Van Dali tot Shangri-La

10 juni -22 juni 

Het lijkt wel de aankondiging van een tentoonstelling maar het is onze 12 dagen fietsen aan de kant trip. 

We willen de bergen zien, dorpen waar minderheden leven, richting Tibet gaan, wandelen langs watervallen,… Maar beseffen dat we dat met de fiets niet aankunnen. Zelfs als we onze bagage minimaliseren, zolang we onze kinderen blijven voeden, komt er gewicht bij. We overwegen opties zoals de fiets mee op de trein, zelf de bus op en fiets achterlaten in Kunming, kinderen achterlaten, fietsen verkopen en met een elektrische scooter rondtrekken, kinderen geen eten meer geven,…  het enige realistische voorstel, is fietsen even parkeren en met bus, trein en te voet wondermooi Yunnan verder verkennen. We steken alles wat we denken nodig te hebben in 4 fietstassen en gaan op weg.

Dali:

Een trein nemen, is niet zo evident als bij ons -en dat zelfs buiten de Chinese taal gerekend- . Hier moet je best vooraf reserveren, heb je vaste plaatsen of bedden, veiligheidscontrole, ga (of mag) je pas naat het perron als de trein er al staat (wat mij als rasechte pendelaar wat onwennig maakt). Poging 1 mislukte wegens volzet en de volgende was meteen 9u later. Gelukkig staan er bij het station genoeg ronselaars om je een busticket aan te smeren. Met een bedbus dus naar Dali. Een mooi, toeristisch stadje waar je oude chinese huizen ziet, heel veel inlandse toerisme, veel marmer en natuursteen,  en nog meer Chinese meisjes met bloemen en vlechtjes in het haar en selfie stick in de hand. De Bai minderheid woont hier en anders dan in Sapa ( waar ik  het gevoel had de lokale variant van Bokrijk binnen te stappen) lopen vrouwen en meisjes in traditionele kledingdracht gewoon door de straten. 

Dali

Dali, oude stad

Chinese bloemen meisjes

Zonder fiets zijn we beetje gevangen dus huren we een dag een elektrische scooter waar we allevier op passen (dat is pas zoals de locals doen). C zou liefst een zebra scooter gehuurd hebben en M liefst die Minions​ versie, maar we hadden geen keus en werden met onderstaand exemplaar de baan op gestuurd. 

Met 4 op deze mooie scooter (ja, ik pas er nog tussen)

 Rond Erhai Hu (een groot zoetwatermeer) rijden  we 25 km naar het aangename oud dorpje Xhizou. Op elke stopplek die een panoramisch uitzicht geeft, worden fotoshoots gehouden. Selfies maar ook veel trouwfoto’s. De bruiden verdringen elkaar voor een plekje terwijl de bruidegommen slepen dragen en hun broek oprollen. 

Stoīcijnse bruiden

En als dat nog niet romantisch genoeg is, kan je plaatsnemen aan een tafel met een fles wijn en de letters Love voor een fotoshoot, na betaling aan de eigenares van dit liefelijk spontaan tafreel… Hij weigerde weeral eens.

Lijang

Een trein naar Lijang. Twee keer moet alles door de scanner. Dat moest ook bij het busstation maar deze keer zijn ze aandachtiger. De kinderen hun speelgoedschaar en de opinel worden opgemerkt en moeten afgegeven worden. De schaar kan ik met pruillip nog redden maar onze trouwe opinel (x2) zijn we kwijt. Het was ons enige kampeergevoel item. Ik mis vaak het kamperen en camping koken en nu zijn we ook de mogelijkheid kwijt om zelf een komkommer te snijden. De treinrit gebeurt in een hardsleeper. 6 bedden per kamer. 

De trein lijkt wel een speeltuin op sporen

Lijang, – Unesco werelderfgoed-  bestaat uit een erg mooie oude binnenstad. De huisjes in die binnenstad passen allemaal in 1 vd drie categorieën 1 souvenirwinkels, 2 hotels 3barofrestautant. Ook hier veel inlandse toerisme en af en toe een Westerling. 

Schorpioenen, maden, sprinkhanen

Geen auto’s of scooter in het oude stadscentrum. Enkel elektrische bakfietsen, ook de lakens van de vele hotels worden zo opgehaald

Tiger Leaping loop

We missen beweging en willen graag de beroemde tweedaagse trekking doen  hoog boven de Yangtzee. We geraken er echter niet uit of dit te doen is met kinderen. De Chinezen kijken bijna gechoqueerd als we ons plannen vertellen en willen ons eerder met een bus naar een platform rijden om daar van het uitzicht te genieten. Op internet lees je dat de tocht fysiek niet te zwaar is, er voldoende slaapmogelijkheden zijn onderweg en alles goed aangeduid staat. We besluiten eraan te beginnen en het op ons gemak te doen, we kunnen altijd stoppen of terugkeren. We springen in Lijang op de bus naar Shangri La en laten ons afzetten in Hutiaoxia. Bij Jane’s Tibetan guesthouse laten we onze fietstassen achter, halen ons minuscuul opvouwbaar rugzakje boven en krijgen nog een schoudertas te leen. 
De volgende dag beginnen we eraan. Het stijgen is pittig maar zeer te doen. De spillebenen van C en M dragen hun vlot naar boven. We doen over het eerste stuk wel 4u (tot aan Naxi guesthouse waar we  eten) ipv de vooropgestelde 2,5. Dat geeft dus te denken. Maar na het middageten gaat het prima en terwijl Maurice stenen verzamelt en stokken, wandelen we 12 km tot aan Tea Horse geusthouse. We eten en slapen heerlijk. 

C heeft net als ik een beetje hoogtevtees en kijkt liever de andere kant op als hij een foto van over de rand neemt

Tiger leaping gorge is populair bij Koreanen en ook zij trekken graag foto’s met een blanke. Dus wordt hij geplet tussen deze onbekende mannen terwijl de fotonemer bijna in het ravijn duikelt

Stenen en stenen en stenen, die broek moet opgehouden

Onderweg proberen ze voortdurend om ons een paard aan te smeren waar de kinderen op mogen zitten. Maurice zijn broek zakt ondertussen zowat af van al het gewicht in zijn zakken en wordt door ons verplicht de helft achter te laten. De volgende dag zijn de paden zijn soms erg smal en de diepte diep. Op die momenten neem ik een kind in een houtgreep aan de arm en wandel zowat tegen de rots aangedrukt. Bij naar het beneden gaan schuiven we om beurten wel es uit maar enkel schaafwonden daar gelaten komen we heelhuids bij Tina Guesthouse aan. Maurice die steevast gelooft dat zijn stenen diamanten zijn, opent een winkel en uit medelijden kopen hij, ik en zijn zus allemaal een steen. Ook een wandelaar is gecharmeerd en geeft hem één yen voor een mooie blinkende steen. Onmiddellijk ziet maurice het potentieel van zijn onderneming en nu sleurt die jongen zelf zijn zak met stenen met zich mee. Ook al zullen we terug op de fiets onverbiddellijk zijn, nu laten we hem wat sjouwen. 

How to become a rich man, marketing lessen door M


Shangri-la

In Tina’s guesthouse stopt dagelijks een bus tot Shangri La. De stad heette tot 2001 gewoon Zhongdian maar veranderde haar naam in Shangri La (de naam van het aardse paradijs uit Lost Horizon, het boek van James Hilton (1937)) om meer toeristen te lokken.  De stad ligt heel dicht bij Tibet. Het is er koel, zeg maar koud en fijne regen verwelkomt ons. Onmiddelliijk heb ik (en blijkbaar ik alleen) ook last van de hoogte (3200m). Ik ben kortademig en was blij met de vele rustbankjes op de trappen naar de tempel, het duizelde me helemaal. In 2014 brandde een heel deel van de oude houten stad uit. Nu zijn er nog overal verbouwingen bezig. 

Wind en zonne energie langs het pad naar een Tibetaans klooster

Oude stad Shangri La

Het is niet al goud dat blinkt

Regen, zoet, zacht en koud

We doen al onze lagen aan en zelfs sokken in onze sandalen zijn toegelaten. De mensen zijn hier prachtig,  donker van huid en hun jukbenen rond en hoog. We bezoeken tempels en draaien aan gebedswielen, willen graag een wandeling maken maar de regen steekt daar een stokje voor. En dit terwijl België kreunt onder de droogte. 

We missen onze fietsen. We missen om wat onafhankelijker te zijn, we missen het uit de toeristische paden breken. De fiets brengt je op zoveel andere plaatsen, het onderweg zijn is de reis.  Dus gaan we niet nog verder Noordelijk en zal dit dus het dichtst bij de Himalaya zijn dat we komen.

Wegens moeilijk te plannen treinen en bussen, hebben we er 3 dagen voor ndoig om terug in Kunming te geraken. In Lijang blijven opnieuw twee nachten en een dag en de kinderen genieten van een hele dag spelen, de twee jongens gaan naar de kapper en we doen wat huiswerk en oefeningen. 
 

Halfweg

Onze reis is over de helft. Met 10 van de 19 weken Azië. Ik  hou wel van cijfers maar vind dat nu blijkbaar toch wat te veel gedoe. Ik ben dus de tel kwijt in hoeveel bedden we sliepen, hoeveel km we fietsten (nadat ik mijn kilometric verloor), hoeveel steden of dorpen we zagen, hoeveel geld we uitgaven, hoeveel hoogtemeters, hoeveel rijst, noedels en eieren we aten… Wel weet ik dat we 5 landen deden,  4 platte banden hadden (allevier mijn fiets) en elk al één keer ziek waren. Wat ik ook weet is dat we heel wat mijlpalen samen hebben neergezet de voorbije weken. We vierden 10 jaar samen zijn en vandaag exact 7 jaar getrouwd. Nooit eerder was ik zo intens samen met 4 mensen, uur op uur, nacht op nacht, minuut op minuut leven we hetzelfde leven. We komen soms elkaar en soms onszelf tegen. Tegelijkertijd scheppen we ook veel meer ruimte. Hoe kleiner onze gezamenlijke leefwereld, hoe ruimer onze wereld lijkt het wel. En dat heeft alles met tijd te maken. Er is tijd om te genieten, om te praten, om beslissingen te nemen, uit te stellen én er op terug te komen.  

En al dit nog es 9 weken lang. 

Is het beter te reizen dan boeken te lezen?

De man tekent een hakenkruis op een blad papier en wijst naar mij. Een beetje van mijn melk besef ik dat hij vraagt of ik uit Duitsland kom. Even overweeg ik een pak friet terug te tekenen maar bedenk me vrij gauw een laat mijn vertaalapp Bǐlìshí (比利时) zeggen. Chinees woord nr 3 geleerd. 

Een oude vrouw staat met haar armen te draaien om zich daarna minuten lang hard op haar achterste te slaan. Naast haar oefent een koppel de tango. De vrouw trapt voortdurend op de tenen van de man maar dat lijkt hen niet te deren. De volgende ochtend staan ze daar opnieuw.

Een cafébaas die wonderlijk goed Engels spreekt vertelt ons een Chinese wijsheid van Conficius, als hij onze reisplannen verneemt “Het is beter een mijl te reizen dan om duizend boeken te lezen” (geef mij maar allebei). 

De peuter loopt met een gat in zijn broek vrolijk door de straat. Zijn mama spreidt een servietje uit waar de kleine boven hurkt. Waarom zou je een pamper aandoen? 

De stad is stil. Er rijden uitsluitend electrische scooters. Op elk kruispunt staan wachters en regelaars. Een vrouw houdt een lint met vlagjes omhoog telkens de scooters en fietsters moeten stoppen, een manueel verkeerslicht zeg maar. Dag in dag uit, uur na uur.

 ’s Ochtends vroeg en in de voooravond klinkt luid muziek. Op pleinen komen mensen samen dansen, oude vrouwen bewegen aangeleerde dansjes. Sommige hebben een soeplesse die veel oefenen verraadt, andere bewegen hun stramme armen volledig uit de maat en huppelen telkens een tel te laat mee met de rest. Chinezen zijn groepsmensen. In het middelbaar volksdanste ik soms. Niet alleen in de jnm werd voor elke fuif eerst samen gevolksdanst ( zou dat nu nog gebeuren?) maar  op de katholieke meisjesschool waar ik zat was een speelplaats voorbehouden voor volksdansen. Met enkele vriendinnen kozen we soms volledig vrijwillig om een half uur samen te huppelen na het middageten in plaats van rondhangen en doen wat tieners doen in hun schaarse vrije momenten op school. Ik herinner me dat ik dat echt leuk vond, een instant verbonden en blij gevoel van ritmisch samen dezelfde danspasjes te doen. Met een glimlach denk ik terug aan die tijd en benijd de oudjes wel die in dit samenzijn duidelijk beweging en verbondenhied combineren. Ik las dat wegens overlast de pleindansen beperkt zijn door de partij en teruggebracht tot 12 dansen, zorgvuldig geselecteerd door het ministerie van sport. Hoe ook sporten binnen de grenzen gebeurd.

Kunming dus, de lentestad. Een 6 uur durende (bed)busrit spaart ons 1500 hoogtemeters en heel wat gezweet uit (als we er al zouden geraakt zijn). Kunming is met zijn 6,5 miljoen inwoners voor China geen grote stad (ook al betekent dit dat in absolute termen heel Vlaanderen hier woont). We fietsen 15 km van het busstation tot in het centrum en vallen van de ene verbazing in de andere. De wegen zijn breed, overzichtelijk  en niet zodanig druk. Bijna alle voertuigen in het centrum zijn elektrisch. Dit is een zege voor de oren en de longen. Wat een verschil met Hanoi. Mijn reflexen zijn echter zo geconditioneerd op getoeter en motorgeluid dat ik meermaals schrik als geruisloos een scooter me de pas afsnijdt. Het is misschien voor het eerst dat ik echt het potentieel van elektrisch rijden begrijp. Ik dacht vaak immers elektrisch of niet filles blijven filles, auto’s auto’s en de ruimte schaars. Maar in deze lentestad waar miljoenen mensen zich stil en geurloos verplaatsen, kan ik me inbeelden dat dit de toekomst is. Dit stukje China dat we nu zien heeft niets nog weinig gemeen met Zuid Oost Azie van voorheen.

Winkelketens, hippe koffiebars, verkeersvrije shoppingstraten, hoogbouw, technologische snufjes, deelfietsen,… dit voelt vreemd vertrouwd. Tot ik een oud omaatje in het park uit de bol zie gaan op Tequila of alle koks in een rij naar buiten zie marcheren om samen een lied te zingen en te dansen. Dan beseffen we weer dat we wel degelijk in China zijn, een grootmacht met 1,38 miljard inwoners (wat betekent dat 1 op 5 wereldbewoners een Chinees is) waar bijna niemand een woord Engels spreekt  maar dat zich in een razendtempo aan het ontwikkelen is. 

De provincie Yunnan leunt tegen de uitlopers van de Himalaya aan. We beslissen uiteindelijk om onze fietsen even achter te laten en met bus en trein het westen en noorden van Yunnan te bezoeken. 

Van Vietnam naar China, even rode vlag maar meer sterren. 

Terwijl Maurice ontvoerd wordt door de hulpkok om samen in de keuken foto`s  te nemen,  hij aan de andere tafel toost met 5 mannen, probeer ik uit te leggen dat ik geen vlees eet. De kok krijgt zowat de slappe lach. Wat hou ik van de Vietnamese vrolijke eerlijkheid. Heel de keukenploeg komt zich moeien. De zoon wordt opgebeld en speelt instant tolk aan telefoon. We krijgen uiteindelijk meer groenten  en eten dan we op kunnen, worden getratkeerd op vis, moeten nogmaals toosten (en nu mag ik mee doen).

T(r)oosten op afscheid

 We doen een avond wandeling langs de rode river. Aan de overkant ligt China, vlakbij maar nog even onbereikbaar. Vietnam is het land waar we tot nu toe het meest tijd doorbrachten en waar we ook van zijn gaan houden. Van de energie die hier leeft, het gevoel dat hier vanalles staat te gebeuren, de duizenden oprechte blikken en het ontdooien van de ogen als je xin chow zeg, de gastvrijheid, de steenharde matrassen, de uitdagende houding en souplesse waamee ze het leven leven. Terwijl Laos het land van de glimlach is, werd Vietnam het land van de lach.  We zullen het missen. 

Morgen gaan we China binnen. Volledig onbekend terrein. Volgens vershillende vrienden in het thuisland goed voor een heuse cultuurschock. Ik verwacht me aan veel mensen, stedelijke drukte en verlaten platteland, onberijpelijke taal, onleesbare tekens, lekker eten, vaderje staat, geen toegang tot sociale media en google, ongeloofelijk mooie landschappen,… en heb voor de rest geen idee. Ik vind het een beetje spannend.

Aan de overkant China, vlakbij maar ver weg

Het voordeel aan traag reizen is dat nieuwe indrukken traag binnenkomen, gewenning in je sluipt tot dat het lijkt of je het al wist, lang geleden. Geuren die zo hefig leken, zijn nu vertrouwd, de kinderen gebruiken de toiletten met sproeikoppen of ze nooit anders gedaan hebben, vreemden die de blonde haren en witte wangen van C en M aanraken, worden bijna verveeld toegelaten, met een geforceerde glimlach geplezierd, pepers in ons eten worden steeds makkelijker verdragen,  kakkerlakken in hotelkamertjes meppen we nu zonder verpinken dood en 30 graden vinden we koel. 

De grensovergang Lao Cai – Hekou gaat vlot. Voor het eerst gebeurt alles automatisch en zijn we niet verplicht om 4 formulieren manueel in te vullen. Bagage wordt gescand, ook voor het eerst. De enige kleine hindernis is de J. achter mijn tweede naam. Wat betekent dat? Ik leg uit dat mijn derde naam Josse is maar dat die op ons paspoort niet voluit staat. Ook hij heeft een J. staan met Jonas als derde naam en dan blijkt Camile ook een J. te dragen als derde letter. Enkel Maurice draagt de L van bompa Louis. Niet logisch in de Chinese logica. Er wordt wat heen en weer getelefoneerd maar uiteindelijk mogen we binnen. 

Daar ligt China, daar gaan we heen

Uitgecheckt in Vietnam, te voet de rivier over naar de ingang van China, dat stukje niemandsland is altijd beetje vreemd

Er zijn veel voordelen aan niet planmatig zijn. Onze geesten zijn uiterst flexibel, we laten even gemakkelijk los als dat we vast bijten. Alles kan en alles is mogelijk. Is het vandaag niet, misschien morgen wel, misschien morgen niet maar dan is er iets anders op ons pad. Niet plannen is vrijheid. Er zijn ook nadelen aan niet planmatig zijn. Voor buitenstaanders zijn we wellicht chaotisch. Of is wat wij vrijheid noemen een pantser van ons eigen onkunde. Voor onszelf is het nadeel vooral onvoorbereid zijn. Tot hier wisten we redelijk goed wat we gingen doen. Of alleszins welke kant we opgingen. Maar China bereidden we nog niet voor, dat gingen we onderweg wel bekijken, eerst binnen geraken. En er is zoveel te zien. Maar onderweg – dat blijkt nu ineens al gepasseerd. Dus staan we hier in Hekou en weten we eigenlijk helemaal niet wat de volgende 30 dagen zullen brengen. We zijn in Yunnan dus willen we graag naar Kunming, de hoofdstad van de provincie. Mooi meegenomen dat de stad op 1900 m hoogte ligt. We besluiten om de klim te skippen en zo snel mogelijk de koelte op te zoeken (we flirten nog steeds met 40 graden). Een bus of trein dezelfde dag is niet meer mogelijk blijkt algauw, dus spenderen we een namiddag en nacht in Hekou en wennen we alvast aan heel wat kleine aanpassingen.  

Vandaag fiets ik voor W

Alle dagen een beetje, maar vandaag net iets harder. Het is vandaag een jaar geleden dat W stomweg verongelukte op de fiets.  Nog zoveel toekomst die oneerlijk werd weggerukt, niet in het minst voor zijn vrouw en kinderen. Ook een hele vriendenkring bleef verweesd achter. Een hele generatie jnm’ers ontmoette elkaar veel te vroeg om afscheid te nemen van een leeftijdsgenoot. Wanneer enkel herinneringen er nog zijn en wellicht heel wat nooit gesmeede plannen. 

We droomden al langer om er eens voor een hele periode tussenuit te zijn. Maar een job, een verbouwing, een bijberoep, een engagement, een kind en nog één, een beleidsplan, een zwangere collega, …   Er waren altijd heel wat praktische bezwaren. 

Maar toen stierf W. En met hem de twijfel. Ik maak heel wat keuzes in mijn dagelijks leven om niet in de val te lopen van meer en drukker. Maar herinneringen moeten gemaakt worden, tijd gedeeld. Resoluut kiezen om nu samen een weg te gaan, elkaar uitdagen en onvoorwaardelijk steunen, uit onze comfortzone stappen en er tegelijk heel erg in nestelen, warme tijd creëren, elkaar elkaar cadeau geven. Met W stierf de angst, het wikken en wegen en de duizend misschienen. Met W werd hoop en moed geboren om school, werk, engagementen even opzij te zetten en anders in te vullen. 

Dus vandaag en alle dagen dat we samen fietsen, vieren we de liefde en warmte en de weemoedigheid. 

Want Elsschots zin stopte niet met ‘wetten en praktische bezwaren’, er is ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat. Weemoedigheid teert op herinneringen. Ik maak er, hij maakt er, de kinderen maken er. En ze lopen heerlijk warrig door elkaar.  (Wees gerust, de andere strofen van het gedicht, daar zijn we verre niet aan toe.) 

Goodmorning Noord Vietnam

1 juni Hanoi – Sapa met de bus
3 juni sapa – Pho Lu 65 km
4 juni Pho  Lu – Lao Cai 35 km

Plots stonden we midden in een landschap uit een toeristische reisbrochure. Rond ons verschenen de rijstterrassen waar ik over leerde in  de lagere school, lagen waterbuffels gezapig te wachten in de modder en stonden vrouwen onder (i)conische hoedjes met hun voeten in het water rijst te planten.

We reden naar het Noorden van Vietnam met en luxe bus waar we in plaats van een zetel elk een bed hadden. Wanneer worden zulke bussen eens ingezet in Europa? Dit zou een deftig alternatief bieden voor de veel te goedkopen vluchten. Ik denk niet echt met heimwee terug aan mijn vele Eurolines avonturen, maar met zulke bussen zou Europa zich eenvoudig en veel milieuvriendelijker ontsluiten na een nachtje slapen.
Wij namen de bus overdag (anders kwamen we yoe in het holst van de nacht) en de kinderen waren konig te rijk in hun prive dubbel bed.

Sapa is een bergdorp aan de hoogste berg (Fansipan) van Zuid-Oost Azie en is uitgegroeid tot en toeristische trekpleister. Het uitzicht is adembenemend, de bouwwoede verbluffend. Hotel, wegen en resturants schieten als paddestoelen uit de grond. De dorpen rond Sapa worden bewoond door ethnische minderheden in traditionele en kleurrijke klederdracht. Je kan via tal van geleide wandelingen en meerdaagse trekkigs de dorpen gaan bezoeken en via homestay het leven even delen. Vrouwen in prachtige kleren vullen de straten. Hun Engels is beter dan in hele delen van Vietnam, hun verkoopspraat gedrevener, hun vastberadenheid sterker. Gelukkig zijn we met de fiets, anders kwam ik thuis met traditionele rokken die ik nooit zou aan doen, hoofddeksels die in Europa enkel voor Carnaval kunnen gebruikt worden en handgemaakte bedspreien die wellicht niet gewassen mogen worden. 

We laten de fiets aan de kant en wandelen op eigen houtje door rijstvelden, dorpen en bergen. Om de dorpen te bezoeken moet je ingang betalen. Wat je daarna tegenkomt heeft pretpark en Bokrijk allures, alleen wonen hier mensen. Hordes toeristen lopen acher elkaar door het nauwe steegje, nemen selfies in huizen van oudjes, shoppen in de stalletjes en volgen hun gids. Kindjes vragen geld voor een foto van hun (piture, money). Maar zoals overal is het 10m verder rustig en verlaten. We doen een adembenemende wandeling en ik kijk vol bewondering naar de vrouwen die urenlang vooovergebogen in de zon de jonge rijstplantjes planten.

 

De volgende dag rijden we de berg af met fiets. De eerste 15 km is de de weg in slechte staat, wat maakt dat ik ongecompliceerd mijn remmen toe kan knijpen om putten en stenen te vermijden. In Sapa was het behoorlijk koel, maar de zon breekt door en de rit wordt zwaar. Er is opnieuw weinig schaduw en hoewel we veel hoogtemeters dalen moeten we er ook stijgen (2700 dalen, 1300 stijgen). We doen er lang over. Een heuvel op moet ik afstappen en terwijl ik discusseer met mijn zoon dat ook hij moet stappen omdat ik de fiets niet kan duwen als hij blijft zitten (jij kan dat wel hoor mama, ik ben moe), bakt de zon mij ongenadig gaar en voel ik mij enerzijds totaal onverantwoord en anderzijds ontgoocheld in mijn eigen kunnen. Maar kijk, hoe verder we  van Sapa wegrijden, hoe vaker de mensen weer spontaan lachen en ons welkom heten (en ons ook wel aanmanen te stoppen en thee te komen drinken). We geraken in Pho Lu De Nha Nghi waar we slapen heeft snachts veel bezoek en lawaai, ik word er een paar keer wakker maar ben zo uitgeput dat ik er grotendeels doorheen slaap.

Idee was om Bac Ha te bezoeken. We zien echter de 1800 m stijgen op 40 km niet zitten. De temperatuur is bijna 40 graden. We gan vruchetloos op zoek naar een taxi of bus en besluiten tenslotte om naar Lao Cai te fietsen. Wederom is het veel te warm. Ik zie mezelf niet als grote heldin, meestal ben ik zelfs redelijk bang en voorzichtig. Ik rem zwaar bergaf, rij altijd met helm op, neem geen onnodige risico’s, wacht voor het rood licht (en twijfel zelfs bij nog maar 5 sec groen -de verkeerslichten tellen hier af). Tja, ik werd vroeger wel eens seut genoemd. Iets dat ik eenmaal moeder zijnde, eerder omvorm in voorzichtig vooruitziend. Het klein beetje heldenstatus dat ik mezelf aanmat, voel ik meestal op de fiets. Maar vandaag ging het van hero naar zero. Ik dacht meermaals ‘dit kan ik niet’. Hoewel de weg redelijk ok was, voelde ik me misselijk, dacht dat ik zonneslag opliep of misschien wel een hartstilstand aan het krijgen was. Zelfs bergaf, waar normaal de wind je afkoelt, was een tocht in de adem van de hel. Het asfalt brandde, de lucht was droog, warm en stoffig. Hoewel de kinderen lange broek en lange mouwen droegen, voelde hun helm alsof ie in brand stond. Maurice viel opieuw in slaap op de pino. Aangekomen in on hotelletjes in Lao Cai mochten we met fiets en al binnen rijden (maurice kon zo verder slapen) en, zaten we 15 min nietszeggend onder de ventilater, water drinkend, de eigenaar keek toe en ik zou graag geweten hebben wat de blik in zijn ogen juist betekende.

Lichter Hanoi uit

Onverwachts spenderen we nog es 3 dagen in Hanoi. De Chinese ambassade blijkt gesloten voor 2 dagen. Onnoplettend als we zijn, hadden we het aanplakbiljet niet gezien…  

Hanoi, old quarter

Ondertussen gingen we met een luizenkam door onze bagage. De hoogtemeters zullen toenemen dus hoe lichter, hoe beter. We zijn nu een dikke 6 weken weg en hebben wat meer zicht op wat nuttig is en wat niet. Er gaat dus een postpakket naar huis, met de boot. Extra dagen in een stad waar meer winkels zijn dan gras tussen de tegels én een postpakket dat nog wel wat kilo’s aankan, maakt dat we ons 1 dag in het consumentisme verslikken op onze anders minimalistische fietstrip. Sorry collega’s van Netwerk Bewust Verbruiken.  De Vietnamese post helpt je met alles in een doos te steken, de douane laat je papieren invullen en even later zijn we 11 kg en 40 euro lichter.  

11 kg lichter!

Wat vaart naar Belgie?

  • Muskietennetten (we zijn uit malaria gebied en hangen de netten niet meer op)
  • Overschot medicatie malaria en Deet muggenspray
  • Ongebruikte truien en wat kledij. Een lichte trui volstaat. Dit spaart vooral volume maar toch ook wel wat gewicht
  • Regenjassen (we kochten hier licht gewicht jasjes)
  • Groot slot (we hebben kleine fietssloten en dat volstaat daar elk guesthouse / restaurant/… een guard heeft)
  • Knuffels. C had stiekem een extra knuffel mee en M kocht in Thailand een knuffel van zijn eigen centen (een gekko gevuld met zand- dus bijna een halve kilo- ik liet het toe maar kreeg elke avond een zware frons van hem, ook al droeg ik de schuld letterlijk zelf) Beiden mochten in overleg met de eigenareen de boot op
  • Handdoeken (we namen 4̀ sneldrogende handdoeken mee maar gebruikten die nog nooit) 3 gaan naar huis.
  • Plastic bekers, keukenhanddoeken, sponsjes,… totaal overbodig
  • Mijn kapotte smartphone, en koptelefoons die we niet gebruiken
  • Made in Vietnam souvenirs zoals North Face (zalwel) jas en rugzak en jasjes
  • Nogvanalleskleinenonnodiggrut

Hanoi oogt en hoort wat rustiger deze dagen, of we zij het gewend geraakt. De temperaturen stijgen wel weer, we spoelen onszelf nietsdoend uit. We spenderen een dag in een park met schoolwerk, fitnessoefeningen en koude koffie, bezoeken het vrouwenmuseum en leren over vrouwen in de oorlog, tradities en mode, drinken sap en smoothies, ontbijten gratis is een ander hostel (yes it is free, we live in the socialistic republic!?), eten Pho en loempia’s, nemen als volleerde voetgangers de weg in, laten ons al fietsend niet van de baan toeteren en ik onderga een 30 min back and shoulder-massage (had dat nog nooit gedaan en een kleine wereld ging open, zover open zelfs dat ik al overweeg een massage opleiding te gaan volgen).

Fitness in het park. Mijn compaan was oud, maar wat zwiepte ze vlot. Vietnamezen staan trouwens vaak te stretchen en bewegen.

 We zoeken verfrissing en fietsen opnieuw naar een park. Zoals overal betalen we ingang (amper een halve euro). Al snel blijken we in de dierentuin te zijn beland. Ik voel me meteen schuldig en vol medelijden. De beren in kooien van enkele vierkante meters, de Vietnamese kinderen die de apen Cola schenken, de krokodillen in een waterplas die warm en groen en klein is, het luipaard dat roerloos in een vuil hok ligt, de olifanten die heen en weer lopen op een stukje gras,… ik kijk hier met mijn Westerse blik naar, voel misprijzen en dan meteen ook voor mezelf dat ik dit voel. Dietentuinen zijn nooit echt ok, maar deze doet wel erg weinig zijn best om ok te zijn. De plaatselijke schoolkinderen genieten alleszins van de apen en de ritjes op de kermiswagens, van de hotdogs en de suikerdrank en wij hebben evenveel bekijk als de struisvogels. Zo voel ik me de rest van de dag ook een beetje.

Hanoi Zoo

De laatste dag halen we ons visum op. Het is gelukt (blogpost volgt)! Een Fransman na ons, is geweigerd maar waarom is niet duidelijk… Het leuke aan dit Chinees visum is dat het pas begint te lopen voor 30 dagen als we China binnengaan. 12 juni vervalt ons Vietnamees visum, dus we hebben speling maar we zijn wel wat tijd verloren. We besluiten om een bus te nemen  naar het noorden, naar Sappa. Zo hebben we dan toch tijd om ook een deel van het Noorden per fiets te ontdekken alvorens we China inrijden. 

Alles is repareerbaar. Me like!

Fruitmarkt Hanoi

Vismarkt (en schildpadden), M was danig  onder de indruk van een live “hoe hak je een levende vis de kop af ” demonstratie.