Lange dag

28 april Don khon – than beng 102 km

Ik ben blij dat ik lig want na 100 km doet mijn zitvlak pijn. We wisten dat het eerste guesthouse ver was, dus ik was er vrij zeker van dat we de nacht zouden doorbrengen  in een verlaten cabine,  een tempel of bij mensen thuis. Een behoorlijk nadeel van zo een onderneming is dat we onderweg zijn met slechts 2 halve matjes   en 1 lakenzak. Ideaal voor de kinderen in onze kamer maar minder geschikt voor ons allemaal. Maar ook dat zag ik me wel doen: slapen onder ons muskietennet, in een sjaal, op onze fietstassen ofzo…

We stonden op om 5u. Zagen vanuit de boot de zon opkomen boven de Mekong en zaten om iets voor 7 op het zadel op het vaste land. De eerste 65 km gingen vlot. De zo’n zat vaak achter de wolken, de temperaturen bleef steken rond 35 graden, de weg was goed en grotendeels vlak. 

Ik denk dat hij stiekem de blog soms leest,  want kijk, we pauzeerden zowaar.  Het eethuisje had heerlijke sticky rice met groenten en drie grinnikend schoolmeisjes op bezoek. Ook bleek er een aapje te wonen. Tot groot jolijt van M en C kreeg het aapje een pakje aan,liep het rond en deed gekke sprongen. (Daarna zong Maurice 1 uur lang afwisselend ‘Er zat een aapje op een stokje’ en ‘Een aapje wou es vrolijk zijn’)

Na de middag volgden de volgende 35 km. En zoals vaak was het slechts de laatste 3 die pijn begonnen doen in polsen, schouders, knieën en bovenal zitvlak.  

We hielden ons bezig met rekenoefeningen ( we reden 68, hoeveel nog tot 100?), liedjes zingen, dode vlinders verzamelen (groot en mooi en verkeersslachtoffer), vele vragen beantwoorden en af en toe stoppen omdat er vreemde etenswaren (denken we) verkocht werden, van schildpadden tot deze lieverds, die als geboeide arrestanten in een of ander slecht stripverhaal hun wellicht droeve lot afwachten.

Si phan don, 4000 islands

26-27 april

Ik hou van eilanden. Ze hebben gretige, zoengrage monden waar het krioelt van het leven. Eilanden zijn bijna landen, waar begrensd zijn, vrij zijn is.  Ze hebben meestal lege buiken, waar verdwalen niet kan want je loopt rondjes om jezelf en in jezelf. Ik hou van eilanden, van het tegen het water oplopen, van moeten terugkeren op je stappen, van wachten en van alles niet in overvloed. Eilanden,  ze zuchten een rimpeling de avond in…

Overzetten doe je met de boot, ook de fietsen moeten erin (Ban Nakasang- Don det)

2 dagen rusten op Don khon, een van de eilandjes daar waar  de Mekong zich splitst in het Zuiden van Laos en tussen watervallen honderden kleine en grotere eilanden heeft neergezet. Hier is deze prachtige, rustige rivier 14 km breed. De vele watervallen (niet hoog maar breed) zijn trouwens de reden dat de enige spoorlijn die Laos ooit rijk was, hier door de fransen is aangelegd om zo de hele 4350 km Mekong af te kunnen varen. De spoorlijn is in verval en de eilanden zijn een echte toeristische trekpleister. 

Kon phapheng falls


We komen in het laagseizoen, de vele vele cafés, restaurants en hotels zien eruit of ze wachten op gasten.  Maar ze stralen eerder een moe-heid van de drukke voorbije maanden. Hier geen eindeloos “hello of sabaidee”,  hier zijn de toeristen te talrijk. Hetbdoet deugd even op te gaan in de anonomiteit, zeker voor de kinderen voor wie alle indrukkennmisschien wel heftiger zijn. Hier wordt ook vollopen gefietst. Ik ben blij dat ik op de hobbelige wegen mijn eigen fiets heb want de  gemiddelde Amerikaan, Fransman of Duister die hier een fiets huurt blijkt toch wel een kop groter dan de gemiddelde Laotiaan. Bijgevolg fietsen ze hier rond met hun hoofd tussen de knieën.  
En terwijl wij onze benen laten rusten, een band plakken, de was (laten) doen en proberen om even alleen te zijn met elkaar, hangen de kinderen in de hangmatten en doen ze huiswerk. Rekenen en taaloefeningetjes, teksten schrijven en vooral elkaar opdrachten geven. 

Ik neem Gent mee aan de Mekong, zo fier op mijn stad


Cambodia- Laos border

25 april 2017 Stung treng- Laos 78 km

De laatste dag Cambodia want we fietsen vandaag naar Laos. De weg wordt helaas snel slechter en we rijden vele km`s in rood gravel, putten en stenen vermijdend. 

We komnen voor het eerst andere fietsers tegen. Eerst een jongen op een plooifiets met rugzak die geen woord Engels spreekt, dan een Frans koppel dat van Hanoi naar Bangkok fietst (en wat een mooi project hebben zij, check hun website).

Hij is een beetje een streng vind ik. Vlak voor de grens stoppen we voor het eerst om bananen te kopen (en wordt Maurice ontvoert door een dorpbewoner die hem thee geeft en zijn haar begint te kammen, Maurice weigert de thee maar laat zich het voor de rest welgevallen).

 Het is wachten tot aan de grens waar we rond 13u arriveren voor een echte pauze. 68 km zonder eten en rusten, dat werkt op mijn humeur. 

De grensovergang gaat in eerste instantie goed. We vullen weer een hele resem papieren in, betalen 35$ per persoon (140$ dus) en worden gevraagd even te wachten. Ondertussen is de jongen op zijn plooifiets ook gearriveerd en nog een gast die een moto kocht in Pnom Penh en ermee naar Noord Laos rijdt. Beiden blijken Chinees en de laatste spreekt wel Engels. We praten wat, eten crackers, drinken water en wachten. Als we vragen wanneer we onze visa krijgen, vragen ze ineens 2$ per persoon om onze paspoorten terug te krijgen. Pure corruptie. De Chinese jongens weigeren, wij ook, dus de paspoorten verdwijnen weer in de schuif en de controleurs spelen doodleuk verder chickenrun op hun teefoon in hun airco lokaal. Na meer dan een uur wachten, ga ik overstag, ga opnieuw polsen. krijg er 4$ dollar af maar heb onze paspoorten en visa nog niet terug. Ik heb honger, dorst (ons water is op), ben boos en moe, heb het warm en ben geen held in toneeltjes spelen, onderhandelen of kwaad worden, dus ik besluit te betalen (want dit hele gedoe werkt ook op mijn humeur en het vorige was nog niet helemaal rechtgezet, 1+1 weet je wel). Het gaat niet om de 4$ maar om dit corrupte systeem, waar ik nu dus aan mee doe. De Chinese jongens blijven zitten (we zien hen later nog teug, ze hebben gewacht tot 16u, de beambten gingen naar huis en kregen dus hun visa zonder te betalen, na 3u wachten…)

En dan ligt Laos voor ons. De weg is weer goed. Op een of andere manier overvalt me een loomheid en gemoedelijkheid die dit land uitstraalt. Ik heb geen puf meer om nog 20 km te fietsen naar de overzet (we wllen naar de 4000 islands) en besluiten te stoppen in het guesthouse 7 km na de grens.We bezoeken nog even de Khone Phapheng watervallen  (de grootste van Azie) en vallen om 20u uitgeput in slaap.

Alles is mogelijk

23 april Preah Vihear  – Chhaeb 59 km.

Fietsen op het heetste moment van de dag is voor beginnelingen, dus na dag 1 wisten we gelukkig beter. De voorbije dagen stonden we op om 6u, aten we noedels of of rijst en begonnen vroeg aan onze dagtaak. Bijgevolg waren we tegen de middag meestal bij ons guesthouse. Zo ook vandaag.  

Fietsen ging weer wat moeizamer, er was lichte tegenwind  (wind: joepie, tegen: pfew) en ik had het gevoel 58 km bergop te fietsen. De kinderen waren moe en trapten weinigvmee. Ik had -vond ik zelf – wel een geniaal idee. Ik was vertrokken in T-shirt met korte mouwen en had mijn lange mouwen shirt (tegen verbranden) kletsnat in een zakje achterop. Wat keek ik nu al uit naar het moment om dit koud kledingstuk aan te trekken. Schaduwplaatsen zijn echter schaars langs de baan en als je er één vindt om even te stoppen en te drinken,  dien je die meestal te delen met wat brommers of en kar met landarbeiders. Niet echt een plek om je T-shirt uit te trekken dus. Wel om je vol te smeren met zonnecrème.

De route was ook heel wat verlatener. Terwijl de dagen voorheen elke halve km wel kraampjes opdoken, waren er nu vele km’s zonder bewoning. Het was  een beetje saaier: desolaat, groen en mooi maar eindeloos. Beiden waren we moe en warm,  toen we na bijna 60 km Chhaeb,  een klein gehucht met guesthouse tegenkwamen. De volgende dag zou nog desolater worden en moeten we 89 km zien te fietsen tot Stun Treng. We besloten dus nog niet in te checken en ter plekke op zoek te gaan naar mogelijkerwijs een lift. Een man die Frans sprak kwam ter hulp en een uurtje later stopte er een auto die ons wou brengen voor 15 dollar . Dat lukt nooit dacht ik, want wij waren niet de enige passagiers, ook onze fietsen moeten mee, nog een vaderen twee kinderen, een grote reserveband,  4 tal grote zakken en nog een man. 

Maar in Cambodia kan alles, dus ook twee fietsen en heel wat extra bagage in een lexus,  daarnaast wij  en 3 volwassenen  (2 op de Chauffeursstoel!)/en 2 kinderen vooraan, gezellig met zijn 9 dus. Een carpool actie om U tegen te zeggen.

Om 17u waren we in Stung Treng, we hadden 1,5 u gereden (89Km) door verlaten brousse  zonder mogelijkheid tot kopen van water of eten en waren blij dat we dit hadden kunnen skippen. Stun treng ligt aan de Mekong en hier is weer leven, we spotten enkele andere blanken en een pizzeria. De kinderen gaan uit de bol na 5 ochtenden, middag en avond noedels en rijst.   Eet nooit pizza in Cambodia.  Het had meer weg van zure room op wak brood dus zijn we daarna nog soep en rijst gaan eten en een frisse pint gaan drinken en slapen in een hotel met airco!!!!

Wit

22 april Kulaen – Prea Vihear 35km (al om 9.45 in ons guesthouse, de hitte vermeden)

  • Mama, waarom willen al die kindjes me aanraken
  • Omdat je zo een wit velletje hebt
  • Willen zij ook een wit velletje?
  • Ja, ze willen wat witter zijn en wij willen meestal wat bruiner zijn.
  • Hoe word je wit? 
  • Echt wit worden lukt niet maar door niet in de zon te komen, word je niet bruiner. Daarom dragen ze hoeden en lange mouwen en…
  • Word je van de zon bruin
  • Ja
  • Maar ik wil niet bruin worden. Ik wil niet bruin worden
  • Dat is ook niet voor altijd, dat gaat er weer af, na wat tijd en onder de douche
  • Ik wil onder de douche!!!
  • … 
  • Mama, Waarom roepen al die kindjes Hello Hello? 
  • Omdat ze jou goeiendag willen zeggen
  • Allemaal? Maar zoveel, waarom doen ze dat allemaal?
  • Omdat ze hier niet elke dag witte fietsers zien.
  • …    maar ik wil niet bruin worden., ik wil onder de douche!!

Route 64

​21 april Svay  Leu – Kulen 65 km

We vervolgen route 64, een nieuwe asfaltbaan die vlot en glad rijdt. Vroeg opstaan heeft zijn voordelen. Tot 9u30 was het doenbaar op de weg.  Ik voelde me ook herboren. Terwijl ik gisteren dacht “dit hou ik niet vol” (en het was onze eerste dag) gingen de km’s vlot. De baan is goed, weinig hoogtemeters, het verkeer relatief rustig. Er meldt zich een  nieuwe speler opde weg: een motocultuur of mini tractor met een hele lange houten kar.  Daar liggen dan meestal enkele mensen op samen met hout of bananen of …

We betalen hier met een mengeling van Riel en Dollars.  Het was van de lire geleden dat ik  nog ’s zoveel briefjes in mijn handen had voor banale aankopen. 4000 riel is ongeveer 1 dollar. Vaak krijg je riel terug als je met dollars betaald, dus we worden nog goed in hoofdrekenen. De prijzen van water en eten variëren afhankelijk van kraampje maar de meesten zijn doodeerlijk. Natuurlijk betalen we meer dan de cambodianen maar dat is ook logisch. Ze  tonen je hoeveel Riel je moet betalen door hun  geld te tonen (vaak een grote bak waarin gegraaid wordt) of op een rekenmachine het bedrag te typen. Vandaag kwam iemand 100den meters achter ons gereden met zijn bromer omdat hij te veel had aangerekend bij de aankoop van een fles water ( wat we ook al vonden maar zo lieten) Misschien keek hij als we weg fietsten naar zijn boedha beeld en besefte hij dat boedha zei dat meer hebben niet gelukkig maakt. 

Camille, ons gevoelig meisje, heeft het moeilijk bij het besef dat ze hier arm zijn en dat zij hier rijk is. Ze voelt zich schuldig en dus vaak zeer ongemakkelijk.

Zware start met zand en zweet

​20 april Siem reap –  Svay Leu (route 64) 63 km

Het vroeg vertrekken was niet helemaal gelukt. Bijgevolg zaten we op het heetst van de dag in de heetste maand onbeschut op de fiets. De zo’n staat loodrecht op de baan, dus schaduw is  er nauwelijks. We dachten een stukje te kunnen afsnijden door kleine baantjes te nemen. In het regenseizoen wellicht onmogelijk, nu te doen. Maar dat is het dan ook. De rode grindweg ging over in zandwegen. Zeer regelmatig liepen we vast in mul  zand, moesten we de fietsen duwen (met bagage kinderen op) en dat alles onder een hete zon die ons in een mum van tijd in liters zweet zette. De waterbuffels lagen loom toe te kijken, het was een beetje de hel, toch voor 10 km.

Overal lopen kinderen naar ons toe “Hello Hello” (of volwassenen vanuit hun hangmat), wat we beantwoorden met sosedei. Soms lopen ze mee en wilen ze je duwen. Of fietsen ze op veel te grote fietsen een stukje achter. Bij een kraampje waar we stopten om water te kopen, stonden in een mum van tijd 10tal kinderen dicht rond ons én onze fietsen. 20 grote ogen keken naar elke beweging die we maakten. Vlakbij. Camille en Maurice moeten hier wat aan wennen en plakten als twee jonge honden tegen me aan.  

Eenmaal terug op de weg (route 64) konden wat wat meer snelheid halen en dus hadden we wat meer wind maar heet bleef het, ik voelde me misselijk en wist niet of het kwam door de hitte, tekort aan vocht, eten van gisteren (dat me slecht was bevallen) of aan de malerone die we net begonnen nemen. We naderen immers malaria gebied en nemen een maand lang medicatie.  We namen 1 muskietennet mee van België  en kochten er nog een bij op de avondmarkt in Siem Reap. Na een cola en wat eten ging het weer stukken beter. 

Na 60 km vonden we een guesthouse.  Osmand (open street map app die we gebruiken) had het ons verteld. Hoewel het guesthouse eruit zag alsof het al 2 jaar geen gasten meer gezien had. Vooral camille moet wennen aan de basic omstandigheden. Geen douche maar een grote blauwe ton met een klein potje Om over je te gieten. Dat gebruik je dan ook meteen voor het toilet dat in hetzelfde kleine kamertje staat.