De bergen in

Van Salzburg naar Lofer

Na een weekje veel vlakte kiezen we voor de bergen en hopelijk de koelte. De route en de terugweg zijn nog open. Ik download de gpx van de Mozart Radweg en die lijkt wel vlot fietsbaar.

Een nachtje op hotel in Salzburg wegens laat toekomen. We gaan ontbijten en vertrekken eigenlijk veel te laat. De hoogtemeters vallen mee maar de hitte is dodelijk. Een stuk langs een drukke baan helpt niet echt voor de ontspannen sfeer. C heeft het lastig. Er wordt ons onverantwoorde ouderschap verweten en we twijfelen oprecht of dit nu wel een goede keuze was.

In Lofer (50km) vinden we een camping die nog plaats heeft voor fietsers en tent. We besluiten wat te minderen en te genieten van berglucht, apérol spritz en rust. We doen kleine wandelingen via de kabelbaan (zo zonder rugzak en wandelschoenen is zelfs dat uitdagend). Zwemmen, bakken uit onze tent, zetten koffie en nog eens en nog eens, testen onze tent in een hevig onweer en doen onze eerste was. La vie quoi.

Er tussenuit naar Tsjechië

Hoewel het uiterst vlot fietsen is langsheen de Elbe, missen we na 6 dagen toch een beetje ‘het onverwachte’. Ik denk altijd dat we slechte planners zijn, maar eigenlijk lopen hij en ik niet zo graag op paden die te evident zijn.  Het is het ironische van op reis zijn, het contradictorissche aan toerist zijn.

We buigen dus van de route af en snijden een stukje af dwars door Saksisch Zwitserland. We weten weer meteen wat klimmen is met een zwaar beladen fiets. Een beetje laat beseffen we dat we nu wellicht ook het mooiste stukje Elbe hebben gemist, maar we hebben nu wel een uitzicht. We kamperen de laatste maal in Duitsland, de eerste camping waar we onder onze voeten krijgen omdat we niet reserveerden én waar mondmaskers gedragen moeten worden in het sanitair gebouw. Hier zijn plots ook geen fietsers meer. Een avondwandeling laat ons proeven van dit bijzonder landschap. Helaas staan we beetje onder tijdsdruk, anders hadden we hier wellicht wel een dagje gewandeld.

De volgende dag stijgen en dalen we weer richting Tsjechië. We glimlachen als we de grens passeren, dit is toch iets meer ons plezier.

Het zijn kleine en grote veranderingen. Kofola in plaats van cola, letters die we niet kunnen uitspreken maar ook meer putten en boomwortels op het fietspad en meer de baan delen met auto’s.

De campings zijn minimaal en lijken vak relicten uit een ver verleden. De bars daarentegen zijn talrijk.

We gaan wat meer van de route af, fietsen dus ook wat meer in gravel en dalen en stijgen weer.

3 dagen later fietsen we opnieuw langs kleine wegen Praag binnen. De stad is heel wat rustiger door Corona.

Langs water en kleine paadjes via het Noorden Praag binnen

De stad bezochten we vorig jaar, dus we hebben weinig haast en laveren in de oude stad (kopen een nieuwe knuffel voor Maurice die de zijne kwijt speelde, een echte Krtek), fietsen langs nieuwe buurten (We genieten van hummus en falafel) bezoeken nogmaals de Husky (voor een nieuwe slaapzak). En nemen uiteindelijk een dagje later de bus naar… Salzburg.

Met molletje voor de Karlsbrug waar het zeer kalm is

Graanvelden en rode wouwen

Deel 2 Van Lutherstadt naar Dresden (dag 4,5,6- 173 km)

We proberen het zelfs niet meer. Vroeg opstaan is niet aan ons besteed op vakantie. We zetten nooit een wekker (in het werk / school leven trouwens ook al lang niet meer), worden wakker van de vogels of de zon, genieten van koffie zetten en opnieuw koffie zetten en uitgebreid ontbijt. De meeste fietsers zijn druk in de weer, kramen hun tenten op terwijl wij nog onze tenen aan het strekken zijn. Wij zijn het type fietser dat liever ’s ochtends de tijd neemt en pas wat later in de namiddag of avond op de volgende camping toekomt. We hebben daar al lang vrede mee genomen.

Het fietsen begint te wennen. De routes zijn zo goed aangeduid dat we bijna nooit op gps of kaart moeten kijken. Het heeft wel wat, mar het mist ook wel wat. Geen idee of het door Corona komt maar er wordt heel wat afgefietst, bijna allemaal Duisters.  We kamperen vaak op grond van kajakclubs die een soort mini camping vormen. Er komen enkel fietsers toe. In enkele uren is het grasveld volgebouwd met kleine tentjes, soms zo dicht op.elkaar dat je de ander hoort verleggen op zijn matje.

We fietsen vaak door hooilanden en graanvelden, soms zijn ze reeds bezig met de tarweoogst. Rode wouwen cirkelen voortdurend boven ons.

We naderen Dresden. We denken de stad even te bezoeken maar eenmaal aangekomen, schrikt de drukte ons meteen weer af en dus fietsen we wat rondjes,bewonderen de buitenkanten van kerken en gebouwen  en gaan dan alweer verder…

Ooievaars en muggen

Deel 1 Van Maagdenburg naar Lutherstadt Wittenberg (dag 1,2,3 – 130 km)

We starten in de regen. Regenbroeken daar doen we niet aan op reis, dus met blote benen en een regenjas trotseren we de miezer. De geur is meteen heerlijk. Die van natte bossen, dennenhars en regen op kiezels. De fietsroute is verkeersvrij en slingert doorheen oude bossen en overstromingsgebied. Groene spechten, buizerds, geelgorzen en ooievaars kruisen meermaals ons pad.

Even schuilen, na een lange en vruchteloze zoektocht voor een cafe

De eerste nacht kamperen we helemaal alleen op een camping bij een zijarm van de Elbe. De avondzon na de regen doet deugd. Minimalisme is echter een woord dat hier zijn naam eer aan doet. Er is 1 (propere) werfkeet met douche en toilet ( waar we schuilen en weer warm werden). Zo voelt deze plek aan als wildkamperen met een plus. Ook daar de eigenaar de volgende ochtend zijn 20 euro komt innen.’s Nachts word ik wakker van geplons in de oude rivierarm. Op blote voeten ga ik kijken, ik denk een bever te zien maar ben niet helemaal zeker. De muggen jagen me terug de tent in. Fietsen langs rivieren, dan heb je kans op bevers. Fietsen langs rivieren, dan zijn muggen gegarandeerd. Daar zullen we de komende dagen meermaals ondervinden

Hoewel merendeels vlak is de route afwisselend en erg mooi. Ooievaars zijn talrijker dan duiven.

De volgende dagen merken we de drukte van deze route op, en het gemak van uitgestippelde paden. Hoewel we tijdens het fietsen niet echt veel volk tegenkomen, zijn de campings die we de volgende dagen aandoen een komen en gaan van fietsers, die we soms kennen en herkennen. De campings blijven even minimalistisch en rustig. Fietsers zijn ’s avonds namelijk moe en liggen gauw in bed. Op een enkel uitzondering na (ik dus) hebben fietsers geen stoeltjes mee om lang op te zitten en liggen ze dus vrij gauw horizontaal.

Daar zit ik dus. Alleen met een blik bier of een kop thee in mijn stoeltje, met veel muggenmelk en een boek. Ook dat is genieten.

De Elbe gaan we een paar keer over. Steeds opnieuw met een veerpont dat via een anker dat enkele honderd meters verder ligt en twee katrollen, wordt overgetrokken .
In Dessau bezoeken we enkele Bauhaus huizen. Wij staan versteld. De kinderen begrijpen onze bewondering nog niet echt…

Na drie dagen komen we in Lutherstadt aan. We passeerden hier ooit op weg naar Berlijn. Op de camping is het dan ook een komen en gaan van fietsers uit en naar alle delen van Duitsland. De stad oogt nu veel verlatener. De regen en corona zullen hier wellicht hun deel in hebben.

Lutherstadt

Fietsen is vrijheid

In januari dachten we nog dat we deze zomer een maand zouden fietsen in Rusland.In april leek Scandinavië een goed alternatief en met de uitgestrektheid in combinatie met het allemansrecht ook redelijk Corona proof. In mei begonnen we te denken aan kriskras door België en inventariseerden in ons hoofd onze vrienden met grote tuin. In juni leek Duitsland dan weer haalbaar. Na lang alles opengehouden te hebben, kochten we vorige week Flixbus tickets naar Maagdenburg vanuit Gent. Dat was rechtstreeks en er was nog plaats voor ons en de fietsen. Twee belangrijke voorwaarden.

Oost-Duitsland, we fietsten er een deeltje door richting Tsjechië, we fietsten erdoor richting Berlijn. We gaan al jaren in de winter naar Duitse bossen en heuvels.

Duitsland, meer geliefd bij de Nederlanders en de Duitsers zelf dan bij de Belgen lijkt me. Toch, eenmaal je voorbij schnitzels, halve liters bier, worst, spiegelpaleizen en vakmanshuisjes kan kijken, heeft het land heel wat te bieden. Bovenal uitstekende fietsroutes, prachtige natuur en heerlijke kalmte en rust.

De dagen rond het vertrek werden de plannen wat concreter. Waarom niet opnieuw naar Praag fietsen, via de Elbe. Daarna zien we wel weer. Daar waar de wind, het weer en de goesting ons brengt…

Het pakken gaat steeds meer gepaard met minder lijstjes. Gewoonte is een vreemd dier. We slagen er nog steeds in om met 8 fietstassen te reizen. Dit jaar gaat er een extra vuurtje en kookpot mee, mijn nieuwe Alpkit Brukit en voor het eerst een stoeltje. 1 Helinox zero. Cadeautje voor mezelf, mijn stramme spieren en gevorderde leeftijd mogen ook wat verwend worden. De grootste uitdaging is niet het gewicht met amper 500 gram maar de stoelendans die ontstaat met 4 personen rond 1 stoel.

Maagdenburg, Groene Citadel Hundertwasser
Maagdenburg,we starten in de regen
Groene citadel

Slow travel naar Lapland

Buiten is het licht aan het sneeuwen, de temperatuur is gezakt tot -8, binnen maken mensen zich klaar om hun kans te wagen het Noorderlicht te spotten. Ik zit in Abisko, een zeer klein dorp in het uiterste Noorden van Zweden maar wel eentje met twee treinstations. De spoorlijn is te danken aan de ijzererts lijn tussen Lulea en Narvik (haven in Noorwegen) met Kiruna als belangrijkste mijnstad. Abisko nationaal park werd op de kaart gezet door STF (Zweedse toeristenvereniging) als de uitvalsplek voor Noorderlicht, Lapland, trekkingen op de Kungsleden, met een groot toeristisch huttencomplex én een extra treinstation.

Ik kwam hier gisteren aan na 2 hele dagen en drie nachten onderweg. Ik sliep in een bus, een hotel en een trein. Ik genoot van de trage reis. ik genoot ervan tijd te hebben en te lezen, te schrijven, te zijn, te beleven,… Om naast bovenstaande ook wat te wennen aan de temperaturen, te langlaufen en van wit prachtig Lapland te genieten, reisde ik enkele dagen vroeger af dan de rest van mijn groep (check @friends.of.the.north op Instagram). Donderdag komen mijn vrienden en gaan we 8 dagen de wildernis in Øvre Dividalen in, met ski’s pulka en tent.

Hoe geraak je nu in Lapland zonder vliegen? Er zijn vele manieren maar dit was mijn reis, eentje van 2700 km over land (en 203 euro vervoer):

– vrijdagavond Flixbus (nachtbus) van Brussel (21:45) tot Kopenhagen ( 15:40) (45 euro, 17u55 min)

– nachtje Kopenhagen

– trein Kopenhagen (10:10) – Stockholm (15:39)

– nachttrein Arctic Circle Stockholm (18:08) Abisko (11u, maandagochtend) (Totaal 158 euro)

Ik had eigenlijk heel wat tijd kunnen winnen als de vroegere Flixbus (die van 17u) geen dubbeldekker was geweest en dus mijn ski’s meekonden. Dan zou ik meteen kunnen doorreizen naar Stockholm voor de nachttrein. Maar soms zijn er dingen zoals ze zijn en ik heb genoten van 1 nacht in een echt bed en Kopenhagen weer op lijstje gezet van te bezoeken steden.

Het mooiste stukje van de reis is ongetwijfeld de nachttrein naar Zweeds Lapland (hoewel de overzet met bus tussen Duitsland en Denemarken ook leuk was). Wakker worden en plots meters sneeuw zien, prachtige vergezichten, gratis refill koffie, een kanelbullar…

Straks reis ik verder tot Narvik en ga helemaal de onbereikbaarheid in. Verslag volgt maar eerst nog 1 dagje genieten van alleen met mezelve en het wit zijn.

.

Waarom Tsjechië zo een goed fietsland is (en Praag een ramp)

Op bijna alle vlak was Tsjechië een reuze-meevaller als fietsland. Zeker in combinatie met kamperen.

Aantal dagen: 18
Vervoer heen: Flixbus  Gent Dampoort- Neurenberg (180 euro, 2 volw, 2 kinderen, 3 fietsen)
Vervoer terug: Flixbus Praag – Essen (overstap) – Brussel (164 euro voor 1 volw, 2 kidneren, 3 fietsen)
Routes: Sumava Magistrala (GPX) en Moldau route (GPX)
Wie : Wij (barbaar en hij) Camille (10jaar) en Maurice (8 jaar)
Fietsen: 3 (Trek, Koga en Frog-bikes)

img_20190813_2215555207394786758112246.jpg

Campings

Er zijn veel campings en die zijn best goedkoop (wij betaalden tussen 12 en 22 euro voor ons 4). Bovendien kamperen de Tsjechen zelf ook en hebben de meeste campings heel wat voorzieningen. Handig als je simpel en lichtgepakt reist. De toiletten hebben gewoon wc papier (halleluja, geen  6 rollen moet kopen om er dan telkens 5 achter te laten en geen rol ontvreemden op café). Douches (Sprchy) zijn soms met munten, altijd gescheiden (ženy vrouw ,muži man) en ze kunnen zelden op slot  (net zoals de toiletten trouwens). En overal kan je een kampvuur maken.

Er zijn vaak tafels en banken beschikbaar, een binnenruimte en ook heel vaak een keuken. Zo kan je een waterkoker gebruiken, heb je vaak microgolf of kookplaatsjes ter beschikking en kan je je telefoon opladen. Bovendien eet je aan tafel in plaats van op de grond. De meeste campings hebben ook een bar en restaurant. Zo is je pint altijd fris en kan je soms ook gewoon je voeten onder tafel schuiven, als is de keuken nogal vet en gefrituurd.

Wegen

De routes, dorpen en afstanden zijn vaak goed aangeduid, autoluw of autovrij. Langs drukkere banen heb je wel bijna nooit een apart fietspad. Maar de Tsjechen rijden fiets vriendelijk, houden meestal afstand.

De mensen, drinken en het eten

Schuilen voor de regen in de garage van een behulpzame Tsjech

De Tsjechen zijn eigenlijk heel hulpvaardig en vriendelijk, maar hebben een zekere norse stugheid over hun die je wel wat gewoon moet worden.  Als vegetariër is het wat behelpen en overleven. Veel griekse salades en “hermelin” kaas op zuurdesembrood, maar voor de rest is het een zeer vlees gericht land. En wordt alles gefrituurd of geschnitzelised. Ook de bloemkool en kaas. De bieren zijn wel heerlijk en groot.

Bereikbaarheid

Als je een beetje recuperatie inrekent, is een flixbus best handig om mee te reizen en je fiets mee mee te nemen. Je kan ook zeer makkelijk een boeking wijzigen of annuleren. Voor de kinderen ging het prima, volwassenen moeten zich toch wat dubbelplooien.

en dan Praag…

Van alle steden waar ik in fietste vond ik Praag een van de vreselijkste.  Zelfs Tokyo en Shangai fietsten makkelijker. Het zo fietsvriendelijke Tsjechië verliest al zijn pluimen in Praag met onbestaande fietspaden, drempels,  auto’s tot in het centrum, massa toeristen, kasseien en tramsporen, verboden straten, agressieve automobilisten…   De auto wordt duidelijk nog als statussymbool gezien (zelfs in het Zoute wordt dit langzaam aan vervangen door de betere koersfiets) maar hier parkeren ze dubbel, trekken ze op en passeren ze je rakelings. De zo recreatieve fietsers die we in heel Tsjechië zagen, ontbreken grotendeels in Praag. We waren er maar een dag een half en deden de meeste zaken te voet dan maar.

Maar ze hebben wel een fly-over waar je op kan fietsen!!

En zo fietsen we Praag binnen

  • Horni Plana – Cesky Krumlov- Zlata Koruna (45 km)
  • Ceske Budejovice – autokemp (53 km)
  • Kemp Stedronin (50 km)
  • Roviste (60 km)
  • Cernosice (64 km)
  • Praag (17 km)

Ooit beginnen hij en ik een reisbureau: “Het bureau der onverwachte reizen“. Het concept is even eenvoudig als subliem: We plannen bijna niets  maar bieden morele ondersteuning én leren de deelnemers de kunst van het loslaten en onverwacht geluk.

We gingen initieel naar Krakau fietsen, het werd Praag. We gingen een rustige dag hebben van 40 km en eindigen op camping met zwembad, het werden er 64 en we eindigden in een pension. We gingen samen terug van Praag naar Gent, ik ben alleen onderweg met veel gerief en twee kinderen en hij gaat nog drie weken verder fietsen.

ik krijg bloemen als ik boven geraak 🙂

Na een rust en regendag bij Kemp Štědronín (eigenlijk een recreatie domein  dat meer weghad van een vakantiekolonies waar jeugdkampen plaatsvonden die werden getraind met een militaire drill)), fietsten we verder richtig Praag.

We passeren heerlijke dorpjes, bizarre plaatsnamen, langs de wegen staan zeer veel pruimenbomen, we zien veel kleine en grotere verkeersslachtoffers,   en stijgen en dalen waarbij onze benen in boomstammen veranderen.

De Moldauroute heeft prachtige stukken, pittige stukken, vlakke stukken maar ook soms een rotbaan (GPXtrack). Wegens werken en een verkeerde inschattingen, ploeterden we 25 km langs een drukke weg. Gelukkig heb ik liever de Tsjechen als chauffeur dan de Fransen. Ze zijn duidelijk gewoon aan fietsers, respecteren afstand en blijven braaf achter je als de weg te smal is. De eerste camping bleek een voetbalveld, de volgende die we wouden bereiken, bleek niet bereikbaar. Rondom de veerdienst waren werken bezig. Dat had Osmand niet voorzien. De volgende brug lag nog es 7 km verder. de avond begon te vallen en we fietsen plots het district Praag binnen. Een pension en  bracht redding (de 3km en 100 hoogtemeters extra werden geslikt) De kinderen waren door het dolle, een hotel, met bed en bad…

de lange lange autoweg waarlangs we fietsten

het eerste echte fietspad richting Praag

De laatste 100 hoogtemeters en een eerste glimp van Praag

family Yellow

Even ervoor had ik mijn handen verkrampt om 4 km lang een helling op een normaal tempo af te rijden. Eenmaal beneden hadden zij al bijna een ijsje op.

64 -46-45,
onze respectievelijke snelheidsrecords. Hij met M top zijn buis, die glundert, zij het met een verontschuldigend lachje, ik wou niet sneller dan 40 maar ineens ging het, ik met een kleine gil.

De volgende dag, eenmaal aan de overkant van de Moldau, fietsten we 17 km lang Praag binnen langs een heerlijk fietspad. er wordt gewandeld gefietst, ge-rollerscate.

Zoals steeds is het heerlijk om een grote stad binnen te rijden met de fiets, je ziet de buitenwijken, de gewone bewoners, de dagelijkse handelingen, je ziet groen en industrie, buitenwijken en stadsleven, je nadert langzaam maar zeker een plek die totaal anders is dan de rest van het land.

Moldau

Moldau in Praag

De Praagse Flyover

pas op voor mannen met een kayak hoofd

toerist op de Karlsbrug

 

De Tsjechen en Tsjechië

We liggen in ons tent en luisteren naar het kabbelen van de Moldau, vlak naast ons, op de achtegrond… luider klinkt het gelach en gezang van Tsjechiers. Ze varen in groepjes de Moldau af in kajaks, vlotten boten en kano’s. De camping lijkt een klein festivalterrein. Kinderen, gezinnen, groepjes vrouwen, mannenbendes,… ze stoken vuurtjes, roosteren worstjes en drinken halve liters. De meeste hebben een t-shirt laten drukken met naam van de groep en / of zichzelf en dragen deze met enige fierheid als lid van hun vaar-clan.

We zijn afgedraaid richting Praag en volgen de komende dagen min of meer de Moldau. De Tsjechen – die eerder uitblonken in nors kijken en stug overkomen-, lijken met de nodige alcohol losbollen te zijn. De voorbije week konden we amper een hallo of een hoofdknik loskrijgen als we al fietsend tegenliggers passeerden. C. en ik zingen vaak op de fiets liefts uit volle borst en al geef ik toe dat lij gezang wellicht pijnlijk is aan de oren me bekijken alsof ik de duivel zelf ben, is er tich wat over. We leerden Ahoj te roepen en Dobreden te eggen en kregen dan langzaam enkele beleefde knikken terug. Maar als het ons lukt binne te breken en hun stuurse gezichtêope te jrijgen zij ze heerlijk vriendelijk.

Hier aan de Moldau wordt er ge-A-Hoid a volonté. Van s ochtésvroegbtot snachts varen bootjes voorbij “Ahoi” roepend, hijsen zich soms aan de kant voor een halve liter, een slaapplek en een pak friet ( en we spotten ook een ijsvigel daartussen in)

We fietsten langs en bezichten vandaag Cesky Krumlobn. Zoals wel meer Unesco wereldsteden, is het een steriel openlucjt museum. Je aandacht en geld wordt egtrokken door de talloze prullareia en souvenier winkels, door veel te dure ijskraampjeq en halve liters bier. En er wordt ollop op bootjes gevaren De prachtige gebouwen en rijke geschiedenis van de stad gaat raakt ondergesneeuwd. We vluchten evën het schoele art centrum in. Er hangen enkele schetsen en reproducties van schiele en uitleg ovet zijn levensloop en maanden verblijf in cesky krumliv (waar hij buitenbekeken werd wegens schildren van jonge naakte ). De colectie beperkt. Maar alleen al voor het mooie gebouw, de koele ruimtes de sfeer en de aanblik van in elke kliene kamer zen zaalwachter, is het de moeite.

De volgende dag schieten we zeer langzaam op. Het rommelt in de verte, zware donkergrijze wolken komen onze kant op. We schuilen voor een onweersbui en maken noedels klaar. We fietsen verder richting cesky budovuce, een stad die we wouden lijden maar oonieuw ziet het zwart. We besluiten naar het centrum af te buigen vvoor een warme koffie en chicomelk. We lopën twee families elgen tegêhet lijf waarvan een fuetsnd kopoel en nuttige tijdens de gietende regen onze koffie.

Uiteindelijk klaart het ope n beslissen we nog dertig km te fietsen. Het is wondermooi maar gaat traag. Opnieuw een inweersbui laat ons schuilen in een bushokje. De kinderen amuseen zich met automerken om het eerst herkennen in de gietende regen en oostuivende plassen, ik ben nukkig op zowat alles en iederteen want heb kou en honger en de baan is te druk. Hij wint.

De avond valt langzaam, een fege boog kleurt dz grijze hemel. We overwegen wild te kemaperen. Ztaerdqgmjdddag sluit zowat alles. Opnieuw rest ons enkel noedels. En bijna geen water. C wil verder fietsen. Nog 15 km. Het blijkt een prachtige rit in de avondschemering. We zien tientallen reetjes. Een familie everzwijn looot naast ons in het bos. Een vos zit op enekle meteres van ons op het fietspad. We komen op de meest simple, oosteuropees aanoelde d maar warme camping aan. De halve liter smaakt. Êda nacaht is ei deloos stil.

Tsjechen en Tsjechië

We liggen in ons tent en luisteren naar het kabbelen van de Moldau, op de achtegrond… luider klinkt het gelach en gezang van Tsjechen. Ze varen in groepjes de Moldau af in kajaks, vlotten boten en kano’s. De camping lijkt een klein festivalterrein. Kinderen, gezinnen, groepjes vrouwen, mannenbendes,… ze stoken vuurtjes, roosteren worstjes en drinken halve liters. De meeste hebben een t-shirt laten drukken met naam van de groep en / of zichzelf en dragen deze met enige fierheid als lid van hun vaar-clan.

We zijn afgedraaid richting Praag en volgen de komende dagen min of meer de Moldau. De Tsjechen – die eerder uitblonken in nors kijken en stug overkomen-, lijken met de nodige alcohol losbollen te zijn. De voorbije week konden we amper een hallo of een hoofdknik loskrijgen als we al fietsend tegenliggers passeerden. C. en ik zingen vaak op de fiets – liefst uit volle borst – en al geef ik toe dat ons gezang wellicht pijnlijk is aan de oren, me bekijken alsof ik de duivel zelf ben, is er toch wat over. We leerden Ahoj te roepen en dobrý den te zeggen en kregen dan langzaam enkele beleefde knikken terug. Maar als het ons lukt binnen te breken en hun stuurse gezichteen open te krijgen zij ze heerlijk vriendelijk.

Hier aan de Moldau wordt er gegroet a volonté. Van ’s ochtensvroeg tot ’s nachts varen bootjes voorbij “Ahoj” roepend, soms hijsen ze zich aan de kant voor een halve liter, een slaapplek en een pak friet ( en we spotten ook een ijsvogel daartussen in).

We passeerden en bezochten Cesky Krumlov.

Zoals wel meer Unesco wereldsteden, is het een prachtig stadje maar ook een steriel openlucht museum geworden. Je aandacht en geld worden getrokken door de talloze prullaria- en souvenierwinkels, door veel te dure ijskraampjes en halve liters bier. De prachtige gebouwen en rijke geschiedenis van de stad raakt ondergesneeuwd. Er wordt ook hier heel wat gevaren en we zien 3 beren, die het kasteel bewaken. M wou zo geaag een beer zien, maar loopt nu over van medelijden. We vluchten even het Schiele Art centrum in. Er hangen enkele schetsen en reproducties van Egon Schiele, die een tijdje verbleef in Cesky Krumlov (waar hij buitengekeken werd wegens schilderen van jonge naakten). De collectie is beperkt. Maar alleen al voor het mooie gebouw, de koele ruimtes, de sfeer en de aanblik van in elke kleine kamer een zaalwachter, is het de moeite.

De volgende dag schieten we zeer langzaam op. Het rommelt in de verte, zware donkergrijze wolken komen onze kant op. We schuilen voor een onweersbui en maken noedels klaar.

We fietsen verder richting České Budějovice, een stad die we gingen mijden maar opnieuw ziet het zwart. We besluiten naar het centrum af te buigen voor een warme koffie en chocomelk.

Uiteindelijk klaart het op. We beslissen om toch nog dertig km te fietsen. Ik zie het zitten, hij ziet het zitten en belangrijker, de kinderen zien het zitten. Het is wondermooi maar gaat heel traag. Een nieuwe onweersbui laat ons schuilen in een bushokje. De kinderen (en hij) amuseren zich met automerken om het eerst herkennen in de gietende regen en opstuivende plassen, ik ben nukkig op zowat alles en iedereen want heb kou en honger en de baan is te druk. Ik ken geen automerken. Hij wint het spel.

De avond valt langzaam, een regenboog kleurt de grijze hemel. We zijn te laat voor de overzet naar de camping aan de overkant van de Moldau. Het pension aan deze kant is vol. We overwegen wild te kamperen. We komen er (opnieuw) achter dat winkels vanaf zaterdag op de middag gesloten zijn. Er resten ons enkel noedels. En bijna geen water. C wil verder fietsen. Nog 15 km naar een volgende camping. Het blijkt een prachtige rit in de avondschemering. We zien tientallen reetjes. Een familie everzwijn loopt naast ons in het bos. Een vos zit op enkele meters van ons op het fietspad.

We komen toe op de meest simple en Oost-Europees aanvoelende maar warme camping. De halve liter smaakt. De Hermelein kaas en zuurdesembrood ook. En de nacht is eindeloos stil.