘wij zijn niet van suiker, we zijn Belgen dus wel wat gewoon’. Hij bekijkt kritisch de Jack Wolfskin jas van Maurice die inderdaad al donkergroen kleurt. En dan is hij weg. We fietsen verder en het begint harder te regenen. 10 min later is de jongen er weer op zijn motorfiets. Hij kocht twee plastieken regenjassen en broeken en geeft ze aan ons. Hij weigert geld maar geeft zijn Facebook. De kinderen zijn door het dolle heen, de paarse en blauwe -in-model-gemaakte-vuilniszakken zijn dan ook redelijk hilarisch. Het merendeel van de Vietnamezen die we vandaag tegenkomen, heeft wel zo een exemplaar aan. De kinderen trekken ze aan, de wind speelt eronder, ze blazen op, maar ze zijn wel droog. We ploeteren verder. Het water staat ondertussëin mijn sandalen maar het is heerlijk rustig op de weg. Na 25 km drinken we twee warme koffies en druppen even uit. We krijgen warme maiskolven van een vrouwtje. Camille klappertand. We halen tenslotte de truien voor de kinderen boven.

Opnieuw gaan we op weg, de regen houdt niet op. Beide kinderen zitten in hun plastiek cocon en besluiten blijkbaar synchroon dat er weinig te beleven valt want vallen allebei in slaap. Als je kan slapen in de hitte van Cambodja, waarom niet in de striemende regen in Vietnam denkt Maurice. Na 56 km zijn we het beu. Het regent nog steeds. We leerden ondertussen dat Nha Nghi ‘local guesthouse’ betekent en zowat in elke klein dorp te vinden is. Het valt niet op want is vaak enkel in het Vietnamees aangeduid. Bij bet dorp waar we stoppen, zijn de mensen weer erg behulpzaam, ze rijden ons voor op de motorfiets tot aan het eerste Nha Nghi. 

Mijn stuurtas hangt laag aan de Pino en was blijkbaar minder bestand tegen al het vocht, mijn telefoon heeft de geest gegeven. Gedaan met tussendoor foto’s, maps, liedjes en luisterverhalen… zal even tandenbijten zijn tot Hanoi of China. 

De volgende dag rijden we verder langs de Rode rivier. Het is wat zoeken want de weg zit vol putten en kieren maar het is mooi en relatief rustig. Aan een tempel houden we halt om te eten, bezoekers geven ons eieren en een soort rijstebrij, heerlijk.  Het enige wat zwaar valt is de enorme stank. Overal ligt vuilnis en ruikt het rot. Afval wordt  weggegooid en achtergelaten, daar waar het gebruikt is. Niet meer bruikbaar wordt gewoon gedumpt, of het nu blikjes, fruitafval, kadavers, televisies of plastic flessen zijn.  Het is soms moeilijk te vatten en nog moelijker uit te leggen: Dat dát waar je al jaren mee bezig beng, je kinderen op berispt, hier zo weinig uitmaakt.  In de steden zien we (bijna altijd vrouwelijke) vuilnisophaalsters.  We zien sorteerders en jutters, vuilnisbelten en containers. De Rode rivierdelta is echter een aaneenschakeling van dumpplaatsen, gecombineerd met de geur van natte pluimen van de vele ganzenkwekerijen. Af en toe draait mijn maag. Misschien moeten  we toch maar es een mondmaskertje aanschaffen.

Typisch plaatje langs de kant van de weg. Picknicken en afval achterlaten

Mondmasker tegen geur of smog?

Ook op restaurant smijt je lege blikjes gewoon naast je neer, iemand ruimt wel op…

De Nha Nghi waar we deze avond stoppen heeft wellicht andere bedoelingen dan een familie een nacht te slapen leggen. De grote spiegel aan de muur, de licht erotische foto’s,… doen zwaar vermoeden dat dit vooral een daghotel is waar jonge koppeltjes afspreken. De kinderen merken het niet op. En wij eigenlijk ook niet. Het bed is even hard als elders en de nachtrust welkom. 

Boten, vleermuizen en lychees

17 mei Ninh Binh en Tam Coc

18 mei, Dragon boat homestay 23 km

Als we doorfietsen zijn we in twee of drie dagen in Hanoi. Dan zijn we daar net voor het weekend. Voor onze visumaanvraag voor China is dat niet echt handig, dus we besluiten kleine stukken te fietsen en te genieten van enkele toeristische must do’s.

Tam Coc wordt overal bejubbeld. 100 bootjes en idem roeiers en roeisters liggen te wachten, nogal actief te wachten, op klanten. Ze roeien je door het prachtige kartsgebied en rijstvelden. Met de fiets kan je dat ook grotendeels zien, dus we fietsen iets verder en bezoeken een vogelreservaat. Daar laten we ons wel buddha cave inroeien en wekken 2 km lang honderden vleermuizen (diervriendelijk zijn in Vietnam is moeilijk). 

 

23 magische en tegen de wind in km’s verder stoppen we in een prachtige homestay in  een oude boomgaard. We blijven een nachtje in de meest gezellige bungalow van onze reis, de kinderen plukken lychees, we drinken verse groene thee en genieten van Duitse gastvrijheid. We fietsen in de namiddag 17 km heen en weer om een boottochtje te maken in een vogelreservaat. Veel vogels zien we niet maar het is wel adembenemend mooi. De weg erheen is echter vreselijk. We denken ergens een snelle hap te eten maar ik heb plots platte band en herstelgerief hebben we niet bij. Een behulpzame dame komt let een pomp, we pompen zo goed mogelijk de band op en haasten de 17 km naar onze homestay. Onderweg kopen we 3 pakken chips en crackers, dat wordt ons avondmaal. 

Getrein en getoeter

15 mei Vinh- than Hoa met de trein

16 mei Thang Hoa – Nin Binh 85 km

Er zijn weinig wegen tussen Vinh en Thang Hoa behalve de 1A en áls je die kan mijden, dan mijd je die. Dus besloten we dat stukje met de trein te doen. In Vietnam moet je fiets blijkbaar mee met het nacht cargo transport terwijl wijzelf in de ochtend de treinrit maakten. Voelt vreemd onze fietsen achter te laten en een dag lang fietsloos te zijn. 

Vinh treinstation

 Het is een beetje de trein de traagheid. De sporen zijn nog aangelegd door de Fransen  en enkele keren per dag trekt een trein zich traag een weg door de rijstvelden richting Hanoi. Af en toe komt een karretje door de coupés gereden met verse noedelsoep en andere niet identificeerbare geuren. Er wordt gegeten en ook gesmakt, gerocheld en geboerd. Wij houden het beleefd bij baguette en banaan (en grote ogen van de kinderen bij zoveel luid eetplezier). 

In Than Hoa wachten we een dagje en pikken de volgende ochtend om 8u onze fietsen op. We vertrekken meteen voor een rit van 85 km naar Ninh  Binh.  Maps.me laat ons slalommen door rijstvelden, kartsheuvels, onooglijke dorpen, steenkapperswijken en veel verbouwingen en bouwwerken. Het lijkt wel of ze in Vietnam overal aan het bouwen zijn. Het land is vollop aan het groeien, ontwikkelen, veranderen. Megalomane straten worden aangelegd, gigantische complexen worden neergezet. 

Rijstoogst

Bouwen met bamboo

Ondertussen zijn we ook al een beetje gewend aan het voortdurende getoeter. Het tuuten vervangt ogen, oren en voeten. Als je TUUUUUUUT zou vertalen in hashtagtaal dan zou dit er staan:

#ikkomeraan #ikbener #hebjemijgezien #ikhebjouwelgezien #nuhebjemealleszinsgehoord #hiergeldtvoorrangvandedikste #ikhebookdeanderetegenligger10meterverderaandeoverkantgezien #ikganietremmen #coolefietshebjij #tochremikniet #voorhetgevaljezoutwijfelenikhebjegezien #ikbengroterdanjij #ensneller #aangenaamkennismakenensaluendekost

Eigenlijk best begrijpelijk dus. Of het nu een brommer is die als spook op je af komt, een vrachtwagen die je voorbijraast of een auto die het kruispunt opdraait, ze toeteren en gaan door. Er wordt niet gewacht, niet geremd en al helemaal niet stilgestaan. Overal zie ik hier koningen en koninginnen  van de wacht. De vrouwen in hun kraampjes, 10 bedienden in een leeg restaurant, de mensen langs de kant van de weg,… maar in het verkeer wacht niemand. Hier lijken seconden van zuiver goud, stilstaan doet niemand, nooit. Behalve ik natuurlijk, die dit hele gesmeerde mierennest soms onbedoeld overhoop haalt. Sorry daarvoor.

De fietsstoeltjes worden hier vreemd bekeken maar met 2,3,4 op 1 fiets is hier dan weer zeer normaal.

Fietsen door bananen en rijst

De weg is lang en de km’s gaan traag. Er is wind. Meestal welkom maar niet als hij op kop is zoals vandaag. Ook al is het plat, de benen zijn na 60 km van lood. Zoals dat gaat met ouders die zelf op hun tanden moeten bijten, beloven we de kinderen goud. Het goud bestaat uit een hotel met zwembad. Vlakbij het toeristische Tam Coc. Moe komen we aan. Gold Hotel is groter en grootst maar leger en leegst. We zijn de enige gasten. Bij het ontbijt in de feestzaal met vlag van de partij, voelt het wat vreemd. Maar ook dat slaapt diep. 

Zicht uit hotel, gigantische weg zonder verkeer, op alles voorbereid, Tam Coc op achtergrond

Verse ananas onderweg, wat is dat lekker en zo anders dan in België. ik zou zeer graag hun schiltechniek leren, (voor de 2 keer per jaar dat er ananas in onze fruitmand zit. )