De driekoppige – Triglav. En terug

Terug is meer bergaf dan heen. Richtingen zijn alles. Dus nemen we een trein (samen met een heel aantal andere fietsers, waarbij we allen angstvallig naar elkaar kijken en ergens ook denken – wij hebben een reservatie- maar dat blijkt iedereen te hebben en dus wordt het drummen en persen en elkaar helpen) in Villach naar Jesenice – Slovenië.

Ha! Slovieniė. Een andere taal, andere klanken. Het voelt ineens vertrouwder omdat het vreemder is. We hebben meteen spijt dat we niet door spoorden naar Ljubljana en dus wat langer hier fietsen. We hebben een camping op het oog aan de voet van Triglavski Nationaal park.

We zijn niet de enige. Net terwijl ik de kinderen begin te waarschuwen met de woorden: “we zijn niet langer in Oostenrijk, hier wordt niet zoveel gefietst, opletten voor auto’s – die zijn fietsers niet zo gewoon” moet ik mijn woorden inslikken . En of hier gefietst wordt. De fietsroutes zijn goed aangeduid, het is een komen en gaan van elektrische mountainbikes, trekfietsen, racefietsen, gezinnen op de fiets…

De camping, of toch de plek die we kiezen, geeft een steile klim. Eén die we snel te voet beginnen doen… Even later sluit de camping wegens volzet. Het is een drukke bedoening maar nog net relaxed genoeg.

Er blijkt een gratis bus te rijden naar Vratih aan de voet van Triglav. Ook al zijn we niet uitgerust voor een wandeling in de bergen, we besluiten toch hoger te gaan en een kleine trip te doen. Met sandalen en tote bag geraken we wel ergens. Het uitzicht is prachtig, de schaduw heel schaars en enkel liggende te vinden onder lage struiken. De kinderen krijg ik niet gemotiveerd. Uiteindelijk klimt hij nog 700 hoogtemeters alleen verder, iets waar zijn lijf nog drie dagen naweeën van heeft. Wij daarentegen gaan pannenkoeken eten in Aljažev dom v Vratih.

De volgende dag fietsen we verder naar Kranjska Gora. Een ecocamping zonder wifi en electriciteit leek ons aanlokkelijk. En inderdaad bijzonder pittoresk met houten sanitaire blok, een heerlijke buitenkeuken en een tam lammetje dat dartel tussen de schommelstoelen en tafels beweegt. Terwijl we gaan zwemmen om af te koelen in het meertje vlakbij, zijn er meerdere die de eco camping aantrekkelijk vinden. Tegen de avond lijkt het wel een festivalterrein. Gezonde lichamen, mooie families, katoenen tenten, yoga minnende moeders en gezond kokende vaders, je kent dat wel. Heerlijk idyllisch maar het komt te dicht en het is te druk. Terwijl ik over de haringen van de tent naast ons stap, de baby’s in de nacht hoor huilen en sommige mannen snurken , besluiten we om weeral te verkassen.

Een pittig en heerlijke route door Italie terug naar Oostenrijk. Lang geleden dat we drie landen op een dag fietsten. We klimmen de laatste 3 km nog 300 hoogtemeters in de blakkende zon. Genoeg om de idyllische pizza stop in Italie te vergeten, een kleine crisis te overwinnen en ons zonder veel eten en drank te settelen op een cmaping naast het gemeentelijk zwembad. Pas later beseffend dat iemand terug naar beneden (en dus omhoog) moest fietsen om eten in te slaan. Rarara wie die heldendaad deed (not me).

Een laatste wandeling in de buurt van Villach, aan de Dobratsch in de mist maakte de hoofden koel en leeg en het hart voel. Prachtig ook al zagen we weinig.

Nog een nachtje op camping Gerli en een lange terugrit. 1,5 dag en 7 treinen later zijn we weer in Gent. Je moet toch een beetje doorzettingsvermogen hebben om alles met fiets en openbaar vervoer te doen. Nog werk aan de winkel op dat vlak. Maar he, wat was het weer mooi.

Gerli en Villach

Vandaag fietsen we 80 km tot Villach. Begin is pittig. Daarna is het vooral trappen in de zon. Hij neemt de kop. Ik kan het tempo vaak net niet aan. Bepakt en gezakt, onder de zon, tegenwind en soms op kiezels… De kinderen volgen redelijk de 25km/u. Ik los regelmatig en luister dan naar podcasts. Nu weten ze langs de Drau ook hoe de Buffalo Bitches supporteren (thx Eva Moeraert https://evamoeraert.wordpress.com/)

We komen aan in Villach, de benen zijn moe, echt moe. We kiezen voor camping Gerli. De plek is verouderd en rommelig. Het zwembad staat leeg, want sinds dit jaar zijn officiële redders verplicht. Gerli is een 80 jarige kranige dame die de camping runt. De sfeer is hartelijk. We voelen er ons onmiddellijk welkom en thuis. Simpele campings zijn zoveel heerlijker voor ons dan alle glamping gedoe . Een stuk vlakke grond. Drinkbaar water. Een douche die werkt en een wc met wc papier… En als het even kan een bar met een frisse pint.

Ik ontmoet een Vlaamse dame die ons haar triest maar mooi verhaal vertelt over de liefde volgen, afscheid nemen, je plan trekken, zorgen voor en tenslotte verantwoordelijkheid nemen.

We blijven een dagje hangen en beslissen Villach te bezoeken. Het valt tegen. Weinig te beleven en de warmte is als lood.

Verder de Alpe Adria fietsen schrikt ons af. De temperaturen in Udine zijn tegen de 40 graden en teruggeraken van Grado lijkt moeilijk. Hoewel het pijn doet niet te eindigen aan de Adriatische zee, dromend van pasta met zeevruchten en een zwem in het zilte blauw, denken we dat de bergen in deze tijden beter zijn.

Slovenië, here we come.

Alpe Adria door de Tauerntunnel

Camping Berthahof was zoals de meeste Oostenrijkse campings: Ordelijk en ordentelijk, brandschoon, individuele doucheruimtes die groter zijn dan onze badkamer en dus al bij al een beetje braaf en saai.

Na ons arriveren nog twee Vlaamse families. Beiden (toevallig) met een Pino Hase. Eerlijk gezegd zijn we niet jaloers. De nieuwere modellen zijn dan wel lichter, het blijven toch zware fietsen, vinden we.

De volgende dag fietsen we naar Bockstein waar we op een autotrein moeten om de Tauerntunnel door te gaan. De rit heeft opnieuw pittige hellingen. We denken. Aan de pino’s. Ik moet af en toe afstappen en duwen. Later ontmoeten we een Nederlands koppel, de man vertelt dat hij nooit afstapt maar deze keer toch ook prijs had. De electrische mountainbikes fietsen ons voorbij, toch ook niet moeiteloos.

We fietsen tegen de klok. Er is maar een trein per uur. Maar ook in Oostenrijk zijn er vertragingen en duurt het ‘inschepen’ van alle auto’s en moto’s en onze fietsen best nog lang. Maar even later treinen we door een tunnel van Tirol Karinthië in.

Aan de ander kant,in Malnitz kijken we uit op Hoge Tauern. Eigenlijk willen we hier blijven. Het is hier koel en mooi. Alleen is er oorverdovend geluid van helikopter die aan bosbouw doet. Dit zal nog twee dagen duren. We hebben ook geen wandelspullen, geen rugzak of schoenen…

We beslissen te dalen. Het doet wat pijn. De bedwongen hoogtemeters zo snel weer kwijt spelen. 11km later staan we 500 m lager en slaan we onze tent op.

Alpe Adria dag 1

Van Sankt Johan In Pongau ( camping st Veit) naar Vorderschneeberg (Berthahof)

De nacht was zacht en lauterend. Bij enkele Kaiseremmels en heerlijke koffie via mijn nieuwe koffiepress van Brukit/Alpkit, herplannen we.

De GPX die we hals over kop inladen in goede oude Osmand blijkt bij nader inzien nogal optimistisch te zijn. De 1000 hoogtemeters blijken er 5000 te zijn. De 400 km van Salzburg naar Grado kloppen wel. C en M kijken ons eerst verwonderd, dan kwaad aan. Hoogtemeters zijn vaak stof voor discussie en slechte humeuren.

We beslissen dat dat wat je niet doodt, je sterker maakt en het erop te wagen. Sterke kinderen en spieren wil iedereen toch. Dat sterven zullen we vermijden.

Traject 1 is niet eens ver. 30 km, 600 hoogtemeters. We hebben amper tijd om onze versnellingen weer te leren kennen of de steile hellingen staan als een muur voor ons. De zon brandt, de benen nog niet ingereden. 10 km lang stijgen we pittig naar Lend. Gelukkig behoeden enkele tunnels bij Klamm ons voor ergere hellingen en gaan we dwars door bergen ipv erover.

Een kleine crisis later zijn de meeste hoogtemeters bedwongen. Enkele Almdudlers later, zijn ze vergeten.

We besluiten de periode in de bergen zo lang mogelijk te rekken. De koelte voelt hier goed. We weten dat veel meters lager de hitte zal toeslaan. Europa gaat opnieuw gebukt, ik word er droef van. Het voelt alsof je toekijkt hoe je geliefde ten onder gaat en dat je moe bent van het zorgen voor, het roepen, het wakker schudden. Mijn zus (die ook in Oostenrijk bleef en een huttentocht doet) stuurt me foto’s van smeltende gletsjers waar ze zoals doekjes tegen het bloeden, dekens tegen het smelten hebben overgelegd. Zoals Tine Hens schreef in ‘de wereld die we delen’ overvalt me opnieuw het onbegrip. Hoe kunnen we zo slim zijn, zoveel weten en toch zo dom zijn….

Het voelt alsof ik wat onverschillige wordt. Er was niets dat ik meer vreesde dan dat.

De trein der traagheid

De ongeplandenden (hij en ik, camille en maurice desondanks in ons kielzog) fietsten – na een laatste goddelijk ontbijt met de familie – gezwind de Aachensee naar benee naar Jenbach. De rit was ideaal om de fietsbenen warm te trappen met als beloning een eerste giga afdaling waarbij ik de remmen dichtkneep, de keel openzette en de rest van het gezelschap zowat het omgekeerde deed. Ruim op tijd voor onze trein van 11u

De dag voorheen hadden we de treinen opgezocht. Slechts 1u en 50 min waren we verwijderd van Salzburg. Dachten we.

Jenbach Bahnhof. De loket beambte bleek gauw de halve nachtmerrie van hem. Ze leek wel weggeplukt uit een satirisch tv programma. Na 3 keer gecontroleerd te hebben of er nergens verborgen camera’s hingen, na een voucher bemachtigd te hebben voor het verkeerde treinticket, na 5 keer van het kastje naar de muur gestuurd te zijn, na 4 keer Njet omdat de trein te vol was, na 1 voorstel waarbij we om middernacht in Salzburg toekwamen en 5 keer meer zouden betalen dan online werd voorgesteld, na een wespensteek bij M. en een hongeraanval bij C., besloot de loketbediende dat het welletjes was en wou ze ons niet meer helpen wegens te onvriendelijk. Eigenlijk wou ze hem niet meer helpen en enkel via mij communiceren, wat een halve victorie leek voor mij maar misschien meer een teken was van ‘geen haar op mijn tanden’ en een verraad aan hem zou zijn om verder te proberen.

Na dit alles, wat zowat 4u in beslag nam, besloten we om 30 km verder te fietsen naar het volgend station.

Het humeur van hem was ondertussen omgekeerd evenredig met de dreigende hittegolf in Europa. Gelukkig helpt het fietsen naar Wörgl om de lach langzaam te laten terugkeren en het zelfverwijt te laten slinken . En kijk, een goedgemutste treinconducteur, een ticket aan een fractie van de prijs zoals voorgesteld en een kwasi lege trein, laten ons de nachtmerrie van Jenbach vergeten.

We zouden in Salzburg arriveren om 22u maar zien onderweg dat we een stukje van de Alpe Adria afleggen met de trein. We besluiten dan ook om hals overkop uit te stappen in Sankt Johan in Pongau en kunnen dus al om 21u onze tent opzetten. Zo winnen we meteen ook enkele hoogte- en kilometers. Flexibiliteit en ongeplandheid heeft dan ook weer zijn voordelen beslissen we.

Aachensee

Zomer 2022 stond een weekje familie wandel vakantie centraal. Mijn ouders, mijn broer, mijn zus en hun gezinnen. Aachensee werd de bestemming 8 volwassenen, 5 kinderen de ingrediënten.

Daar we onze gezinsvakantie eraan willen koppelen, gaan we met 4 fietsen de trein op naar München. Daar dwalen we een dagje rond in de stad en de parken om de volgende dag naar te treinen.

Onze weg kruist (bijna toevallige) die van mijn ouders. Zonder veel twijfelen, geven we alle fietstassen mee met de auto en klimmen de volgende 35 km en 600 hoogtemeters iets vlotter door de gravel, fietspaden, Almen en grenzen.

Aachensee is een prima familie vakantie bestemming. Mooie wandelingen, heerlijke uitzichten, zwempauzes en sup pogingen, neef en nicht plezier. Broer en zus vertier.

Een weekje familie geluk later (dankje mams en paps) en hoogtemeters en thermometers bestudeerd, beslissen we dat we de Alpe Adria route van Salzburg naar Grado gaan fietsen.

Zeer ongepland en onvoorbereid starten we deze fietsreis. Iets wat we halfslachtig fier als een totem dragen. De volgende dagen zullen we het ons nog beklagen.

Fietsen en … Venetie zien

Ponte Nelle Alpi – Santa Giustina
Santa Giustina – Lago di Corlo
Lago di Corlo – Bassano del grappa

Er wordt terug ciao, salve en buon giorno geroepen naar elkaar. Er zijn veel fietsers op pad, meestal mountainbikers, bikepackers op gravelbikes of wielrenners maar ook af en toe bepakte trekfietsers zoals wij. De weg gaat vlot. We dalen en stijgen beetje. Volgende oude Romeinse weg Via Claudia Augusta een hele poos. Het wordt warm, heel warm. We slapen bij een warm shower host, genieten van een bed en kunnen een was doen.

We beginnen de dagen te tellen en te plannen. Bassano halen we, Venetië niet wellicht. We moeten de auto nog ergens oppikken en de ‘voor niet ervaren autorijders’ lange terugtocht aanvatten. Bovendien is het warm en is er nood om niet de hele dag op de fiets te zitten.

We fietsen dus in de ochtend naar Lago di Corlo en zwemmen in de namiddag wat in het meer,drinken Aperol Spritz en eten wederom pizza. De volgende dag vertrekt hij in alle vroegte voor 80 km fietsen en een paar uur treinen. We zullen elkaar terug zien in Bassano de Grappa. En dus heb ik een langzame ochtend, breek de tent af, ga koffie drinken terwijl de kinderen nog wat spelen en dan fietsen we de laatste 35 km. Maurice toont de weg via mijn gsm gps (Osmand)en dat bevalt hem. Zowel de klim om het dal uit te fietsen, gaat vlot en bij de kilometers lange haarspeld-bochten-afdaling zie ik hem en Camille pas beneden weer.

Als er geen schaduw is van bomen is de hitte nauwelijks uit te houden. We dompelen regelmatig ons hoofd in de Fiume Brenta die we volgen. Het ijskoude bergwater verdampt snel maar deed wel zijn werk.

En ’s avonds zijn we allemaal samen in de jeugdherberg van Bassano del Grappa. En zoals zoveel Italiaanse steden charmeert de stad onmiddellijk, mooi en lekker.

Zo slagen we erin om de volgende dag toch geen en weer met de trein een blitz bezoek aan Venetië te brengen. Ik was even vergeten hoe heerlijke die stad ruikt, het zilte water, de rust van de kleine straatjes.

Italie, je was mooi, je was lekker, je was warm , je was wederom betoverend. Ti voglio bene – ci vediamo.

Italie, je was mooi, je was lekker, je was warm , je was wederom betoverend. Ti voglio bene – ci vediamo.

Naar de Dolomieten

Dobbiaco – Cortina d’Ampezzo

Cortina d’Ampezzo – Ponte Nelle Alpi

Terug naar het begin… Wat we initieel van plan waren. De bergen in, bergafwaarts uitbollen naar zee. De koelte opzoeken, de landschappen die je plat slaan in plaats van de hitte.

Gestrand in Trente

De tocht erheen is de grootste uitdaging. We hebben treintickets van Bologna naar Toblach (Dobbiaco) maar stranden met treinpech in Trento. Wat moedeloos staan we gepakt en gezakt op het perron. Lopen drie keer opnieuw de trappen op en af, vervloeken de onbestaande info, zoeken campings en hotels in de buurt. Het ziet er niet naar uit dat er vandaag nog treinen zullen vertrekken. De ingelegde vervangbussen, waar horden wandelaars zich op wringen, laten duidelijk verstaan dat er geen plek is voor fietsen. Wat moedeloos herplannen we en beslissen dan maar om de komende week weer richting Gardameer te fietsen. Maar dan blijkt bij een laatste en ultieme poging om in mijn beste Italiaans wat informatie te vinden, dat er vanavond toch nog een trein vertrekt. Zo sporen we dus enkele uren later naar Fortezza, zetten daar onze tent op en nemen de volgende ochtend de trein naar Toblach.

En daar staan we, op 1240 m hoog met voor ons de toegangspoort naar de Drei Zinnen.

Het is een komen en gaan van fietsers. De meeste met heel wat dikkere banden, zonder bagage en elektrisch. Een fietspad slingert zich omhoog naar de Toblachersee. Op gravel rijden is voor onze fietsen niet altijd evident en het gaat traag en langzaam maar we stijgen enkele honderden meters om dan aan een 25 km lange afdaling te beginnen. We begeven ons in een soort pretpark voor electrische mountainbikes. Ik ben het gewoon om elke fietser die ik tegenkom op fietstochten te begroeten maar hier is er geen beginnen aan. Het zou zijn alsof je in de wachtrij vand e Efteling elke medebezoeker enthousiast hallo zegt.

Tre cime duiken voor ons op. Maurice zijn benen zijn moe maar hij trapt moedig verder. Camille mata niet merken dat ze ook zonder bergcasette met haar vingers in de neus naar boven trapt.

Na de kilometerslange afdaling heb ik kramp in mijn onderarmen van het remmen en bovenal heb ik het koud. We lietten alle warmere spullen in de auto, niet veracht dat we nog iets anders dan de hitte zouden voelen en de bergen zouden zien. Op de camping probeer ik me warm te houden met de slaapzak rond me maar we verkassen naar de pizzeria op de camping, binnen deze keer, dus moeten we onze greencard en voor de eerste keer moeten we wat onwennig onze ‘greencard’ tonen.

De volgende dag moet ik Maurice overtuigen met de belofte dat we voornamelijk zullen dalen, hoewel de volgende camping ver ligt en we nog geen idee hebben waar we zullen landen. Hij heeft geen zin. Is moe. Wil liever niet fietsen. De eerste 2 km moeten we meteen sterk stijgen, het dal uit dus de eerste crisis is er dan ook meteen . Met beloftes van ijsjes en pauzes, van beperkt aantal kilometers krijg ik hem terug en al trappend op de fiets. De uitzichten zijn wondermooi.

In de hoop een paar hoogtemeters en enkele kilometers te schrappen maakt hij (voorop) de keuze om een stuk de weg te volgen in plaats van het fietspad dat grotendeels nog steeds uit gravel bestaat. Een peloton wielrenners doet hetzelfde dus we beginnen moedig aan de weg-tocht. En voor we het weten zitten we vast in een grote autobaan. Ik sta kilometers lang doodsangsten uit. Het voelt als fietsen op een halve pechstrook vol stenen en afval. Naast ons razen auto’s. Je ken nergens stoppen alleen maar hopen dat je met de bagage netjes op je lijn blijft en met een erg bang oog mijn twee kinderen voor me hetzelfde zien doen. Het gaat wel bergafwaarts. Dus alleen remmen en concentreren.

Ponte Cadore (wikimedia)

En dan komt de brug: Ponte cadore. Ineens hangen we 184 m boven de grond. De wind beukt op ons in. Ik ben misselijk van angst. Na een halve km op de brug, is er een kleine zijsprong. Ik tref een huilende Camille aan, een schuldig voelende man en een opgetogen Maurice.

We peppen elkaar op. Nog even volhouden, dan kunnen we eraf.

Als iets later de weg in een tunnel gaat, slaan Camille en ik dicht. Uiteindelijk heffen we de fietsen over de vangrails en vinden de alternatieve parallelle fietsroute iets verderop. Na enkele kilometers door het prachtige landschap is de meeste stress uit mijn lijf. We sukkelen nog wat bij wegwerkzaamheden en staan versteld van de ramp die in de jaren 60 gebeurde bij Longarone. Uiteindelijk vinden we een slaapplek in een Albergo in Ponte Nelle Alpi. We eten sushi uit de Lidl naast de deur, drinken elk een halve liter bier en trakteren de kinderen op limonade terwijl buiten een gigantisch onweer en regenbui losbarst.

La Rossa, La Grassa, La Dotta

Bologna zien, Bologna beleven. Het was mijn tussendoel. Hoe flexibel onze fietsreizen ook zijn, ik heb (in tegenstelling tot hem) graag enkele houvasten. Zoals op het strand wandelen tot de volgende golfbreker om dan pas op te keren. Of tot Bologna fietsen, de stad stond al lang op mijn ‘daar wil ik ooit opnieuw es naartoe’ lijst.

Maar de route was behoorlijk saai, warm en de muggen talrijk. Ondertussen tikten onze dagen weg. We besloten dus de laatste 60 km met de trein af te leggen.

Wie zoals wij nogal last minute in een station toekomt, weet beter dat je (zowel online als in de automaten) de laatste 5 min voor vertrek geen tickets meer kan kopen. Een dikke week later missen we daardoor een trein, nu springen we er zonder ticket en met onze vier fietsen op. Ik slaag er wel in om online tickets te kopen vanuit een station dat tien minuten verder ligt en de Italiaans trein heiligen zijn ons goed gezind.

Bologna, la rossa is mooi, lekker, schaduwrijk en voldoet aan alle verwachtingen.
We drinken meer Aperol Spritz dan we ooit deden en kinderen proeven de echte bolognaise saus.

Eurovelo 7 tussen Garda en Bologna

Terwijl kleurcodes en virussen onze bestemmingen bepaalden op macroniveau, doen regenwolken en hittegolven dat op mesoniveau. Op microniveau zijn het de benen en slaapplekken.

We beslissen dus last minute om naar het zuiden te fietsen. We genoten van verkoeling aan het (hyper toeristisch) Gardameer en vinden via Campspace een idyllische plek waar we onze auto achter mogen laten. Met buitendouche die de drukkende warmte van ons af spoelt. Helaas waren de muggen zo talrijk dat we onze laatste luxe avond niet in de kampeerstoel maar in de tent doorbrachten, murwm van de warmte… De volgende ochtend pakten en herpakten we. Alle overbodige spullen (lees alle warme kLeren + alle comfort min of meer) bleef achter. Het boek werd vervangen door e-reader en dwarsligger. De stoel door een zitmatje enz’…

En toen begon de fietstocht. Richting Toscane leek ons wel wat. Weer even wennen aan de zware tassen maar de eerste dagen waren plat dus dat wende snel.

Eurovelo7 loopt langs de Po. En om eerlijk te zijn was het niet echt mooi. Alle Italiaanse charme ontbrak de eerste dag. Het was warm, de stallen vol varkens en kippen en de eentonige maïsvelden, kennen we ook van dichter bij huis. De kanaaltjes die we voortdurend volgden, herbergen dan wel tal van zilverreigers, roerdompen en een kolonie heilige ibissen, we zien ook hele families beverrat en muskusratten zwemmen in het water…

De avonden zijn kort. Meestal moeten we onmiddellijk in de tent schuilen wegens muggen terreur. Zelf ben ik het minst appetijtelijk. Ik krab wel hier en daar maar vergeleken met de bergen die zich op zijn rug en armen vormen en de rode vlekken bij de kinderen, mag ik eigenlijk niet eens luidop klagen.

De weg wordt leuker maar blijft wat eentonig. Gelukkig zijn er overal cafeetjes Met lemon soda en aperol Spritz met slaatje of pizza of pasta. Maurice fietst goed, hij blijft wat verstrooid maar elke km gefietst is een minuut op een scherm die avond. Dat motiveert blijkbaar (en helaas). Camilles benen zijn langer en ze blijft fietsen alsof ze nooit iets anders deed. Deze keer wordt er naar muziek geluisterd ipv podcasts.