Waar sliepen, aten, wasten wij?

Bijna even lang terug dan ooit weg geweest en het leven herpakt zich sneller dan ooit. In dit seizoen vertrekken de betere planners naar Azië. Het seizoen wanneer de hitte dragelijk is. De voorbije maanden kregen we dan ook enkele vragen, van gezinnen of van fietsers die voor kort of langer vertrokken naar het oosten. Waar sliepen, aten en wasten jullie je? Tijd dus om onderstaande blog es af te maken.

……….

Daar sta je dan. Met 2 kinderen en 2 fietsen vele kilometers van huis. Nog steeds geen flauw benul hoe je de komende maanden zal doorbrengen en waar. Enkel een zwak vermoeden, een verslag hier, een foto daar. Meestal heroïsch hier, met aangepaste filter daar. Bijna nooit in de juiste combinatie fietsen, kinderen, landen.  En dan komt de realiteit, waar helden klein zijn en filters je eerder voor geuren behoeden.

Soit, voor allen die ooit een (fiets)reis met kinderen in Azië plannen: de ongecompliceerde “waar slaap, eet en was je je”-lijst?

Slapen


In Cambodia, Laos en Vietnam sliepen we meestal in kleine hotelletjes die stonden aangegeven op maps.me en Osmand. Enkel in grotere of toeristischere plaatsen, boekten we online (via Agoda of Booking.com). We vroegen steevast een tweepersoonskamer met twee enkele bedden voor ons gezin van 4. Elke éénpersoonsbed is groot genoeg om met twee in te slapen. Zeker als nummer 2 een kind is.
We hadden twee kleine matjes mee en 1 lakenzak, in Hanoi kochten we 3 paar extra zijden lakenzakken. Regelmatig boekten we een tweepersoonskamer met dubbel bed. Dan vielen de kinderen in slaap in het bed en werden ze ’s nachts op de matjes gelegd. We hadden twee muskieten netten maar heel vaak was het onmogelijk om dit op te hangen. Een ventilator was bijna altijd aanwezig. En in de meeste gevallen ook airco.
(meer  over Laos en Cambodia lees je hier)

In Vietnam sliepen we regelmatig in een Nha Nghi (local guesthouse). Slechts 1 keer had dit duidelijk andere doeleinden, getuige de spiegel aan het bed en de foto’s aan de muur van wazige jaren zeventig meisjes met niet veel kleren aan. Maar ook dan voelden we ons veilig en welkom. De bedden in Vietnam zijn trouwens bikkelhard. Een enkele keer stonden we erop om lakens te verversen wegens echt niet fris, dat wordt dan zonder veel boe of ba gedaan. De prijzen waren meestal rond de 10 euro per nacht (soms erboven, soms eronder). De meeste kamers waren basic maar ok. Kakkerlakken en gecco’s heb je overal. Helaas ook zeer vaak de geur van sterk insecticide.
(meer over Vietnam lees je hier)

In China boekten we meer online, via Agoda of Booking. Ook werd steeds paspoort en visa gevraagd en geregistreerd in het centraal systeem.  Voor verlenging van je visa heb je een officiële hotel registratie nodig. Sommige hotels weigeren buitenlanders omdat ze daar geen toestemming voor hebben. Zelf hebben we geen weigering  meegemaakt maar wel hotels die ons niet konden registreren. Dan zorgde een oog-dichtknijpende eigenares of een ter hulp schietende buur die haar paspoort leende, dat we zorgeloos konden slapen. In volledig afgelegen gebieden was overnachting zoeken minder evident. Een tent zou dan wel handig geweest zijn, die hadden we niet maar iedereen wil helpen en een translate app is zeker een must.
(meer China lees je hier)

Japan was het moeilijkste land om overnachting te vinden. De prijzen waren meteen een stuk duurder, de zomer gaf veel volboekingen en Japanners zijn iets minder gewend aan met 4 op een 2 persoonskamer slapen.  Onze tent die meegekomen was met onze bezoekers gaf ons iets meer vrijheid. We sliepen enkele keren “wild” in stadsparkjes en enkel keren op een soort camping die niet echt ideaal was.
(alles over Japan lees je hier)

Eten

Enkel en alleen voor het genot van heerlijk en vers eten, is Azië een droombestemming. Rijst en noedels werden drie maal daags met plezier binnen gespeeld. Soep als ontbijt werd voor de kinderen bijna even normaal als suiker op de pannenkoeken, bijna…  Ik kon zelfs op de meest afgelegen plaatsen vrij eenvoudig uitleggen dat ik geen vlees at (lang leve Google Translate app en mijn standaardzinntjes). In Vietnam en China werden we gewoon mee de keuken ingenomen om aan te duiden wat er dan wel in de pan mocht.
Terwijl we in Laos nog veel rijst en ei aten, werd dat in Vietnam vervangen door Pho met veel groen blad en kruiden en aan de kust door seafood. In China bestelden we meestal  veel verschillende gerechten van de kaart. Bijna altijd te veel, vaak anders dan we dachten. Veel menukaarten bestaan uit foto’s wat de keuze iets makkelijker kan maken. Niet alles wat je krijgt lijkt dan weer op die foto. Maar ondertussen leerden we de vele varianten van tofu en tofuhuid kennen.  Hotpot was ook populair, de lokale variant van fondue maar dan met een bouillon en groenten. De kinderen misten wel es brood maar op toeristische plaatsen waren er vaak Pancakes te krijg. Het vers fruit en de smoothies maakten veel goed. Water in flessen was overal te koop. In grote plastic bakken vol met ijs in Cambodia, in ijskasten in Vietnam.  Meestal zijn er ook grote bidons waar je eventueel kan hervullen.   In Vietnam en China krijg je vaak  gratis groene thee. De Chinezen lopen ook overal met hun glazen thee thermossen rond en kan je overal warm water krijgen. De verse glazen en borden zijn vaak opnieuw verpakt, zodat het steeds lijkt of je de eerste gebruiker bent.
in Japan aten we heel vaak bentoboxen uit de lokale buurtsupermarkt. Voorgerolde sushi, rijstdriehoekjes, edamame, … Naast sushi aten we Udon, Sobi, Ramen noodles, allen even lekker maar we zijn vooral fan van de fastfood Udon variant. De restaurants etaleren hun kaarten aan de hand van opgezet voedsel, gelakt en geplastificeerd in het raam ten toon gesteld.  Ook was in Japan terug volop zuivel te krijg (yoghurt) en ja, ook een soort brood, ook al was het dan wit en sponsachtig. De kinderen waren er best blij mee. Helaas  was fruit veel zeldzamer en duurder. In Japan komt alle drank zowat uit automaten die je op elke straat hoek ziet staan. Warme koffie of een koude fles water, de automaat levert.  In elke supermarkt krijg je gratis warm water of koop je een beker met ijs.

Wassen en Plassen

Wie weinig kleren meeheeft moet veel wassen. Doorheen onze trip zagen we ook veel verschillende toiletten.
We hadden handwaszeep mee voor de snelle was in de badkamer maar lieten heel vaak onze was doen. In Cambodia, Laos, Vietnam kan je dat meestal per kg laten doen. In hotelletjes had je er vaak westerse toiletten maar wel met sproeier. Meestal was er wel een beetje wc papier aanwezig. In eetkraampjes en stalletjes mocht je meestal gebruik maken van het huis toilet.  Dan was er vaak water in een ton te vinden en een schepje.
In China moesten we wat meer zoeken naar het wasmachine en werden we meestal geholpen door het hostel waar we zaten. Of moesten met behulp van een translate app de publieke wasmachines proberen te bedienen. Vaak kaapten we een dakterras om onze was te laten drogen. We hadden dus een lijn en wasknijpers mee.  De Chinese toiletten waren de meest gevreesde maar volledig onterecht. Overal heb je goed onderhouden en propere publieke toiletten.Ja, soms is er minder privacy en een goot ipv een pot maar ook dat viel eigenlijk goed mee.
De Japanse wasmachines waren leesbaarder dan hun toiletten dus ook daar konden we meestal onze zweetkleren weer proper krijgen. De toiletten waren een ervaring op zich. Snel wen je aan de bedieningspanelen, de extra flushgeluiden en de brilverwarming. Ook in Japan vind je in elk park een proper openbaar toilet. Bovendien hebben ze een kinderzitje in het toilet staan, zodat je als jonge moeder of vader je handen vrij hebt. Even simpel als geniaal.

Advertenties

Misschien fiets jij binnenkort wel op onze Pino rond

Neen, ik ben niet van plan mijn Pino te verkopen. Ook al staat hij sinds we terug zijn regelmatig stil. Net zoals de koerstandem die we hebben, mijn andere trekfiets en mijn plooifiets. Als bijna-autoloos-gezin verzamelden we een heel arsenaal aan fietsen. Die allemaal gebruikt worden, maar ook allemaal veel niet gebruikt worden.

Daarnaast delen we een auto en ondertussen ook een huis, kinderfietsen, een tuin(muur), een garage en heel wat spullen. Onze fietsen worden echter minder vaak uitgeleend. Wat de drempel hiervoor is, moet ik nog es bij mezelf in kaart trachten te brengen maar het zal wel deels gaan over materiële gehechtheid, schrik voor schade of diefstal. Wat ik veel minder heb bij onze deelauto. De fiets als mijn persoonlijk statussymbool dan toch?

Anderzijds zou ik best wel af en toe een goede bakfiets kunnen gebruiken, een elektrische als het even kan. Dan zouden we weer in staat zijn enkele bakken bier tegelijk in te slaan.

Ik schreef me dan ook wel es in op Spinlister en Listnride, de Airbnb voor fietsdelen, maar drie jaar later kreeg ik nog geen enkele aanvraag en maakte er zelf ook nooit gebruik van. Met een mooie site, zonder netwerk of stad achter je, ben je in fietsdeelland niet veel.

Maar wat als er in mijn onmiddellijke omgeving een netwerk zou ontstaan, gedragen door burgers, die hun fietsen met elkaar delen. Met een goed software systeem, een waarborggarantie, een uitgewerkte commonsgedachte zonder winst oogmerk. Want zeg nu zelf, dat autodelen- allemaal goed wen wel- maar zeer toekomstgericht is dat niet, we mogen nog een stapje verder gaan.

Uit de Box

En kijk, de mensen achter Degage, willen in Gent experimenteren met Uit de box fietsen. Ze hebben kennis, ze hebben de skills, ze hebben pioniersbloed, ze hebben lef, ze hebben een netwerk, ze werken bottom-up, ze werken met visie… Nu nog middelen. Daarom stem ik op hun idee bij het Burgerbudget. En als jullie als Gentenaar ook stemmen, dan kunnen jullie misschien op vakantie met de Pino, of met de koerstandem, of toch maar gewoon de brompton mee in de deelauto? (Stemmen kan tot 14 oktober)

Het Burgerbudget

Ik was van plan mijn top drie lijstje hier te delen, maar hoe meer ik naar al die fantastische projecten kijk, hoe moeilijker ik het vind. Hoewel ik het idee van burgerbudgetten genegen ben, bloedt mijn hart om al deze gedreven en enthousiaste burgers te laten concurreren met elkaar. Wie een groot digitaal netwerk heeft, zal winnen. Hoogdrempelig digitaal stemmen helpt niet echt voor lokale wijkgerichte bottom-up projecten. Hoe kan meer groen in één wijk moeten concurreren met kinderen meer kansen geven in een andere wijk? Ik stem dus in stilte en vertrouw er op dat ieder weet wie of wat hij of zij wil steunen. Voor de rest hop ik vooral dat het Burgerbudget heel wat dromen voedingsbodem gaf, zaadjes plantte en verbindingen legde en dat los van de uitkomst al deze initiatieven blijven gaan voor een warme, duurzame, solidaire stad.

Visueel in 1 plaatje

Als we de Aziëtrip in 1 plaatje zouden moeten samenvatten, ziet dat er zo uit.

Screenshot 2017-09-08 at 22.09.43.png

Zo op een kaartje valt op hoeveel afstand we aflegden met trein en bus (en boot), ook al fietsten we best wat af. Toch fietsten we minder dan we initieel van plan waren.  Hitte, omstandigheden, honger naar veel, vermijden van kilometers drukke wegen, … maakten dat we meer op bus en trein zaten dan we op voorhand hadden ingepland. Afstanden in China zijn natuurlijk niet te vergelijken met onze Europese perspectieven.  Mijn kilometerteller ging verloren, de zijne vergaten we vaak aan te zetten, maar we fietsten om en bij de 3000 km. Bij Fietsreizen is er een kaartje met punten per land.  Voor we begonnen aan de reis las ik heel wat blogs maar kon mij visueel nooit echt voorstellen wat waar lag. Ook vroeg ik me steeds af welke routes fietsers namen en of er wel genoeg slaapplaatsen zouden zijn en eten en voorziening. Dankzij Osmand en Maps.me vind je de beste fietsroutes, heb je een overzicht van alle hostels, guesthouses en restaurants. Ik vroeg me – voor vertrek- nog 100 en 1 zaken af, hoe zouden we slapen, wat neem ik noodzakelijk mee, hoe doen de kinderen het, wat eten we (en vooral zij), wat met EHBO of malaria, met elektriciteit en wifi, … ik probeer nog per land enkele must-knows neer te schrijven, voor ieder die ooit ook met kinderen door Azië wil fietsen.  Want het is het meer dan waard.

 

 

Over thuiskomen, ontrommelen en vluchtelingen

We zijn 1 week terug. De  twee meest gehoorde vragen de voorbije dagen gaat over hoe het went en over hoe het was. Natuurlijk is op het eerste nog niet echt een antwoord te formuleren. Voorlopig zijn we blij met een volkoren boterham met kaas, een goed glas wijn met vrienden, de buurkinderen die in en uit lopen,  het Belgische weer, de Vlaamse wegen … ook al is het soms wat veel allemaal (zie verder). Antwoord op de tweede vraag is evenmin evident. Het was groots.

“The journey, Not the destination matters…”― T.S. Eliot

Gastvrij

Vaak denk ik, het lijkt allemaal heldhaftiger dan het eigenlijk is. Er waren op elke plek zoveel mensen die ons welkom heetten, die ons gastvrij ontvingen, die de kinderen een warm gevoel gaven, die hun best deden, die ons water en thee gaven, een stuk koek of een maaltijd, die maakten dat we nu zachte mooie en warme herinneringen hebben.

En wij waren op reis, op doorreis, klaar om een land een beetje op te snuiven,  een cultuur een heel klein beetje te ontdekken, een blik te verruimen, een smaak te verkennen. Wij hebben een veilig nest waar we terug naar keren, een visa kaart met geld op, een familie die om ons geeft en een werk dat op ons wacht…

We lieten de aandacht welgevallen, ook al was ze soms beklemmend.

Chinese vrouwen kijken naar een slapende Maurice en giechelen hem wakker

Refugee walk

Maar stel dat je dat niet hebt, dat de aandacht die je krijgt eerder negatief is, dat je geen huis hebt om naar terug te keren, geen warm welkom om even uit te rusten, dat je reis geen doorreis is, maar een ontsnappen, dat je achter liet waar je in geloofde, dat je vlucht  om je kind hoop te geven.

Waar iemand dan nood aan heeft, is een warme kom soep, een wegwijzer, een helpende hand.

Vluchtelingen leggen vaak lange afstanden af op zoek naar een veilige thuis. Op 24 september ga ik opnieuw, samen met andere Gazelles,  de uitdaging aan en neem ik deel aan de Refugee Walk: 40 kilometer stappen en geld inzamelen voor mensen op de vlucht.

De opbrengst gaat naar Vluchtelingenwerk Vlaanderen.  Sponsor ons en geef vluchtelingen een warm welkom aan het einde van hun lange tocht.  Oja, vanaf 40 euro is het ook nog es fiscaal aftrekbaar.

Chuuf les gazelles na 40 km stappen in 2016

Het is soms wat veel

Na bijna 5 maand geleefd te hebben met 8 fietstassen voor 4 personen, overvalt me hier thuis de veelheid aan spullen. De kasten lijken zo vol, het speelgoed zo massaal, de boeken zo chaotisch, het eten zo overvloedig, … En ik ben niet alleen, ook Annelyse heeft er last van (welkom terug Annelyse, was fijn een reizende Europese variant te kunnen lezen). Omdat ik sterk geloof in ontrommelen (ook al lukt dat vaak minder goed dan ik zou willen), ben ik ervan overtuigd dat dit rust kan brengen. Ontrommelen voor het goede doel, maakt mijn persoonlijke missie ook een stuk eenvoudiger. In deze facebookgroep kan je zelf spullen aanbieden of iets van onze spullen kopen. Alle opbrengst gaat naar Refugee Walk, dus dat noemen ze twee vliegen in 1 klap.

En, neen, de Pino komt er niet op…

 

In, door en uit Tokyo

En zo zijn we rond. In, door en uit van Bangkok tot Tokyo.  We zijn vele km’s verder, wat ervaringen rijker, een beetje meer op ons gemak in de grootstad, we rijden even links maar ontwijken ondertussen een beetje het exotisme en hebben meer behoefte aan rust dan aan de onrustige gejaagdheid die ik normaal zo graag koester.

We fietsten om 5u30  heel vroeg Tokyo binnen vanuit de haven en hebben meteen een heerlijk zicht op deze miljoenenstad. 3 dagen later fietsen we Tokyo uit naar de luchthaven.

Zicht op Tokyo vanuit kunstmatig eiland Odaiba

Ook deze grootstad was zeer fietsvriendelijk. De meeste mensen verplaatsen zich onder de grond in een perfect georganiseerd kluwen van metrolijnen. Slechts op de kruispunten, uitgangen en in shoppingstraten zie je duizenden voetgangers zich synchroon bewegen. Velen in zwarte broek en wit hemd, aktetas in de hand.
Dus bovengronds wordt er weinig gefietst. De fietspaden zijn meestal ook gedeeld met brede voetpaden wat niet echt helpt voor de snelheid. Oudjes en ouders met twee kinderen op bizar lage fietsen slalommen vaak ongewild de hele breedte door. De auto’s zijn uitermate hoffelijk dus fietsen op straat  is makkelijk, helaas staat op de fietssuggestiestroken bijna om de 10 meter een taxi of auto een lading te lossen.

 

Als lezen boven uitzicht op Tokyo city gaat

Tokyo zelf gaf me dan weer en beetje een shock. Overal en altijd wordt er geconsumeerd in zo een grote aantallen dat je je afvraagt waar dat allemaal heen gaat. De gemiddelde Japanners woont klein dus veel ruimte is er niet. Toch is de zee van winkels, prullaria, totaal onnodige hebbedingen, electronica, Pokemon relicten en Manga en Amine afgeleiden gigantisch. Na 4 maanden amper iets te  kopen, is de verleiding erg groot en zondig ik tegen alle mezelf opgelegde regels. De kater komt gauw. De aanbiedingen voor de nieuwste telefoon, make-up doos of hello kitty rijstkoker spatten tegen elkaar op. De winkels zijn vol, de winkelstraten zijn vol, de duizenden plastic zakjes zijn vol… We kijken met verstomming naar de stad waar bij regen wegwerp parapluus worden verkocht en wij als enigen – met gevaar voor ogen – een regenjas  aantrekken om door de mensenmassa te baggeren. De stad die uitermate rustig is maar als je een hoek omdraait bevangen kan worden in een voorheen onopgemerkte mensenzee. De stad die dweept met Frans klinkende namen en Joie de vivre maar waar nergens anders een Bourgondische levensstijl zo veraf lijkt. De consumptiehonger wordt hier zo vrij tentoongesteld dat het bizar lijkt erbuiten te willen staan.

He’s so happy

Tokyo, blij je gezien te hebben maar echt bekoren kan je me niet. Daarvoor moet ik waarschijnlijk kunnen verdwalen in je donkere hoekjes, je nacht cultuur, je leven dat begint als wij gaan slapen.

De laatste tocht wordt een rit van 70 km naar Narita. Een stad van 9 miljoen uitfietst  u is altijd een uitdaging me dunkt. De erste 50 km zijn vreselijk. Tanden bijten en trappen langs geraas van auto’s en met stress of we wel over bruggen geraken en niet op een autostrade terecht komen. De rest is vrij aangenaam en er volgt zelfs 2 km echt mooi tussen heuvels, rijstvelden en bamboobos door.

Zo gaat dat dus, je ziet een mooi stuk en je trekt een foto. Van de urban jungle met verkeersinfarcten en verdwenen fietspaden is niets gedocumenteerd

Fietsdozen zoeken in Narita blijkt een flop. Een taxi vraagt bijna 100 euro voor de 10 km en het hotel is niet echt behulpzaam. We kopen baches, tape en een grote zak, nemen een doos en bolletjes plastiek mee van de parking en beslissen om heel vroeg naar de luchthaven te fietsen.  Het lastigste stuk is nog in de juiste terminal geraken want veel fietsers zijn ze hier niet gewoon en de Japanse wachten kunnen ons niet echt helpen maar dringen er wel op aan dat we te voet verder moeten gaan (ook al is het nog 3 km). Hij lapt dat natuurlijk aan zijn laars en ik volg weer gedwee, hij heeft de paspoorten namelijk.

Zolang er stress is, is er geen plaats voor melancholie.

Fietsen wordt er niet makkelijker op

Marginaler wordt het niet, met afval door Tokyo

We doen er bijna twee uur over om de fietsen te demonteren (ook hier weer vooral de Pino) en in te pakken. We mogen blijkbaar 8 stuks bagage inchecken dus doen we niet de moeite om de fietstassen samen te binden. De kinderen worden met een tablet en een film op non actief gezet. En kijk, veel zweet, wat stress, een droge keel en hele vuile handen later, zijn we ingecheckt. Op het vliegtuig kijk ik naar Lost in Translation en de kinderen zijn verbaasd als ze me tranen van het lachen zien wegvegen. Ze dachten blijkbaar dat dat hun privelege was bij het kijken naar de Minions.

En nu heb ik zin in frieten!

Onze bodybags lijkt het wel, maar ze worden aanvaard en ingecheckt

Pak en plakwerk

De laatste keren 

De vloek (of zege) van lange reizen is dat het einde ook lang zal duren. Al enkele weken kijken we elkaar aan en zuchten of glimlachen we (afhankelijk van het humeur, hongergevoel, tijdstip van de dag of zadelpijn) en zeggen dan ” Het is bijna voorbij”. Dat dit “bijna voorbij” nog 2 tot 3 weken in beslag neemt en dat dit in het normale leven gelijk staat aan een – heel lang naar uitgekeken – vakantie, weten we maar voelen we niet. 

Kyoto

Na een blitzbezoek aan mooi maar zeer druk en toeristisch Kyoto zeiden we Sara tot ziens in Kobe en vertrokken we opnieuw naar Tokoshima. Hij had graag over Awaji eiland gefietst en de twee bruggen die je met de fiets niet overkan al liftend proberen kruisen. Ik had daar niet zo een goed oog op. Met 4 liften én een Pino Hase erbij, leek me gewoon niet evident in Japan. De trein kan enkel als je de fiets volledig inpakt en ook hier is de Pino het schuldige obstakel. Splitsen was een optie maar toch ook geen waar we beiden warm voor liepen dus namen we de boot naar Takamatsu en fietsen in twee dagen naar Tokoshima. 
En dan begon van alles het laatste

  • De laatste keer wildkamperen en veel te vroeg wakker worden omdat twee oudjes om 5u30 naast je tent hun dagelijkse ochtendbabbel doen
  • De laatste keer de Familiemart of 7Eleven gebruiken om je telefoon op te laden, naar toilet te gaan en een koffie te drinken
  • De laatste keer sushi rollen kopen als picknick hap
  • De laatste keer een heuvelrug opfietsen en “komaan trappen” roepen
  • De laatste keer met ingehouden adem bijna 2 km door een autotunnel fietsen en opnieuw “komaan trappen” roepen
  • De laatste stopplaats aan een beekje en kijken naar springende vissen
  • De laatste stop aan een shinto shrine en je handen spoelen met water
  • De laatste keer groen zien van stress omdat je de ferry bijna mist, je de boot ziet liggen maar aan de overkant van de kade staat dankzij Google maps en Japanse plaatsnamen
  • De laatste keer een bijna echtelijke ruzie vermijdt omdat hij dan maar even over een autostrade brug wil fietsen om de ferry te halen en ik pertinent weiger
  • De laatste keer toch de ferry halen en “amai dat scheelde weinig tegen elkaar zeggen” en pas weer zen kunnen worden door het wildkampeerzweet van de laatste dagen eraf te spoelen en dan in een hete Onsen te liggen terwijl de boot de haven uitvaart en je zicht op open zee krijgt
  • De laatste keer automaten gebruiken om eten en drank uit te halen 
  • De laatste keer de zonsondergang zien vanop het water, in het land van de rijzende zon
  • De laatste keer met alle knopjes van de Japanse wc’s prutsen
  • De laatste keer met Maurice lachen omdat hij kletsnat een wc uitkomt na geprutst te hebben met alle knopjes (wrong timing)
  • De laatste keer een nieuwe stad binnevaren en verwonderd naar alle gebouwen gapen 
  • De laatste keer zeggen “het is nu toch echt bijna gedaan” en dan  op onze fiets kruipen om de straten van Tokyo al fietsend te verkennen

    Zonsondergang op zee, ferry Tokoshima Tokyo

    De catering op zijn Japans, automaten en microgolven en veel plastic

    Net op tijd aan de boot, zelfs nog even tijd voor een foto terwijl hij de Japanse mallemolen van kaartjes doorloopt

    Laatste stop

    Halverwege de laatste heuvel op Shikoku

    Japanse ferry’s…

    Kobe harbour

    Eum, tja what’s in a name and sign. Heb biertje wel niet gevonden…

    Hoeft geen onderschrift

    Deze evenmin

    Kobe

    We huurden fietsen in Kyoto. Ik miste de Pino onmiddellijk maar ik ben wel heel erge fan van de mandjes/kinderzitjes. Als Blue-bike dat nu es installeerde…

    Fietsen met een tyfoon

    Roep in het land van Shinto en natuurkrachten nooit zomaar de W3 aan want voor je het weet, word je op je wenken bediend.

    We besloten via Shodoshima terug te fietsen naar het “Vaste land”. Minder bekend en toeristisch dan de kunsteilanden. De pittige fietstocht van de haven naar het noorden van het eiland was zeer mooi. Op de heuvels had je prachtig uitzicht op de Japanse binnenzee die baadde in het avondlicht. We zagen een ander Japan, met olijfbomen maar ook verlaten en met lege winkels. De ene winkel verkocht bestofte noedels, wattenbrood, bier en chips (dat werd dan ook ons noodrantsoen), de andere winkel was zo verlaten dat zelfs de verkoper in geen velden of wegen te bekennen was en waar Sara er toch in slaagde een theesetje te kopen door een tekening en geld achter te laten.

    De camping die we voor ogen hadden was leeg, We gingen op zoek naar de sleutel van douche en toilet bij de aangrenzende SeaTiger bar. De joviale en goedlachse eigenaar gebaarde OK door duim cirkelvormig op wijsvinger te plaatsen maar vond ook dat we op zijn grond moesten staan en gaf ons de sleutel van een niet verhuurde bungalow. Privé douche en toilet dus. Onze tent werd opgezet met zicht op strand, zee, palmbomen en ondergaande zon. Idyllischer wordt het niet.

    IMG_20170805_170932

    Shodoshima Sea Tiger

    Het noodrantsoen werd niet uit nood maar als aperitief genuttigd ewant we konden iets eten in de bar. Er stond een goede wind en wij waren blij met de afkoeling. De eigenaar was er minder gerust op. Er was een tyfoon voorspeld voor maandag. Hij vond dan ook dat we in de bungalow moesten slapen ipv in onze tent. “Free, no money” was zijn commentaar. En zo sliepen we 2 nachten in de meest luxueuze bungalow van onze reis (wel op onze matjes), kregen de kinderen speeelgoed en wij gratis bier. We consumeerden dan maar gretig in zijn restaurant…

    We besloten de tyfoon voor te zijn en zondag al de boot nar Himeji te nemen. Het kasteel zagen we van ver, de tuinen Koko-En bezochten we maar vonden we wat saai. De echte bamboobossen zijn indrukwekkender. Ondertussen leerde ik dat Tyfoon, tropische storm, cycloon enorkaan zowat hetzelfde zijn en dat degen die op komst was  de naam Noru kreeg en heel traag was.  Toch hebben we geen flauw benul wat te verwachten.Screenshot_2017-08-06-21-09-22-027_com.windyty.android

    We boeken zelden op voorhand maar hadden dat nu wel gedaan. Maandagavond hadden we een Airbnb in Kobe. We twijfelen. Proberen we de tyfoon voor te blijven dör erg vroeg te fuetsen, gaan we met de trein en pikken we dinsdag de fietsen weer op, latennwe de boeking schieten en blijven we nog een nacht in Himeji? Doen we een dag Kyoto?… Na alle weer, regen en windapps te hebben bekeken, besluiten we met de trein te gaan.

    De volgende dag drinken we koffie terwijl buiten de regen neervalt. Maar als we willen vertrekken naar het station om 10u, is het windstil, gestopt met regenen en staat er een waterzon. We kijken elkaaar aan en hebben niet veel woorden nodig. De Tyyfoon is licht van koers gewijzigd en wat afgezwakt. Wij hijsen ons in onze fietsbroeken en voor de rest in zo weinig mogelijk kleren en beginnen te fietsen. Aanvankelijk genieten we van de koele dag maar na 20 km zijn we doornat, deed de regen soms pijn, waait de wind op zeldzame open stukken best hard en hebben de kinderen koud. Het leven gaat overal gewoon verder en dat stelt ons gerust.

    Als natte honden stoppen we in een restaurant en verkleden ons in het toilet. De warme tepanyakiplaat en het eten verwarlt ons. Als we opnieuw willen vertekken is het grijzer dan voorheen en gutst de regen met bakken uit de lucht. Niemand heeft zin om die natte kleren weer aan te trekken en Camille klappertand. Ik zeg tegen hem ” Het heeft geen zin om met rotweer en met harde wind te gaan fietsen met dat kind”. We besluiten de fietsen toch in de bomen te hangen zo onder een station vlabij en sporen in 25 minuten naar Kobe. We deden dus een Demi Demi, fietsen en treinen… Ons appartement ligt aan een overdekte winkelstraat in Chinatown dus we kunnen droog wat rondslenteten de rest van de dag.

    De 25 min treinen wordt de volgende dag omgezet in 50 km fietsen door de Urban jungle. Soms mooie stukken kust maar meestal saai. Het is kiezen tussen de pest en cholera. Pest is fietsvriendelijke straatjes die ons meer laten afdraaien, heuvels opfietsen, bochten nemen en verkeerslichten wachten. Cholera is de autoweg, rechtdoor maar niet zo fietsvriendelijk met tunnels waar ik met dichtgeknepen billen, rem en adem doorfiets.

    Zoals gewoonlijk doen we een Demi – Demi.