Fietsen en … Venetie zien

Ponte Nelle Alpi – Santa Giustina
Santa Giustina – Lago di Corlo
Lago di Corlo – Bassano del grappa

Er wordt terug ciao, salve en buon giorno geroepen naar elkaar. Er zijn veel fietsers op pad, meestal mountainbikers, bikepackers op gravelbikes of wielrenners maar ook af en toe bepakte trekfietsers zoals wij. De weg gaat vlot. We dalen en stijgen beetje. Volgende oude Romeinse weg Via Claudia Augusta een hele poos. Het wordt warm, heel warm. We slapen bij een warm shower host, genieten van een bed en kunnen een was doen.

We beginnen de dagen te tellen en te plannen. Bassano halen we, Venetië niet wellicht. We moeten de auto nog ergens oppikken en de ‘voor niet ervaren autorijders’ lange terugtocht aanvatten. Bovendien is het warm en is er nood om niet de hele dag op de fiets te zitten.

We fietsen dus in de ochtend naar Lago di Corlo en zwemmen in de namiddag wat in het meer,drinken Aperol Spritz en eten wederom pizza. De volgende dag vertrekt hij in alle vroegte voor 80 km fietsen en een paar uur treinen. We zullen elkaar terug zien in Bassano de Grappa. En dus heb ik een langzame ochtend, breek de tent af, ga koffie drinken terwijl de kinderen nog wat spelen en dan fietsen we de laatste 35 km. Maurice toont de weg via mijn gsm gps (Osmand)en dat bevalt hem. Zowel de klim om het dal uit te fietsen, gaat vlot en bij de kilometers lange haarspeld-bochten-afdaling zie ik hem en Camille pas beneden weer.

Als er geen schaduw is van bomen is de hitte nauwelijks uit te houden. We dompelen regelmatig ons hoofd in de Fiume Brenta die we volgen. Het ijskoude bergwater verdampt snel maar deed wel zijn werk.

En ’s avonds zijn we allemaal samen in de jeugdherberg van Bassano del Grappa. En zoals zoveel Italiaanse steden charmeert de stad onmiddellijk, mooi en lekker.

Zo slagen we erin om de volgende dag toch geen en weer met de trein een blitz bezoek aan Venetië te brengen. Ik was even vergeten hoe heerlijke die stad ruikt, het zilte water, de rust van de kleine straatjes.

Italie, je was mooi, je was lekker, je was warm , je was wederom betoverend. Ti voglio bene – ci vediamo.

Italie, je was mooi, je was lekker, je was warm , je was wederom betoverend. Ti voglio bene – ci vediamo.

Naar de Dolomieten

Dobbiaco – Cortina d’Ampezzo

Cortina d’Ampezzo – Ponte Nelle Alpi

Terug naar het begin… Wat we initieel van plan waren. De bergen in, bergafwaarts uitbollen naar zee. De koelte opzoeken, de landschappen die je plat slaan in plaats van de hitte.

Gestrand in Trente

De tocht erheen is de grootste uitdaging. We hebben treintickets van Bologna naar Toblach (Dobbiaco) maar stranden met treinpech in Trento. Wat moedeloos staan we gepakt en gezakt op het perron. Lopen drie keer opnieuw de trappen op en af, vervloeken de onbestaande info, zoeken campings en hotels in de buurt. Het ziet er niet naar uit dat er vandaag nog treinen zullen vertrekken. De ingelegde vervangbussen, waar horden wandelaars zich op wringen, laten duidelijk verstaan dat er geen plek is voor fietsen. Wat moedeloos herplannen we en beslissen dan maar om de komende week weer richting Gardameer te fietsen. Maar dan blijkt bij een laatste en ultieme poging om in mijn beste Italiaans wat informatie te vinden, dat er vanavond toch nog een trein vertrekt. Zo sporen we dus enkele uren later naar Fortezza, zetten daar onze tent op en nemen de volgende ochtend de trein naar Toblach.

En daar staan we, op 1240 m hoog met voor ons de toegangspoort naar de Drei Zinnen.

Het is een komen en gaan van fietsers. De meeste met heel wat dikkere banden, zonder bagage en elektrisch. Een fietspad slingert zich omhoog naar de Toblachersee. Op gravel rijden is voor onze fietsen niet altijd evident en het gaat traag en langzaam maar we stijgen enkele honderden meters om dan aan een 25 km lange afdaling te beginnen. We begeven ons in een soort pretpark voor electrische mountainbikes. Ik ben het gewoon om elke fietser die ik tegenkom op fietstochten te begroeten maar hier is er geen beginnen aan. Het zou zijn alsof je in de wachtrij vand e Efteling elke medebezoeker enthousiast hallo zegt.

Tre cime duiken voor ons op. Maurice zijn benen zijn moe maar hij trapt moedig verder. Camille mata niet merken dat ze ook zonder bergcasette met haar vingers in de neus naar boven trapt.

Na de kilometerslange afdaling heb ik kramp in mijn onderarmen van het remmen en bovenal heb ik het koud. We lietten alle warmere spullen in de auto, niet veracht dat we nog iets anders dan de hitte zouden voelen en de bergen zouden zien. Op de camping probeer ik me warm te houden met de slaapzak rond me maar we verkassen naar de pizzeria op de camping, binnen deze keer, dus moeten we onze greencard en voor de eerste keer moeten we wat onwennig onze ‘greencard’ tonen.

De volgende dag moet ik Maurice overtuigen met de belofte dat we voornamelijk zullen dalen, hoewel de volgende camping ver ligt en we nog geen idee hebben waar we zullen landen. Hij heeft geen zin. Is moe. Wil liever niet fietsen. De eerste 2 km moeten we meteen sterk stijgen, het dal uit dus de eerste crisis is er dan ook meteen . Met beloftes van ijsjes en pauzes, van beperkt aantal kilometers krijg ik hem terug en al trappend op de fiets. De uitzichten zijn wondermooi.

In de hoop een paar hoogtemeters en enkele kilometers te schrappen maakt hij (voorop) de keuze om een stuk de weg te volgen in plaats van het fietspad dat grotendeels nog steeds uit gravel bestaat. Een peloton wielrenners doet hetzelfde dus we beginnen moedig aan de weg-tocht. En voor we het weten zitten we vast in een grote autobaan. Ik sta kilometers lang doodsangsten uit. Het voelt als fietsen op een halve pechstrook vol stenen en afval. Naast ons razen auto’s. Je ken nergens stoppen alleen maar hopen dat je met de bagage netjes op je lijn blijft en met een erg bang oog mijn twee kinderen voor me hetzelfde zien doen. Het gaat wel bergafwaarts. Dus alleen remmen en concentreren.

Ponte Cadore (wikimedia)

En dan komt de brug: Ponte cadore. Ineens hangen we 184 m boven de grond. De wind beukt op ons in. Ik ben misselijk van angst. Na een halve km op de brug, is er een kleine zijsprong. Ik tref een huilende Camille aan, een schuldig voelende man en een opgetogen Maurice.

We peppen elkaar op. Nog even volhouden, dan kunnen we eraf.

Als iets later de weg in een tunnel gaat, slaan Camille en ik dicht. Uiteindelijk heffen we de fietsen over de vangrails en vinden de alternatieve parallelle fietsroute iets verderop. Na enkele kilometers door het prachtige landschap is de meeste stress uit mijn lijf. We sukkelen nog wat bij wegwerkzaamheden en staan versteld van de ramp die in de jaren 60 gebeurde bij Longarone. Uiteindelijk vinden we een slaapplek in een Albergo in Ponte Nelle Alpi. We eten sushi uit de Lidl naast de deur, drinken elk een halve liter bier en trakteren de kinderen op limonade terwijl buiten een gigantisch onweer en regenbui losbarst.

La Rossa, La Grassa, La Dotta

Bologna zien, Bologna beleven. Het was mijn tussendoel. Hoe flexibel onze fietsreizen ook zijn, ik heb (in tegenstelling tot hem) graag enkele houvasten. Zoals op het strand wandelen tot de volgende golfbreker om dan pas op te keren. Of tot Bologna fietsen, de stad stond al lang op mijn ‘daar wil ik ooit opnieuw es naartoe’ lijst.

Maar de route was behoorlijk saai, warm en de muggen talrijk. Ondertussen tikten onze dagen weg. We besloten dus de laatste 60 km met de trein af te leggen.

Wie zoals wij nogal last minute in een station toekomt, weet beter dat je (zowel online als in de automaten) de laatste 5 min voor vertrek geen tickets meer kan kopen. Een dikke week later missen we daardoor een trein, nu springen we er zonder ticket en met onze vier fietsen op. Ik slaag er wel in om online tickets te kopen vanuit een station dat tien minuten verder ligt en de Italiaans trein heiligen zijn ons goed gezind.

Bologna, la rossa is mooi, lekker, schaduwrijk en voldoet aan alle verwachtingen.
We drinken meer Aperol Spritz dan we ooit deden en kinderen proeven de echte bolognaise saus.

Eurovelo 7 tussen Garda en Bologna

Terwijl kleurcodes en virussen onze bestemmingen bepaalden op macroniveau, doen regenwolken en hittegolven dat op mesoniveau. Op microniveau zijn het de benen en slaapplekken.

We beslissen dus last minute om naar het zuiden te fietsen. We genoten van verkoeling aan het (hyper toeristisch) Gardameer en vinden via Campspace een idyllische plek waar we onze auto achter mogen laten. Met buitendouche die de drukkende warmte van ons af spoelt. Helaas waren de muggen zo talrijk dat we onze laatste luxe avond niet in de kampeerstoel maar in de tent doorbrachten, murwm van de warmte… De volgende ochtend pakten en herpakten we. Alle overbodige spullen (lees alle warme kLeren + alle comfort min of meer) bleef achter. Het boek werd vervangen door e-reader en dwarsligger. De stoel door een zitmatje enz’…

En toen begon de fietstocht. Richting Toscane leek ons wel wat. Weer even wennen aan de zware tassen maar de eerste dagen waren plat dus dat wende snel.

Eurovelo7 loopt langs de Po. En om eerlijk te zijn was het niet echt mooi. Alle Italiaanse charme ontbrak de eerste dag. Het was warm, de stallen vol varkens en kippen en de eentonige maïsvelden, kennen we ook van dichter bij huis. De kanaaltjes die we voortdurend volgden, herbergen dan wel tal van zilverreigers, roerdompen en een kolonie heilige ibissen, we zien ook hele families beverrat en muskusratten zwemmen in het water…

De avonden zijn kort. Meestal moeten we onmiddellijk in de tent schuilen wegens muggen terreur. Zelf ben ik het minst appetijtelijk. Ik krab wel hier en daar maar vergeleken met de bergen die zich op zijn rug en armen vormen en de rode vlekken bij de kinderen, mag ik eigenlijk niet eens luidop klagen.

De weg wordt leuker maar blijft wat eentonig. Gelukkig zijn er overal cafeetjes Met lemon soda en aperol Spritz met slaatje of pizza of pasta. Maurice fietst goed, hij blijft wat verstrooid maar elke km gefietst is een minuut op een scherm die avond. Dat motiveert blijkbaar (en helaas). Camilles benen zijn langer en ze blijft fietsen alsof ze nooit iets anders deed. Deze keer wordt er naar muziek geluisterd ipv podcasts.

Ciao Bella

Ook deze zomer lieten we onze vakantiebestemming bepalen door kleurcodes en virologische adviezen. Bovendien hadden we ook twee extra troeven:

1. We zouden een deel van de reis doorbrengen met nichtje en neefjes. Daar ze in Rotterdam wonen, hadden we ze het voorbije jaar erg weinig kunnen zien

2. We konden gebruik maken van Charlie. Charlie is onze deelauto, die net op tijd nog door de keuring geraakte. Hij kocht op 2dehands nog een fietsrek en zo vertrokken we dus met vier fietsen in en op de auto.

De laatste troef had ook een keerzijde. Het pakken gebeurde wat slordiger en ik heb al meer dan 12 jaar niet meer gereden. Ik ben dat ook niet onmiddellijk van plan wegens iets te veel schrik in het verkeer. Hij moest dus de vele km’s alleen te baas. Ik ben wel een hele trouwe co-piloot.

Dat we onervaren autovakantiegangers zijn werd gauw duidelijk. Lang stilzitten is voor ons allemaal de hel. Dag 1 vielen we zonder batterij want wij zijn zo naïef te denken dat de frigobix (ja he, we namen een frigobix mee, geen gesmolten kaas in de fietstas). Dag 2 waren we de autosleutels kwijt en ging het alarm af om 7:30 op de camping

Maar beide voorvallen overleefden we en ook onze relatie hield stand.

Het initiële plan was weekje stappen in Dolomieten en dan doorfietsen naar Venetië. Maar bij passeren van de Brennerpass bleek dat de hagelbuien en stortregens de eerste week zouden aanhouden.

We zijn gewoon om plannen snel te wijzigen dus zakten we af naar ongekend maar o zo mooi nationaal park Lessinia (camping Branchetto)

En kijk,de wandelingen waren heerlijk, de nicht en neefjes gaven onze kinderen vleugels, hun ouders onze dagen en avonden kleur, de grote buien ontweken we, de Tarp hield ons droog en de dagen vlogen weg. Samen eindigen deden we met twee dagen echte toerist uithangen aan Gardameer. En dan begin deel twee van onze reis.

De bergen in

Van Salzburg naar Lofer

Na een weekje veel vlakte kiezen we voor de bergen en hopelijk de koelte. De route en de terugweg zijn nog open. Ik download de gpx van de Mozart Radweg en die lijkt wel vlot fietsbaar.

Een nachtje op hotel in Salzburg wegens laat toekomen. We gaan ontbijten en vertrekken eigenlijk veel te laat. De hoogtemeters vallen mee maar de hitte is dodelijk. Een stuk langs een drukke baan helpt niet echt voor de ontspannen sfeer. C heeft het lastig. Er wordt ons onverantwoorde ouderschap verweten en we twijfelen oprecht of dit nu wel een goede keuze was.

In Lofer (50km) vinden we een camping die nog plaats heeft voor fietsers en tent. We besluiten wat te minderen en te genieten van berglucht, apérol spritz en rust. We doen kleine wandelingen via de kabelbaan (zo zonder rugzak en wandelschoenen is zelfs dat uitdagend). Zwemmen, bakken uit onze tent, zetten koffie en nog eens en nog eens, testen onze tent in een hevig onweer en doen onze eerste was. La vie quoi.

Er tussenuit naar Tsjechië

Hoewel het uiterst vlot fietsen is langsheen de Elbe, missen we na 6 dagen toch een beetje ‘het onverwachte’. Ik denk altijd dat we slechte planners zijn, maar eigenlijk lopen hij en ik niet zo graag op paden die te evident zijn.  Het is het ironische van op reis zijn, het contradictorissche aan toerist zijn.

We buigen dus van de route af en snijden een stukje af dwars door Saksisch Zwitserland. We weten weer meteen wat klimmen is met een zwaar beladen fiets. Een beetje laat beseffen we dat we nu wellicht ook het mooiste stukje Elbe hebben gemist, maar we hebben nu wel een uitzicht. We kamperen de laatste maal in Duitsland, de eerste camping waar we onder onze voeten krijgen omdat we niet reserveerden én waar mondmaskers gedragen moeten worden in het sanitair gebouw. Hier zijn plots ook geen fietsers meer. Een avondwandeling laat ons proeven van dit bijzonder landschap. Helaas staan we beetje onder tijdsdruk, anders hadden we hier wellicht wel een dagje gewandeld.

De volgende dag stijgen en dalen we weer richting Tsjechië. We glimlachen als we de grens passeren, dit is toch iets meer ons plezier.

Het zijn kleine en grote veranderingen. Kofola in plaats van cola, letters die we niet kunnen uitspreken maar ook meer putten en boomwortels op het fietspad en meer de baan delen met auto’s.

De campings zijn minimaal en lijken vak relicten uit een ver verleden. De bars daarentegen zijn talrijk.

We gaan wat meer van de route af, fietsen dus ook wat meer in gravel en dalen en stijgen weer.

3 dagen later fietsen we opnieuw langs kleine wegen Praag binnen. De stad is heel wat rustiger door Corona.

Langs water en kleine paadjes via het Noorden Praag binnen

De stad bezochten we vorig jaar, dus we hebben weinig haast en laveren in de oude stad (kopen een nieuwe knuffel voor Maurice die de zijne kwijt speelde, een echte Krtek), fietsen langs nieuwe buurten (We genieten van hummus en falafel) bezoeken nogmaals de Husky (voor een nieuwe slaapzak). En nemen uiteindelijk een dagje later de bus naar… Salzburg.

Met molletje voor de Karlsbrug waar het zeer kalm is

Graanvelden en rode wouwen

Deel 2 Van Lutherstadt naar Dresden (dag 4,5,6- 173 km)

We proberen het zelfs niet meer. Vroeg opstaan is niet aan ons besteed op vakantie. We zetten nooit een wekker (in het werk / school leven trouwens ook al lang niet meer), worden wakker van de vogels of de zon, genieten van koffie zetten en opnieuw koffie zetten en uitgebreid ontbijt. De meeste fietsers zijn druk in de weer, kramen hun tenten op terwijl wij nog onze tenen aan het strekken zijn. Wij zijn het type fietser dat liever ’s ochtends de tijd neemt en pas wat later in de namiddag of avond op de volgende camping toekomt. We hebben daar al lang vrede mee genomen.

Het fietsen begint te wennen. De routes zijn zo goed aangeduid dat we bijna nooit op gps of kaart moeten kijken. Het heeft wel wat, mar het mist ook wel wat. Geen idee of het door Corona komt maar er wordt heel wat afgefietst, bijna allemaal Duisters.  We kamperen vaak op grond van kajakclubs die een soort mini camping vormen. Er komen enkel fietsers toe. In enkele uren is het grasveld volgebouwd met kleine tentjes, soms zo dicht op.elkaar dat je de ander hoort verleggen op zijn matje.

We fietsen vaak door hooilanden en graanvelden, soms zijn ze reeds bezig met de tarweoogst. Rode wouwen cirkelen voortdurend boven ons.

We naderen Dresden. We denken de stad even te bezoeken maar eenmaal aangekomen, schrikt de drukte ons meteen weer af en dus fietsen we wat rondjes,bewonderen de buitenkanten van kerken en gebouwen  en gaan dan alweer verder…

Ooievaars en muggen

Deel 1 Van Maagdenburg naar Lutherstadt Wittenberg (dag 1,2,3 – 130 km)

We starten in de regen. Regenbroeken daar doen we niet aan op reis, dus met blote benen en een regenjas trotseren we de miezer. De geur is meteen heerlijk. Die van natte bossen, dennenhars en regen op kiezels. De fietsroute is verkeersvrij en slingert doorheen oude bossen en overstromingsgebied. Groene spechten, buizerds, geelgorzen en ooievaars kruisen meermaals ons pad.

Even schuilen, na een lange en vruchteloze zoektocht voor een cafe

De eerste nacht kamperen we helemaal alleen op een camping bij een zijarm van de Elbe. De avondzon na de regen doet deugd. Minimalisme is echter een woord dat hier zijn naam eer aan doet. Er is 1 (propere) werfkeet met douche en toilet ( waar we schuilen en weer warm werden). Zo voelt deze plek aan als wildkamperen met een plus. Ook daar de eigenaar de volgende ochtend zijn 20 euro komt innen.’s Nachts word ik wakker van geplons in de oude rivierarm. Op blote voeten ga ik kijken, ik denk een bever te zien maar ben niet helemaal zeker. De muggen jagen me terug de tent in. Fietsen langs rivieren, dan heb je kans op bevers. Fietsen langs rivieren, dan zijn muggen gegarandeerd. Daar zullen we de komende dagen meermaals ondervinden

Hoewel merendeels vlak is de route afwisselend en erg mooi. Ooievaars zijn talrijker dan duiven.

De volgende dagen merken we de drukte van deze route op, en het gemak van uitgestippelde paden. Hoewel we tijdens het fietsen niet echt veel volk tegenkomen, zijn de campings die we de volgende dagen aandoen een komen en gaan van fietsers, die we soms kennen en herkennen. De campings blijven even minimalistisch en rustig. Fietsers zijn ’s avonds namelijk moe en liggen gauw in bed. Op een enkel uitzondering na (ik dus) hebben fietsers geen stoeltjes mee om lang op te zitten en liggen ze dus vrij gauw horizontaal.

Daar zit ik dus. Alleen met een blik bier of een kop thee in mijn stoeltje, met veel muggenmelk en een boek. Ook dat is genieten.

De Elbe gaan we een paar keer over. Steeds opnieuw met een veerpont dat via een anker dat enkele honderd meters verder ligt en twee katrollen, wordt overgetrokken .
In Dessau bezoeken we enkele Bauhaus huizen. Wij staan versteld. De kinderen begrijpen onze bewondering nog niet echt…

Na drie dagen komen we in Lutherstadt aan. We passeerden hier ooit op weg naar Berlijn. Op de camping is het dan ook een komen en gaan van fietsers uit en naar alle delen van Duitsland. De stad oogt nu veel verlatener. De regen en corona zullen hier wellicht hun deel in hebben.

Lutherstadt

Fietsen is vrijheid

In januari dachten we nog dat we deze zomer een maand zouden fietsen in Rusland.In april leek Scandinavië een goed alternatief en met de uitgestrektheid in combinatie met het allemansrecht ook redelijk Corona proof. In mei begonnen we te denken aan kriskras door België en inventariseerden in ons hoofd onze vrienden met grote tuin. In juni leek Duitsland dan weer haalbaar. Na lang alles opengehouden te hebben, kochten we vorige week Flixbus tickets naar Maagdenburg vanuit Gent. Dat was rechtstreeks en er was nog plaats voor ons en de fietsen. Twee belangrijke voorwaarden.

Oost-Duitsland, we fietsten er een deeltje door richting Tsjechië, we fietsten erdoor richting Berlijn. We gaan al jaren in de winter naar Duitse bossen en heuvels.

Duitsland, meer geliefd bij de Nederlanders en de Duitsers zelf dan bij de Belgen lijkt me. Toch, eenmaal je voorbij schnitzels, halve liters bier, worst, spiegelpaleizen en vakmanshuisjes kan kijken, heeft het land heel wat te bieden. Bovenal uitstekende fietsroutes, prachtige natuur en heerlijke kalmte en rust.

De dagen rond het vertrek werden de plannen wat concreter. Waarom niet opnieuw naar Praag fietsen, via de Elbe. Daarna zien we wel weer. Daar waar de wind, het weer en de goesting ons brengt…

Het pakken gaat steeds meer gepaard met minder lijstjes. Gewoonte is een vreemd dier. We slagen er nog steeds in om met 8 fietstassen te reizen. Dit jaar gaat er een extra vuurtje en kookpot mee, mijn nieuwe Alpkit Brukit en voor het eerst een stoeltje. 1 Helinox zero. Cadeautje voor mezelf, mijn stramme spieren en gevorderde leeftijd mogen ook wat verwend worden. De grootste uitdaging is niet het gewicht met amper 500 gram maar de stoelendans die ontstaat met 4 personen rond 1 stoel.

Maagdenburg, Groene Citadel Hundertwasser
Maagdenburg,we starten in de regen
Groene citadel